Sterke vrouwen in een halfactuele confrontatie

Voorstelling: Mevrouw Warrens beroep van George Bernard Shaw door het Nationale Toneel. Vertaling: Ger Thijs; regie: Colin McColl; decor: Jos Groenier; spel: Anne-Wil Blankers, Bert André, Tineke Schrier, e.a. Gezien: 5/4 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar 8/4; tournee t/m 1/6.

De mannen komen er geen van allen best af in Mevrouw Warrens beroep. Ze chanteren, hangen lamlendig rond, of knijpen de kat in het donker. George Bernard Shaw had duidelijk meer sympathie voor zijn twee vrouwelijke personages: mevrouw Warren en haar dochter worden afgeschilderd als onafhankelijke en eigenzinnige persoonlijkheden die zich aan niemand iets gelegen laten liggen en daarom sterk afwijken van het ideaalbeeld van de vrouw zoals dat bestond in het Victoriaanse Engeland aan het eind van de vorige eeuw.

Het was niet de enige reden waarom het stuk na verschijning in 1894 zo'n opschudding veroorzaakte. De zedenpredikers namen aanstoot aan Shaws visie op de Britse samenleving die hij voorstelt als een huichelachtige kapitalistische maatschappij waarin niet-draagkrachtige vrouwen tot immorele praktijken worden gedwongen.

Mevrouw Warren heeft het aan den lijve ondervonden. Omdat haar lage sociale afkomst een (kostbare) opleiding uitsloot zag ze zich genoodzaakt haar “talent in mannen versieren” uit te buiten. Nu staat ze aan het hoofd van een bordeelketen, een lucratieve handel die het mogelijk maakt de studie van haar dochter in Cambridge te financieren.

In de voorstelling van Het Nationale Toneel typeert Anne-Wil Blankers haar als een zelfverzekerde luidruchige madam die met haar goud en haar bontjas de schijn van chic ophoudt maar nooit helemaal haar platte uitspraak is kwijt geraakt. Een groter contrast dan met haar serieuze studieuze dochter (Tineke Schrier) is nauwelijks denkbaar en hun verschillende levensopvattingen leiden dan ook tot enkele harde confrontaties.

Die confrontaties behoren tot de beste scènes in de voorstelling. Het zijn beiden markante vrouwen die trefzeker worden neergezet. Vooral Anne-Wil Blankers, die ter gelegenheid van deze rol de Theo Mann-Bouwmeesterring kreeg uit handen van de vorige draagster Annet Nieuwenhuijzen, maakt van haar personage een mooie creatie. De andere acteurs spelen adequaat en het is grappig om te zien hoe ze zich onhandig een weg zoeken door het doolhof van strak geschoren heggetjes dat Jos Groenier op een schuin oplopend podium heeft ontworpen.

Toch wil deze voorstelling maar niet echt van de grond komen. De Nieuwzeelandse regisseur Colin McColl die twee jaar geleden bij Het Nationale Toneel Bouwmeester Solness van Ibsen ensceneerde, heeft in de aankleding lijnen getrokken naar nu. Hij prikkelt de aandacht door moderne bureaus, computers en spijkerbroeken te combineren met negentiende-eeuwse sofa's, schemerlampjes en bolhoeden, maar erg overtuigend vind ik deze halfslachtige poging tot actualisering niet. Dat het stuk inmiddels een wat oubollige en brave indruk maakt kan hij er in elk geval niet mee verhullen.