Kinderen zonder verjaardag; Goeden en slechten in roman van Anatoli Pristavkin

Anatoli Pristavkin: Koekoeksjongen. Vert. Gerard Rasch. Uitg. de Prom, 266 blz. Prijs: ƒ 35,-.

Tot een aantal jaren geleden werden in de Sovjet-Unie veel boeken geschreven 'voor de bureaulade'. Dit was de vaste term om aan te geven dat er geen enkele hoop op spoedige publicatie bestond. De desbetreffende werken waren niet enthousiast genoeg over de opbouw van het communisme of gingen over verboden onderwerpen. Met het aanbreken van glasnost kwamen veel van die boeken uit de la te voorschijn, soms met enorm succes. Het bekendste voorbeeld is Kinderen van de Arbat van Anatoli Rybakov, die met zijn onthullingen over de Stalintijd in eigen land grote sensatie veroorzaakte en ook in het buitenland talloze reacties opriep. In ons land gingen stemmen op dat Rybakov de Nobelprijs verdiende.

Nu, zo'n zes, zeven jaar later, heeft niemand het meer over Kinderen van de Arbat. Het nieuwe is er af, we weten het zo langzamerhand wel en ach, welbeschouwd was het in literair opzicht ook niets bijzonders. Zo'n houding heeft iets onrechtvaardigs. De Russische literatuur heeft nu eenmaal van oudsher een maatschappelijke functie die kan wedijveren met de esthetische. Op het moment van verschijnen was er blijkbaar grote behoefte aan juist dit boek, het heeft dus een onmiskenbare functie gehad en wat die literaire kwaliteiten betreft: er zijn in de geschiedenis van de Russische literatuur vaak genoeg boeken met nog minder artistieke verdienste opgehemeld.

Iets dergelijks gaat op voor Kaukasus! Kaukasus! van Anatoli Pristavkin. Het verscheen in Rusland in 1987, hetzelfde jaar als Rybakovs boek; de auteur had het voltooide manuscript in 1981 in zijn bureau gelegd 'voor minstens honderd jaar', zoals hij toentertijd veronderstelde. Het had als belangrijkste thema het verzet van de volkeren die door Stalin wegens vermeende collaboratie met de Nazi's naar Siberië werden gedeporteerd. Doordat het verteld werd vanuit het perspectief van twee weeskinderen, kon ook een tweede taboe uitvoerig belicht worden: de hartverscheurende ellende die dat soort kinderen ten tijde van Stalin kreeg te doorstaan.

Kaukasus! Kaukasus! werd enigszins overschaduwd door Kinderen van de Arbat, maar had niettemin niet te klagen over gebrek aan belangstelling in binnen- en buitenland. En terecht, hoewel ook hier geen sprake was van een meesterwerk. Het was met vaardige hand geschreven, het was spannend en vooral: Pristavkin had veel van wat hij beschreef persoonlijk meegemaakt, zodat het boek werkelijk klonk als een cri de coeur.

Van Pristavkin is nu een tweede boek in het Nederlands vertaald: Koekoeksjongen. Ook dit verhaal speelt zich af tijdens de oorlog, en ook hier wordt er verteld vanuit het perspectief van kinderen. Het gaat over kinderen die tijdens de grote zuiveringen wees geworden zijn, een lot dat Pristavkin zelf ook trof. Voor die wezen - het waren er honderdduizenden - werden er destijds speciale kampen, kolonies en tehuizen ingericht, waar de kinderen opgevoed werden als staatsgevaarlijke criminelen. Alle informatie over hun herkomst, hun ouders, hun verleden, werd hen onthouden; ze waren naamloos, vandaar de titel Koekoeksjongen.

Helaas heeft Pristavkin deze keer gemikt op een herhaling van zijn succesformule en niet begrepen dat een door kinderen verteld zielig verhaal, hoe waar gebeurd ook, niet automatisch leidt tot een lezenswaardig boek. Koekoeksjongen lijkt geschreven volgens de beste tradities van het socialistisch-realisme. De wereld is ingedeeld in 'wij' en 'zij'. De goeden zijn uitsluitend te vinden onder de arme sloebers - nog een overblijfsel uit de sovjettijd waarin iets slechts goed kon zijn als het proletarisch was. De personages missen elke psychologische diepgang; verder dan het 'ruwe bolster, blanke pit' principe komt de auteur niet. De hoofdpersoon, een weesjongen die door omstandigheden weer in contact komt met zijn verleden, schommelt heen en weer tussen groot pseudo-filosofisch inzicht in een aan het debiele grenzende naïviteit. Het geheel is doordrenkt van sentimentaliteit en clichés.

Aan het onderwerp ligt het niet. Een sobere beschrijving van de misstanden in de kindertehuizen had heel belangwekkend kunnen zijn. Zeker de laatste jaren heeft het een extra dimensie gekregen door de schrikbarende toename van het aantal 'kinderen van de rekening' in de voormalige Sovjet-Unie. Kinderen op wie niemand zit te wachten, zonder verleden en toekomst. Beschreven met wat meer gevoel voor nuance had ook de verwarring kunnen aanspreken van een kind dat voor het eerst geconfronteerd wordt met zijn vorige leven. Plotseling zijn daar tastbare herinneringen aan zijn ouders, plotseling heeft hij een naam, een adres, een verjaardag. En zijn pogingen het onrijmbare te rijmen: hoe kan het dat zijn vader, die volgens getuigenissen een edel en moedig mens was, toch veroordeeld werd als vijand van het volk? Hoe kan het dat de grote en rechtvaardige Stalin daar geen stokje voor gestoken heeft, evenmin als voor al het andere onrecht dat de jongen om zich heen ziet?

En zelfs als veel van de problematiek inmiddels bekend is, zelfs als iedere Rus afzonderlijk op dit moment andere dingen aan zijn hoofd heeft, dan nog had een boek als Koekoeksjongen nodig kunnen zijn. De beerput moet leeg tot op de bodem, wil het genezingsproces dat de Russische maatschappij (hopelijk) doormaakt, slagen. Dat daarbij veel herhalingen vallen, is onvermijdelijk. Maar goedkoop effectbejag als in Koekoeksjongen is nergens goed voor.

    • Helen Saelman