Het 'buitenland' blijft een gevoelige zaak in Suriname

PARAMARIBO, 8 APRIL. Met krijtje en schoolbord legt de parlementariër Frank Playfair zijn gehoor in theater Unique uit hoe het buitenland de Surinaamse economie heeft verwoest. Het stopzetten van de hulp door Nederland na de decembermoordenin 1982, de kapitaalvlucht daarna, en de aanslagen van het Junglecommando op de bauxietfabriek in Moengo en de waterkrachtcentrale bij Afobaka.

Alle drie ontwikkelingen die vanuit het buitenland zijn geregiseerd in een “bewuste poging de Surinaamse economie te vernietigen”, aldus Playfair, parlementslid voor de Democratische Partij, een tweemansfractie die zich eind jaren tachtig afscheidde van Desi Bouterse's Nationale Democratische Partij.

'Het buitenland' - de Verenigde Staten en Nederland - ligt gevoelig in Suriname. Politici in Paramaribo lieten de afgelopen dagen geen kans onbenut om te onderstrepen dat niet Suriname maar Nederland het IMF “nodig heeft” om de sanering van de economie te begeleiden. Met het standpunt dat de regering-Venetiaan gisteren heeft ingenomen lijkt dat nu een gepasseerd station: Suriname wil de zaak zelf opknappen. De vraag is hoe Suriname dat kan zonder Nederlandse betalingsbalanssteun - zonder IMF-goedkeuring loopt Suriname bovendien het risico opnieuw in een internationaal isolement te belanden. Afgezien van post-koloniale angst voor buitenlandse inmenging en gekrenkte nationale trots, speelt in het standpunt van de regering ook de vrees een rol voor een harde economische sanering: de sociale gevolgen zouden een wig kunnen drijven tussen vakbeweging - met de Surinaamse Partij van de Arbeid vertegenwoordigd in het kabinet - en de regering.

De economische situatie in het land verslechtert intussen dagelijks, ondanks pogingen van de regering-Venetiaan het tij te keren. Sinds de regering eind vorig jaar de wisselkoers vrijliet en een voorzichtig begin maakte met de liberalisering van de handel, zijn de prijzen van levensmiddelen opnieuw met tientallen procenten gestegen. De overheid heeft de ongeveer 50.000 ambtenaren - de helft van de Surinaamse beroepsbevolking - per 1 april een loonsverhoging van honderd procent beloofd, met terugwerkende kracht vanaf januari. Niet genoeg, vinden kritici, zoals de leden van de Bond van Leraren die al een maand staken voor een verhoging van ongeveer 400 procent.

Venetiaan waarschuwde twee jaar geleden al dat de toestand in het land eerst erger zou moeten worden alvorens te verbeteren - maar de grens is voor veel Surinamers bereikt. De malaise trekt een zware wissel op de samenleving: de criminaliteit is volgens politiebronnen sterk toegenomen, met name het aantal gewelddadige overvallen en berovingen. Ook anderszins staat de moraal in de samenleving onder druk: een specialist van het Academisch Ziekenhuis raakte in opspraak omdat hij zelfs on- en minvermogenden, de minst draagkrachtige Surinamers, zeshonderd gulden liet betalen voor een behandeling.

Ook de loonsverhoging voor ambtenaren die de regering heeft aangekondigd om de ergste nood te lenigen stuit echter op kritiek. De inflatie zal er niet door worden beteugeld, aldus de Vereniging Bedrijfsleven Suriname, en bovendien zou de regering er beter aan doen ernst te maken met de beloofde sanering van het ambtenarenapparaat. De hogere lonen (kosten: 78 miljoen per maand) moeten worden betaald uit de opbrengst van dollarveilingen, zo heeft de regering voorgesteld, waarbij een onderkoers moet gelden van een dollar voor 150 Surinaamse guldens. De koers tekent de toestand van het land: een jaar geleden beliep die nog een op tachtig. Nederland leverde tot voor kort deviezen voor de veiling.

De voortgang bij de hervorming van de economie verloopt tergend langzaam. Er moet bijvoorbeeld nog een knoop worden doorgehakt over een suppletie-regeling voor midden- en hoger ambtelijk kader, om de leegloop van hoogopgeleiden bij de departementen en in het onderwijs tegen te gaan. Per 1 juli moet een uniforme wisselkoers zijn ingevoerd. Ook moet dan een eind komen aan het inflatoire bijdrukken van bankbiljetten om het overheidstekort aan te vullen. Volgens de president van de Surinaamse Centrale Bank A. Telting is zo vanaf 1983 vijf miljard gulden in de samenleving gepompt, ruim het dubbele van wat het land kan opnemen. De veilingen van Nederlandse guldens die de overheid vorig jaar hield hebben wel miljoenen Surinaamse guldens afgeroomd, maar niet echt zoden aan de dijk gezet omdat de regering doorging met het bijdrukken van geld voor salarissen.

Een begin is inmiddels gemaakt met hervorming van de belastingdienst. Bijscholing en automatisering moeten de slagvaardigheid van de dienst vergroten en de kans op vriendjespolitiek en corruptie verkleinen. Dat kan geen kwaad: volgens minister van financiën H. Hildenberg hebben ongeveer 130 belastingplichtige bedrijven en particulieren een achterstand van in totaal 1,2 miljard gulden. Dat is bijna evenveel als het totale bedrag aan directe en indirecte belastingen dat de overheid in 1993 binnenkreeg. Om de wanbetalers - de rijksten van het land, onder wie ex-legerleider Bouterse en tal van handelaren - aan te pakken, is een vijftien man sterke speciale 'tax force' ingesteld. In de operaties 'Diamond Fish' en 'Gold Fish' gaan ze de dossiers stuk voor stuk afwerken.

Begin deze maand is ten slotte de langverwachte verhoging van de invoerrechten ingevoerd. De maatregel, bedoeld om de consumptieve import-economie van Suriname om te buigen tot een produktieve export-economie, is echter al zo lang geleden aangekondigd dat kritici er weinig van verwachten. Volgens Frank Playfair heeft de regering de handelaren bewust meer dan voldoende tijd gegeven voorraden op te bouwen, zodat er de komende twee jaar vrijwel niets zal worden geïmporteerd. Behalve dan misschien, wrang genoeg, rijst. Volgens de commissie Distributie Eerste Levensbehoeften, ingesteld om de ergste nood onder de bevolking te lenigen, zal de vooraad die niet voor de export is bestemd onvoldoende zijn om iedereen rijst te garanderen. Voor mei tot oktober moet nog 9.000 ton worden 'gevonden' - wie weet zal het rijst-exporterende Suriname voor de eigen consumptie dus rijst moeten importeren, aldus de commissie. In veel gewone Surinaamse gezinnen veroorzaakte de rapportage van de commissie - waarvan onder meer de politicus en vakbondsman Fred Derby lid is - eind maart woede en onrust. Voor het tv-journaal verklaarde voorzitter P. Radakishun van de commissie dat de Surinamers “zuiniger” moeten gaan eten: minder rijst en meer cassave, koken met minder olie. “Dat is het toppunt”, aldus een gepensioneerde ambtenaar die bij het horen van dit nieuws woedend was opgeveerd uit zijn stoel. “Zelf eten ze er niet minder om. Wij liggen nu al krom en dan zeggen ze ijskoud dat we zuiniger moeten eten? Ze zijn gek geworden.”