Rentabiliteit van herrezen bouwer NBM geflatteerd

DEN HAAG, 8 APRIL. NBM-Amstelland lichtte jarenlang zijn jaarcijfers toe in de kelder van het Haagse Promenadehotel, maar koos gisteren voor het prestigieuze Schevingse Kurhaus. Het illustreert de wederopstanding van de Haagse aannemer, die uit de diepten van dreigend faillisement en mogelijke fraude omhoog is geklauterd naar wat misschien nog niet de penthouse maar wel de belle etage van de bouwwereld mag heten.

Na Hollandsche Beton Groep (HBG), Ballast Nedam en Volker Stevin is NBM-Amstelland met 2,3 miljard gulden omzet en 4900 werknemers de nummer vier in de Nederlandse bouw. NBM heeft zich nu ook in andere opzichten geschaard onder de Nederlandse topbouwers. Winstgevendheid en zelfvertrouwen zijn terug, de fiscaal compensabele verliezen zijn met de slechte herinneringen verdampt. Beleggers hebben weer vertrouwen in NBM, zoals blijkt uit de koers die in twee jaar steeg van 6,50 tot ongeveer 18 gulden. Dat vertrouwen moet een bekroning krijgen met de obligatielening van 100 miljoen gulden, waarvoor de inschrijving gisteren opende.

Nog geen vier geleden was NBM-Amstelland op sterven na dood. Na de fusie in 1988 tussen Amstelland en Nederlandse Basalt Maatschappij (NBM) begon toenmalig bestuursvoorzitter M.G. van den Broek aan een aggresieve overnamecampagne, die van het concern een uitdragerij van bouwbedrijfjes maakte. NBM-Amstelland stortte zich bovendien op riskante en verliesgevende projecten, die het in 1990 aan de rand van de afgrond brachten. Met name voor de nooit gerealiseerde bouw van een gigantisch Amerikaans handelscentrum in België koesterde Van den Broek tedere gevoelens. Van den Broek werd vervangen door de toenmalige vice-voorzitter A. Baar, die - naar later bleek - privé-detective en oud-politieman G.J. Toorenaar had losgelaten op het handelscentrum. Een recherche-onderzoek naar mogelijke valsheid in geschrifte door Van den Broek vervolmaakte de ellende, die nog jaren zou aanhouden in de vorm van rechtzaken.

NBM-Amstelland begon na het vertrek van Van den Broek in stilte de talloze bedrijfjes te smeden tot een geheel, waarin vooral de weg- en waterbouw domineert. De bedrijven werden ondergebracht in clusters: infrastructuur en milieu (onder meer wegen, tunnels en grondreiniging, 27 procent van de omzet), handel en toelevering (onder meer de bouwmarkten Gamma en Karwei, 22 procent), utiliteitsbouw (onder meer fabrieken, kantoren, 22 procent), projectontwikkeling (12 procent) en woningbouw (17 procent). Verliesgevende bedrijven werden gesloten, terwijl het kerngezonde maar overbodige bedrijf IGB werd verkocht, met uitzondering van wegenbouwer Dirk Verstoep. Vorig jaar werd pas weer een grote acquisitie gedaan, van het zeer winstgevende Roelfsema, en dan nog met behulp van de Rotterdamse financier Cees de Bruin die nu 35 procent bezit in de handelspoot NBM Amstelland Beheer.

Het bedrijfsresultaat kwam vorig jaar voor het eerst boven het record van 1989 en steekt zelfs gunstig af bij dat van collega's die tobben met de huidige teruglopende bouwmarkt. Het resultaat van 50,6 miljoen ligt hoger dan de 44 miljoen van het grotere Volker Stevin en is met 2,4 procent van de omzet relatief beter dan HBG (2,3 procent), de Nederlandse nummer een. Ook de rentabiliteit (de winst als percentage het eigen vermogen), die aangeeft hoeveel rendement een belegger krijgt op zijn investering, is met 14 procent niet slecht voor een bouwbedrijf. De winstverbetering die NBM dit jaar verwacht, door opkrikken van het tegenvallende resultaat in de woningbouw en infrastructuur en verdere groei in Duitsland, versterken het beeld van een wonderbaarlijke herrijzenis.

Toch zijn er kanttekeningen te maken bij het succes van de Haagse bouwer. Zo neemt het cluster handel en toelevering, goed voor een vijfde van de omzet, maar liefst de helft van de winst voor zijn rekening. Het verlies van 1,3 miljoen gulden in de woningbouw is wel te verklaren uit een nog niet voltooide reorganisatie, maar is met de opleving van de woningmarkt toch “iets om je voor te schamen” zoals Baar grif toegeeft. De afgelopen jaren heeft NBM ongeveer 15 procent van zijn investeringen besteed aan de opbouw van een milieupoot, die echter door terughoudend overheidsbeleid niet verder komt dan 2,5 procent van de omzet.

Ook de mooie rentabiliteit van 14 procent is geflatteerd, doordat het eigen vermogen van NMB zwak is: 26,1 procent van het balanstotaal is aanzienlijk geringer dan bij Ballast Nedam (47,7 procent) of HBG (32 procent). Door de relatief grote schulden geeft dezelfde winsstijging bij NBM meer rentabiliteit dan bij een bouwer als Ballast, de zogeheten hefboomwerking. In slechte tijden slaat de hefboom echter extra hard de andere kant op, doordat de rentelasten dan toch opgebracht moeten worden. Dit risico wil NBM opvangen met de uitgifte van de achtergestelde obligatielening van 100 miljoen gulden, die het garantievermogen opkrikt tot boven de 35 procent.

De vraag is in hoeverre dit effect blijvend is, aldus NBM in het emissieprospectus. In 1998 wordt het belang in de handelsdochter teruggekocht van De Bruin voor een bedrag dat 10,5 maal zo hoog ligt als zijn aandeel in de gemiddelde jaarwinst in de onderneming gerekend over de drie voorafgaande jaren. Uitgaande van de gestelde limiet van 11,5 miljoen aan jaarwinst moet NBM dan maximaal 120 miljoen gulden betalen. De enkele tientallen miljoenen guldens goodwill moet dan weer van het eigen vermogen worden afgeboekt. Voor die tijd moet NBM-Amstelland het eigen vermogen flink hebben vergroot met winststijgingen.

    • Karel Berkhout