'Ruzies staan hervormingen niet in de weg'

WLODZIMIERZ CIMOSZEWICZ, vice-premier van Polen, geeft toe dat de Poolse politiek zich door ruzies tussen de regering en president Walesa in een impasse bevindt. Maar dat betekent niet dat de hervormingen vertraging oplopen.

DEN HAAG, 8 APRIL. Vijf maanden is het linkse kabinet van Waldemar Pawlak, de coalitie van de Boerenpartij PSL en het ex-communistische Verbond van Democratisch Links (SLD), nu aan het bewind in Polen. En vijf maanden lang lijkt het politieke toneel in Polen voornamelijk te zijn beheerst door ruzies en ruzietjes, door conflicten en wrijving, door boze en steeds bozere woorden: tussen de regering en de oppositie, tussen de regeringspartijen onderling en meer nog tussen president Lech Walesa en de regering. Politiek is Polen kommer en kwel, “een vulkaan vlak voor de uitbarsting”, zoals vorige week een waarnemer het uitdrukte.

Alleen al van de laatste twee maanden is een kleine catalogus van kwaadheid op te stellen. In februari raakten de regering en Walesa slaags over het ontslag van de voorzitter van de Nationale Raad voor Televisie en Radio, enkele uren voordat de eerste concessie voor privé-televisie werd toegekend; Walesa zag door de afschaffing van het staatsmonopolie op televisie “de staatsveiligheid” in gevaar. Kort daarop wees het door de SLD en de PSL gedomineerde parlement Walesa's voorstellen voor een democratisering van het proces van de opstelling van de grondwet van de hand, wat de regeringspartijen een heel kwade uitval van de president opleverde. Weer korte tijd later vlogen de SLD en de PSL elkaar onderling in de haren toen PSL-leider Pawlak de onderminister van financiën ontsloeg en de (SLD-)minister van financiën, Borowski, beledigd opstapte. Die binnenbrand was nog nauwelijks geblust toen Walesa tot woede van de regering Borowski's beoogde opvolger, de algemeen gerespecteerde Dariusz Rosati, ook van de SLD, afwees wegens veronderstelde betrokkenheid bij de verkoop van schulden. De relatie tussen de president en SLD-leider Kwasniewski was toen al zo vertroebeld dat de twee elkaar openlijk voor circusartiesten uitmaakten.

Op 31 maart escaleerde de ruzie tot een heuse “oorlog tegen de coalitie” (aldus Borowski) toen Walesa een veto uitsprak over de door het parlement aangenomen loonmatigingswet. Die wet koppelt de lonen aan de winsten en moet de beruchte popiwek vervangen, de belasting op excessieve loonsverhogingen die de Polen jarenlang als een steen op de maag heeft gelegen. Volgens Walesa is de nieuwe wet strijdig met het hervormingsbeleid. Hij beschuldigde de regering er vorige week van “zich als communisten te gedragen”. “Ze betrekken me niet bij de beslissing over de nieuwe minister van financiën, maar ze willen wel mijn handtekening. Ze houden me een pistool tegen het hoofd”, aldus de president, die dreigde de hele begroting te blokkeren. “De regeringscoalitie wil een jaknik-president van me maken.”

Al dat geruzie, zo oordelen vele waarnemers, is inmiddels een verbitterde prestigestrijd geworden tussen Walesa, Kwasniewski en Pawlak. Walesa, zeggen sommigen erbij, is al aan de campagne voor de presidentsverkiezingen in 1995 begonnen en heeft de hoop opgegeven met de linkse regering zaken te kunnen doen. Het hervormingsproces wordt het kind van de rekening, want van zakelijk debat, laat staan ferme hervormingen, is niet veel sprake meer. Vertraging en regressie alom, zeggen die waarnemers: de importtarieven zijn omhoog gegaan om de Poolse boeren blij te maken, de belastingen zijn gestegen, de privatisering loopt vertraging op omdat Pawlak en zijn boeren het de SLD-minister van privatisering lastig maken en de opbouw van een echte markteconomie is verlangzaamd. En dat is gevaarlijk, zeggen ze, want zonder markt geen concurrentie, zonder concurrentie geen investeringen en innovatie en ook geen EU-lidmaatschap.

Wlodzimierz Cimoszewicz is vice-premier van Polen, en minister van justitie, en voorzitter van de SLD is hij ook. Hij was bijna twintig jaar lid van de toenmalige communistische partij en trad bij de presidentsverkiezingen van 1990 zonder succes in het krijt tegen Walesa.

Dat er in Polen niet wordt geregeerd of dat de hervormingen stilliggen, dat ziet u verkeerd, dat is een indruk die door de media wordt gewekt, zegt Cimoszewicz, even op bezoek in Nederland. “Er zijn meningsverschillen binnen de coalitie, maar die zijn niet substantieel. Er zijn ook toenemende problemen met de president, maar ik hoop in het staatsbelang dat we die kunnen beperken. Het hervormingsproces is niet stilgelegd, op geen enkel vlak, met uitzondering misschien van de hervorming van het administratief bestuur, waar we het onderling nog niet over eens zijn. Maar verder - er wordt hervormd.” Dat bewijzen de economische cijfers wel, zegt hij: “Die zijn heel positief, zo positief dat we er soms zelf versteld van staan.”

Dat van die mooie cijfers mag kloppen, maar de Poolse burger merkt daar nog niet zo veel van. De aanhang van Cimoszewicz' SLD gaat in de peilingen flink achteruit en menigeen - inclusief Walesa - beschuldigt de ex-communisten ervan in de verkiezingscampagne te veel te hebben beloofd. Cimoszewicz bestrijdt dat: “We hebben helemaal niet teveel beloofd, we zijn heel zorgvuldig geweest. Die beschuldigingen kwamen ook pas na onze zege. Na ons aantreden zijn er harde besluiten gevallen, bij de opstelling van de begroting en de belastingmaatregelen, en ik wil ook niet zeggen dat we geen fouten maken, maar het zijn eerder onze concurrenten die de kiezers teveel hebben beloofd dan wij. Ons beleid is ook niet fundamenteel anders dan de vorige regeringen.”

Maar dat is misschien wel wat de kiezers die de SLD aan de macht hebben geholpen de nieuwe regering kwalijk nemen. Cimoszewicz: “We kunnen geen wonderen doen. De ervaring van de laatste jaren heeft aangetoond, dat elke regering maar zeven maanden de tijd heeft gekregen om een beleid op de rails te zetten. Wij hebben onze sterke en onze zwakke kanten, maar wat vooral telt is dat we bijna een tweederde meerderheid in het parlement hebben. We zijn incompetent als het ons niet lukt aan te tonen wat dat betekent.”

Maar daarvoor is wel een beëindiging van de ruzie met de president nodig, en voorlopig ziet het daar niet naar uit. Gisteren leed de regering een zeer gevoelige nederlaag in de oorlog tegen Walesa, toen zij niet in staat bleek genoeg steun in het parlement bijeen te scharrelen om het presidentiële veto op de loonmatigingswet ongedaan te maken. Dat kost veel geld, en dat terwijl het land het nu al twee maanden zonder minister van financiën moet stellen.

Cimoszewicz: “Als wij vasthouden aan Rosati en de president vasthoudt aan zijn afwijzing van Rosati is een compromis wel erg moeilijk.”

Ziet hij nog kansen op samenwerking met de president? Hij wekt de indruk niet veel vertrouwen meer te hebben in Walesa.

“Op dit moment hebt u daarin gelijk.”

De oorlog gaat dus door.

“Misschien moeten we uitkijken naar iemand anders die verantwoordelijk is voor de regering.”

Een nieuwe president?

Wlodzimierz Cimoszewicz spreidt de handen, trekt de wenkbrauwen op en zet het gezicht in een vage glimlach.

    • Peter Michielsen