Europa wil opvolger supersone Concorde

ROTTERDAM, 8 APRIL. Drie Europese vliegtuigbouwers gaan gezamenlijk de mogelijkheden onderzoeken voor de produktie van een opvolger van de supersonische Frans-Britse Concorde die al een kwart eeuw vliegt. Deutsche Aerospace (Dasa), British Aerospace en het Franse Aerospatiale, die al samenwerken in Airbus Industrie, hebben dat gisteren in München bekendgemaakt. Volgens Dasa, dat een meerderheidsbelang heeft in Fokker, vindt het onderzoek plaats in het kader van het European Supersonic Research Programme en dient 'the son of the Concorde' in de tweede helft van het volgende decennium het luchtruim te kiezen.

Het nieuwe toestel moet met tweemaal de snelheid van het geluid zo'n 250 passagiers kunnen vervoeren over een afstand van 10.000 kilometer. Hij moet bovendien aan strenge eisen voldoen wat betreft geluid en uitstoot van kwalijke stoffen. De huidige Concorde, waarvan er nauwelijks een dozijn vliegt bij Air France en British Airways, transporteert slechts 110 passagiers over 6600 kilometer en spot met de moderne milieu-eisen.

De drie Europese bedrijven zullen voortbouwen op studies die zij al afzonderlijk hebben verricht en dit jaar 100 miljoen dollar steken in hun gezamenlijk voortgezette studie. De totale ontwikkelingskosten van het nieuwe toestel worden op 15 miljard dollar geschat, bijna viermaal zo veel als die van het duurste toestel tot nu toe, de Boeing 777 die volgende maand voor het eerst de lucht in gaat. De Europese bouwers zijn daarom voornemens subsidie aan te vragen bij hun nationale regeringen en bij Brussel. Volgens een in 1992 beklonken akkoord tussen Washington en Brussel mag echter niet meer dan eenderde van de ontwikkelingskosten van een nieuw vliegtuig door overheden worden gefourneerd.

Het Amerikaanse Boeing studeert al sinds 1986 op de ontwikkeling van een High Speed Commercial Transport (HSCT). Maar een woordvoerder van dit concern meent dat de ontwikkeling van een niet supersone 'super-jumbo' voor 600 à 800 passagiers voorrang zal krijgen.