Ik werk met fouten; Anton Corbijn over onscherpe foto's, kleur en het tijdsbeeld

De Nederlandse popfotograaf Anton Corbijn maakt geen flatteuze foto's van de sterren, maar toch kan hij het zich permitteren om alleen nog op verzoek te werken. Een selectie van zijn portretten is nu te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam. “Mijn enige sterke punt is mijn omgang met mensen, daardoor krijg ik bepaalde foto's gedaan. De techniek is totaal basic,” zegt Corbijn.

Tentoonstelling: Anton Corbijn. Foto's en video's in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 15 mei. Dag. 11-17u.

Er zullen ongetwijfeld Amsterdammers zijn die denken dat Anton Corbijn een zwarte man met een leerachtige huid en een indringende oogopslag is. Dit portret van Miles Davis hangt immers overal in de stad om Corbijns tentoonstelling in het Stedelijk Museum aan te kondigen. Anton Corbijn (1955, Strijen) is fotograaf van popmusici en andere celebrities. Hij kreeg dinsdag de Capi-Lux Alblasprijs 1994 voor zijn oeuvre; een keuze uit zijn grofkorrelige zwart-wit portretten is in zes zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien.

Ooit noemde de journalist Ron Kaal hem de 'zwarte zwart-wit fotograaf'. Zwart is in Corbijns werk inderdaad nadrukkelijk aanwezig. Schaduwen zijn 'dichtgelopen', op de plaats waar iemands haar moet zitten is alleen een stuk zwart te zien en donkere kleren vallen weg tegen de achtergrond. Ook in lichtere tinten is het zwart nooit grijzig; het is hoogstens een minder geconcentreerd zwart.

Op Corbijns portretten wordt nooit gelachen en het onderwerp staat in een geisoleerde omgeving die niet herkenbaar is. Soms is die zo onscherp, dat een trap of pilaren alleen nog een grafisch effect hebben. Het maakt daarom nauwelijks uit of Corbijn een portret maakt in de woestijn of op het strand van Scheveningen.

Van zangeres Sinead O'Connor hangt in het Stedelijk een prachtige opname. Tegen een haarscherpe achtergrond is haar hoofd als een grote vage bal, met twee zwarte vlekken op de plaats van haar ogen. Zanger Nick Cave staat in de felle zon voor een houten wand; zijn blik is ernstig maar zijn schaduw met de bungelende sigaret in een mondhoek is sprekend Lucky Luke. Schilder/zanger Captain Beefheart heeft een weerloze houding, want aangetroffen zonder zijn hoed. En op een versleten crapaud zit fotomodel Kate Moss met haar blote voeten als dode vissen op de voorgrond.

Anton Corbijn begon zijn loopbaan twintig jaar geleden bij het muziekblad Oor. In 1979 verhuisde hij naar Engeland om voor New Musical Express te werken en later ook voor Amerikaanse bladen. Inmiddels werkt hij vrijwel alleen nog op verzoek van de muzikanten zelf. Door de nauwe samenwerking met sommige groepen gaan zijn bemoeienissen verder dan de fotografie. Zo maakt hij foto's voor de platenhoezen van onder andere Automatic for the People van REM, de The Joshua Tree van U2 en de laatste drie cd's van Depeche Mode. Sinds tien jaar maakt hij ook videoclips en met groepen als U2 en Depeche Mode denkt hij mee over hun image.

“Muzikanten blijven me interesseren en daarom blijf ik ze fotograferen,” zegt Corbijn in een Amsterdamse hotelkamer op de ochtend van de opening van zijn tentoonstelling in het Stedelijk. “Ook muziek blijft me interesseren en daarom maak ik video-clips, want video's zijn nauwer bij de muziek betrokken dan fotografie. Het is niet zo dat mijn stijl beter past bij popmuziek dan bij andere disciplines. Ik fotografeer ook mensen uit de literatuur en film. Er bestaan raakvlakken tussen de verschillende kunsten: William Gibson en Wim Wenders zijn bijvoorbeeld van invloed geweest op U2. William Burroughs heeft veel muzikanten beinvloed.” Corbijn zegt zelf beinvloed te zijn door de fotografen de fotografen Irving Penn, Robert Frank, Elliott Landy en Michael Cooper. “Cooper was fotograaf van The Beatles en The Rolling Stones, en van Allen Ginsberg, Marianne Faithfull en Francis Bacon. Behalve dat hij hun portretten maakte, gaf hij ook een tijdsbeeld van de jaren zestig. Het is tegenwoordig veel moeilijker om uit foto's een tijdsbeeld te halen. Kijk maar naar foto's uit de jaren tachtig: alles werd strak geregisseerd. En je kreeg nooit portretten te zien als er geen toestemming voor gegeven was. Nu, in de jaren negentig, heb ik het gevoel dat het weer wat losser aan het worden is. Er worden weer meer verschillende invloeden toegelaten in het beeld.”

Rotzooi

Is volgens Corbijn de rol van het beeld belangrijker geworden in de muziek? “Veel belangrijker. Maar niet alleen op het gebied van de popmuziek, op alle vlakken. Iedereen heeft minder tijd voor alles en beeld is makkelijker op te nemen dan tekst. Dus de rol van mensen die visuals maken is prominenter geworden. Helaas wordt er zoveel rotzooi gemaakt. Ik zie het als mijn plicht dingen te maken die wel zin hebben.”

Zijn ongewone, en niet altijd flatteuze beelden van beroemdheden komen tot stand met weinig aandacht voor techniek. “Mijn enige sterke punt is mijn omgang met mensen, daardoor krijg ik bepaalde foto's gedaan. De techniek is totaal basic. Ik gebruik altijd hetzelfde soort filmpje en ik heb maar twee lenzen. Ik werk wel met 'fouten' van de techniek, zoals het dichtlopen van schaduwen, onscherpe instellingen. Dat mijn foto's vaak onscherp zijn is inmiddels een soort standaard-grap geworden: 'I bet I'm gonna be out of focus'. xp“Zwart-wit fotografie heeft voor mij geen verrassingen meer. Ik weet precies wat het effect is van die onscherpte. Bijvoorbeeld dat vage portret van Sinead O'Connor. We liepen samen door Dublin, en bij deze foto wilde ik het idee oproepen van agressie. Dat iemand ongewild vlak voor je camera komt staan.”

Kiekjes

Eind jaren tachtig publiceerde Corbijn een selectie van zijn zwart-wit foto's in famouz, photographs 1976.88. Dit boek ziet hij nu als de afsluiting van een periode. Na famouz ging hij experimenteren met kleur, en begon hij te werken met een Hasselblad-camera in plaats van kleinbeeld. Op de tentoonstelling zijn een paar kleurenfoto's te zien. Het zijn stillevens of nauwelijks herkenbare portretten van modellen. “Daarbij maak ik wel gebruik van techniek. Met kleur deel je ook heel andere dingen mee dan met zwart-wit. Ik zie het als een soort beeldhouwen. Kleur is abstracter. Daarom is het minder geschikt voor mijn 'personality-portretten'.”

In vergelijking met zijn foto's uit famouz zijn de recente portretten van Bono, Henry Rollins of Naomi Campbell 'losser'. Ze lijken soms toevallig ontstaan. “Dat is ook wat ik probeer. Met die Hasselblad werk ik alsof het kleinbeeld is. Andere fotografen gebruiken een statief maar ik doe alles uit de hand, ik heb vrij stabiele handen. Ik wil kiekjes maken, bijna als candid-camera. Het moet vooral niet geposeerd zijn.”

“Vroeger durfde ik situaties niet zo los te laten, nu ben ik vrijer geworden. Eigenlijk probeer ik ook minder sterke composities te maken. Dat is niet makkelijk. Want een evenwichtige verdeling van het vlak gaat mij moeiteloos af. Maar op het ogenblik vind ik het een probleem omdat de composities soms zo sterk zijn dat ze alle aandacht van de kijker opeisen en de inhoud verhullen. Ik wil graag dat mensen die ook zien.”