Stabiliteit is ver te zoeken bij alle staatsinstellingen; Besluitvorming in Moskou nog steeds een raadsel

MOSKOU, 8 APRIL. Niet zo lang geleden had Rusland twee presidenten, één erkend door de regering en de ander erkend door het parlement. Nu heeft Rusland twee procureurs-generaal, één erkend door de regering en de ander door het parlement. Gezien alle moeite die is gedaan om van de ene situatie in de andere te geraken - een bloedbad, democratische verkiezingen en een nieuwe grondwet - een matig resultaat.

De besluitvorming in Moskou stelt waarnemers nog evenzeer voor raadsels als vorig jaar, toen parlement en president elk hun eigen tegenstrijdige wetten uitvaardigden. Vorige week bijvoorbeeld waarschuwde het Kremlin dat het nog wel zes of zeven maanden zou duren voordat Rusland zich zou aansluiten bij het 'Partnership for Peace' programma van de NAVO. Nog geen dag later onderstreepten de ministers van buitenlandse zaken en defensie, Kozyrev en Gratsjov, dat Rusland het plan gewoon deze maand zal ondertekenen. En vanmorgen koppelde Jeltsins woordvoerder het NAVO-plan weer aan toetreding tot de G7, de club van rijkste industrielanden.

Even verwarrend is een presidentieel decreet over de vestiging van dertig militaire bases in de ex-Sovjet republieken. Binnen een dag bleken bepalingen over Letland op een 'technische vergissing' te berusten en bekenden de ministers van defensie en buitenlandse zaken dat zij van het hele decreet niets afwisten.

Het is verleidelijk achter verwarring onder beleidsmakers van een nucleaire supermacht complotten en confrontaties te zoeken. Maar misverstanden en onduidelijkheid hebben evenzeer hun vaste plaats in het Russische openbaar bestuur. Gisteren nog klaagden douaneambtenaren over een recent ingevoerde importheffing op persoonlijke eigendommen. Volgens het plaatsvervangend hoofd van de douane op het vliegveld van Moskou was de wet voor de nieuwe belasting zo “vaag en slecht geschreven” dat elke douanier de tekst maar op zijn eigen manier moest toepassen.

Van wie kan verbetering worden verwacht?

President Boris Jeltsin lijkt steeds minder de juiste man om aan willekeur en wetteloosheid een einde te maken. De misverstanden rondom de hierboven aangehaalde strategische beslissingen illustreren dat zijn hand niet meer zo vast is. Maar de verwikkelingen rondom het ontslag van procureur-generaal Aleksej Kazannik tonen bovendien dat hij het met de nieuwe grondwet niet zo nauw neemt.

Kazannik nam eind februari ontslag omdat hij niet wilde voldoen aan een opdracht van Jeltsin om een besluit van het parlement terug te draaien. Het ging om het besluit amnestie te verlenen aan de leiders van de oktober-revolte en aan de coupplegers van augustus '91, een besluit waartoe het parlement volgens Kazannik en andere juristen een grondwettelijk recht heeft.

Jeltsin benoemde een plaatsvervanger en vroeg de Federatieraad, de 'eerste kamer' van het parlement, deze week die benoeming te bekrachtigen. Dat weigerde de Federatieraad. De afgevaardigden wezen erop dat volgens de grondwet benoeming en ontslag van de procureur-generaal onder bevoegdheid van de Federatieraad vallen en dat zij eerst wel eens over het ontslag van Kazannik had willen debatteren. Jeltsin liet daarop prompt weten dat hij de mening van de volksvertegenwoordiging in deze kwestie verder zou negeren.

Kazannik heeft vanmorgen overigens geprobeerd de zaak te sussen door nogmaals ontslag te nemen, maar het is nog niet duidelijk of de Federatieraad de door Jeltsin aangewezen nieuwe openbare aanklager zal aanvaarden.

De Staatsdoema, de 'tweede kamer', heeft Jeltsin al diverse malen getrotseerd, maar dat wil niet zeggen dat het parlement wèl de instelling is waarvan Rusland helderheid en goed openbaar bestuur mag verwachten. De partij die bij de verkiezingen de meeste stemmen haalde, die ultranationalistische LDP, kampt met interne rebellie. Hoewel het partijcongres zaterdag leider Vladimir Zjirinovski dictatoriale bevoegdheden heeft gegeven, hebben inmiddels vijf parlementariërs zich van hem afgekeerd. De partij van de democratische hervormers, Ruslands Keuze, ziet ook steeds meer afgevaardigden overstappen naar andere blokken. En er komen steeds meer politieke formaties bij. Bijvoorbeeld eentje van uitgerekend (ex?-)procureur-generaal Kazannik. Hij kondigde vanmorgen aan dat hij de Partij voor Eenheid en Nationale Vooruitgang gaat beginnen.

De regering van premier Tsjernomyrdin lijkt op dit moment stabieler dan president en parlement. Maar die stabiliteit is voor een belangrijk deel te danken aan gebrek aan activiteit. Bij het aantreden van de nieuwe regering in januari kondigde Tsjernomyrdin aan dat het ondersteunen van de noodlijdende industrie prioriteit zou krijgen, maar tegelijkertijd wil hij naar eigen zeggen een conservatief monetair beleid voeren. Dat is niet eenvoudig te combineren en vooralsnog heeft de regering dan ook weinig concrete maatregelen genomen.

Misschien moet de politieke daadkracht dan buiten het Kremlin, buiten het parlement en buiten de regering worden gezocht. Dat vindt in elk geval Aleksandr Roetskoj, de voormalige vice-president die zich in september tot tegen-president liet kronen en in oktober leiding gaf aan de Moskouse revolte. Sinds zijn vrijlating onder de parlementaire amnestie presenteert hij zich steeds meer als alternatief voor 'de huidige machthebbers', die hij als zwendelaars bestempelt. Maar de politieke reikwijdte van de Afghanistan-veteraan is nog onduidelijk. Voorlopig heeft hij Jeltsins memorandum over nationale verzoening verworpen, Zjirinovski een 'geval voor het ziekenhuis' genoemd en gezegd dat hij zichzelf nog steeds als vice-president beschouwt. Hoewel die post in de nieuwe grondwet niet meer bestaat.

Het volk intussen lijkt over geen van zijn bestuurders nog illusies te koesteren. Bij verkiezingen die dit voorjaar zijn gehouden voor regionale parlementen en gemeenteraden, die de plaats van de oude sovjets innemen, komt bijna niemand opdagen. In St. Petersburg bijvoorbeeld zijn zoveel zetels onbezet gebleven dat de gemeenteraad niet over het quorum beschikt om besluiten te nemen. In diezelfde stad lagen onlangs tientallen lijken te rotten, omdat niemand hun begrafenis wilde betalen.