'In Brussel weet men nog niet hoe boos Athene kan worden'

ATHENE, 8 APRIL. Op een spotprent in het Atheense dagblad Ethnos staat Griekenland afgebeeld als ter dood veroordeelde. Het land mag kiezen door welk peloton het wordt terechtgesteld: het Europese of het Amerikaanse. Griekenland kiest voor het Amerikaanse, “want dat is filhelleens”.

De tekening slaat op het feit dat Griekenland de laatste tijd werd geconfronteerd met twee missies “van goede diensten”. Een van EU-commissaris Van den Broek, die onverrichterzake terugkeerde en een van VN-bemiddelaar Cyrus Vance die nog in het verschiet ligt.

De mislukte bemiddelingspoging van Van den Broek heeft er toe geleid dat Griekenland een EU-rechtzaak wacht, als het embargo tegen de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië niet binnen een week wordt opgeheven. In die week valt, op 11 april, een nieuwe poging van de Amerikaanse bemiddelaar Cyrus Vance om de beide partijen tot elkaar te brengen. Hij ontvangt dan in New York, los van elkaar, de Macedonische minister van buitenlandse zaken, Stevo Crvenkovski, en de Griekse diplomaat Zacharakis, secretaris-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken.

Zal deze inspanning tot intrekking van het precedentloze Brusselse dreigement - nota bene tegen de EU-voorzitter - leiden? De meningen hierover lopen sterk uiteen. Minister van defensie Arsènis uitte zich gisteren tijdens een lunch met de buitenlandse correspondenten veelbetekenend over de Amerikaanse bemiddeling: “De elfde april is er ook nog”. Maar de Grieken vrezen ook dat het Brusselse besluit naar het Hof te gaan, de president van de Macedonische republiek, Kiro Gligorov, nòg halsstarriger zal maken dan hij al was. Athene zou het zich niet kunnen veroorloven, onder juridische druk van de EU de maatregelen tegen het buurland (die hier officieel “tegenmaatregelen” heten) in te trekken. Vooral niet tegenover de publieke opinie, die door het jongste EU-initiatief alleen maar méér is verhit. “Ze weten nog niet hoe boos we hier kunnen worden”, schreef gisteren het dagblad Kathimerini.

In het EU-besluit wordt de Macedonische republiek verzocht te heroverwegen of niet enkele artikelen van de grondwet kunnen worden gewijzigd en of de vlag met de 16-stralige Zon van Vergina, een in Griekenland gevonden symbool, niet kan worden vervangen. Gligorov heeft meermalen te kennen gegeven dat hij dit aan het parlement kan voorleggen, maar niet zolang het embargo in werking is.

Athene van zijn kant wil het embargo niet opheffen, zolang Gligorov bovengenoemde tekenen van goede wil niet heeft gegeven. Een kind kan voor dit geschil de oplossing bedenken: gelijk oversteken, en dat is ook de formule waar de Amerikaanse bemiddelingsstrategie op afstevent.

Er is nog één complicerende factor: voor wijziging van grondwet en vlag is in Skopje een tweederde meerderheid nodig in het parlement, waar de nationalisten de grootste fractie vormen. Wie garandeert Athene dat deze meerderheid er komt? Een formule die dit zou kunnen ondervangen, en die de Grieken tevens gezichtsverlies zou besparen, zou kunnen zijn dat het embargo niet wordt opgeheven, maar “opgeschort”, hetgeen de dreiging inhoudt dat het weer wordt ingesteld als het parlement in Skopje dwarsligt.

Deze week is de Amerikaanse diplomaat Combras zijn werkzaamheden in Skopje begonnen, maar nog niet als ambassadeur. Hij is 'directeur van het Amerikaanse diplomatieke bureau'.