Mensenrechtengroep Indonesië komt met vernietigend rapport

JAKARTA, 8 APRIL. De Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens in Indonesië heeft deze week een vernietigend rapport uitgebracht over de gang van zaken bij het zogenoemde Marsinah-proces. In deze zaak staan negen mensen terecht wegens de moord op een fabrieksarbeidster uit Oost-Java die na een door haar geleide staking verdween en later dood werd aangetroffen. De commissie rept van marteling van verdachten en geeft voedsel aan de twijfel of de ware schuldigen worden berecht. Dat ze haar bevindingen in de openbaarheid bracht, leverde de commissie gisteren een compliment op van minister van buitenlandse zaken Kooijmans. Die zei hierin een aanwijzing te zien voor de onafhankelijkheid van dit gezelschap, dat in december is geïnstalleerd door president Soeharto.

De commissie zegt tijdens haar onderzoek in Surabaya en Sidoardjo, de twee plaatsen in Oost-Java waar het proces zich afspeelt, bewijzen te hebben gevonden dat de rechten van degenen die terechtstaan wegens de moord op Marsinah zijn geschonden. Zo zou vaststaan dat tijdens de verhoren in het gebouw van de militaire inlichtingendienst geen advocaten aanwezig waren en dat beklaagden er zijn gemarteld. In een verklaring van twee bladzijden, ondertekend door voorzitter Ali Said, een voormalige opperrechter, dringt de commissie bij de autoriteiten aan op bestraffing van de verantwoordelijken.

Op 9 mei 1993, enkele dagen na een door haar geleide staking bij een horlogefabriek in Sidoardjo, werd het zwaar mishandelde lichaam van Marsinah gevonden. Toen het onderzoek vijf maanden had gesleept - volgens de politie wegens obstructie door militairen -, besloot het leger in te grijpen. Negen mensen, de eigenaar, de bedrijfsleiding en bewakingspersoneel van de fabriek waar Marsinah werkte, werden zonder arrestatiebevel opgepakt en tegen een tiende, een legerkapitein, werd een zaak aangespannen voor de militaire rechtbank, die overigens nog niet heeft gediend. De negen werden wekenlang vastgehouden en ondervraagd door de militaire inlichtingendienst. De Nationale Commissie, die de beklaagden en hun advocaten alsmede de ondervragers van leger en politie heeft geïnterviewd, vond “bewijzen voor verschillende vormen van marteling, zowel geestelijk als lichamelijk”.

De beklaagden, die onder deze druk bekenden te hebben samengespannen om Marsinah te doden, trokken die bekentenis later weer in, maar de beide arrondissementsrechtbanken hielden zich strikt aan het proces-verbaal, dat is gebaseerd op de militaire verhoren. Het Indonesische Instituut voor Rechtshulp, een niet-gouvernementele organisatie, kwam na een eigen onderzoek tot de conclusie dat het proces is geregisseerd om de rol te verhullen van de ware schuldigen, die volgens de LBH moeten worden gezocht in legerkringen.

Volgens de LBH-onderzoekers is Marsinah het laatst levend gezien in het militaire districtshoofdkwartier in Sidoardjo. De Nationale Commissie stelde deze week vast dat “er mogelijk ook anderen dan de beklaagden zijn betrokken” bij de moord op Marsinah. De commissie constateerde ongerechtvaardigde bemoeienis van de plaatselijke militaire autoriteiten met de staking in de horlogefabriek. Deze zinsnede lijkt de LBH-conclusie te bevestigen dat de stakers waren ontslagen op last van de militaire commandant en dat dit nieuwe arbeidersprotesten tot gevolg had die uiteindelijk leidden tot de moord op stakingsleidster Marsinah.

Het commissierapport heeft zowel lof als ergernis uitgelokt. De bezoekende minister Kooijmans noemde het gisteren “een belangrijke stap vooruit voor de mensenrechten in Indonesië”. Een advocaat in het Marsinah-proces zei dat “de commissie lef heeft getoond” en ook woordvoerders van de LBH gaven blijk van voldoening. Het hoofd woordvoering van de strijdkrachten, brigade-generaal Syarwan Hamid, zei echter dat “de commissie haar bevindingen had moeten overdragen aan de rechtbanken, niet aan het publiek”. Moerdiono, de machtige chef van het kabinet van de president, toonde zich “verwonderd” dat de commissie zo rap tot nieuwe bevindingen was gekomen en waarschuwde dat het “niet de bedoeling is dat de commissie de taak overneemt van gerechtelijke instanties”.

De Nationale Commissie voor de Mensenrechten telt 25 leden, inclusief voorzitter Said. Onder hen zijn (ex-)parlementsleden, juristen, islamitische schriftgeleerden en een gepensioneerde politie-generaal. Die laatste, mevrouw drs. Roekmini, behoort overigens tot de meest vrijgevochten leden. De commissie kan zelf beslissen welke zaken ze in behandeling neemt, maar kan alleen aanbevelingen doen. Ze heeft geen invloed op bestaande regelgeving, kan geen gerechtelijke procedures aanspannen en ook geen namen noemen van personen of instanties die naar haar mening de rechten van de mens hebben geschonden. De commissie heeft sinds haar oprichting in december al tientallen zaken onderzocht en daarover gerapporteerd, maar de autoriteiten hebben aan nog geen enkele van haar aanbevelingen gehoor gegeven. Vice-voorzitter Marzuki Darusman zei gisteren niet voor niets tegen minister Kooijmans dat “bescherming en bevordering van de mensenrechten in Indonesië politieke hervormingen vereist”.