Hedonist uit eigenbelang; Michel Onfray's alternatieve moraal

Michel Onfray: La sculpture de soi. La morale esthétique. Uitg. Grasset, 286 blz. Prijs ƒ 51,65.

Michel Onfray is hedonist. Het leven is er voor het aangename, niet voor de versterving, vindt hij. Het hier-en-nu gaat voor de beloften van een lichtende toekomst. Het ik gaat voor de ander.

Dat is in de wijsbegeerte geen populaire mening. Moraalfilosofen preken liever altruïsme, spaarzaamheid en plicht. Kant ontzegde een handeling die uit eigenbelang werd verricht ronduit elke ethische waarde. In zijn vorig jaar in het Nederlands vertaalde boek De kunst van het genieten haalde Onfray deze ascetische moraaltraditie al over de hekel. In zijn recente essay La sculpture de soi probeert hij, geholpen door Nietzsche en met een fikse vleug Foucault, een alternatieve moraal te ontwikkelen.

Onfray zoekt het niet in regels en voorschriften. Individualisme is zijn credo, en dat betekent dat ieder zijn eigen leefregels moet vormen. Alleen de persoonlijke onafhankelijkheid is een absolute waarde. Onfray's ideaal is niet de gemeenschapsmens, maar de ridderlijke Einzelgänger, waarvoor de figuur van de vijftiende-eeuwse condottiere model staat.

Onfray's ethiek is een moraal van zelfvervolmaking. De condottiere boetseert zichzelf tot toonbeeld van ridderlijkheid. Hij is krachtig en viriel, schrijft Onfray, maar hij is geen man van blind geweld en nog minder van sadisme. Hij wil genieten, maar beoogt ook het plezier van anderen. Niet uit naastenliefde, maar omdat een leven temidden van lijden en ellende nu eenmaal weinig aangenaam is. De hedonist pleziert de anderen uit eigenbelang.

Verachting

Wie een sociale ethiek zoekt, vindt bij Onfray bitter weinig. Terloops merkt hij op dat het menselijk verkeer soms collectieve regels en sancties vraagt, maar hoe die eruit zien en hoe ze zich tot de esthetische moraal van het individu moeten verhouden blijft onduidelijk. Onplezierige contacten gaat men maar het best uit de weg, schrijft hij. Tegenover onaangename sujetten heeft de hedendaagse condottiere nog altijd het morele wapen van de verachting.

Onfray heeft geen systematisch tractaat geschreven. Dat zou in zijn vitalistische filosofie ook moeilijk passen. La sculpture de soi is een virtuoos geschreven pleidooi, dat in Frankrijk terecht bekroond is met de Prix Médicis voor essayistiek. Het boek is eerder suggestief dan argumenterend, maar aan de provocatie ervan kan de filosofie niet gemakkelijk voorbij gaan. Hoe houdbaar is inderdaad het door Onfray bestreden ethisch universalisme, dat zegt dat we ten opzichte van alle mensen in principe gelijke verplichtingen hebben? Waarom zouden moraal en eigenbelang elkaar eigenlijk moeten uitsluiten?

Maar Onfray's impressionistische essayistiek is tegelijk zijn filosofische Achilleshiel. Uit de ingrediënten van zijn condottiere-moraal kan ook de kleinsteedse Amerikaanse ethiek in elkaar worden geknutseld. Geen volk is zo trots op zijn vrijheid, zo geobsedeerd door zelfvervolmaking en zo efficiënt in zijn verachting dat het slachtoffer geen andere keuze blijft dan to run out of town. Ongetwijfeld het tegenovergestelde van wat Onfray beoogt, maar met louter retorische virtuositeit is die moraal nog niet van tafel. Dat vraagt om precieze argumenten en geduldige redeneringen. Daarvoor is een condottiere niet in de wieg gelegd.

    • Ger Groot