Eenzaam tussen schuldeloze mensen; Armando's gevecht tegen het vergeten

Armando: Voorvallen in de Wildernis. Uitg. De Bezige Bij, 159 blz. Prijs: ƒ 34,50.

Het literaire werk van Armando is een mooi voorbeeld van een groot klein oeuvre. Klein, omdat het in taal en thematiek sterk afgebakend is. Groot omdat de inzet waarmee die afgebakende wereld wordt geëxploreerd, aan monomanie grenst. Een tekst van Armando is, net als zijn schilderijen, van mijlenver herkenbaar. Als je de woorden 'plek', 'schuld', 'vijand' of 'medemens' tegenkomt in een context van oorlogskwaad, bekeken met een krampachtig onbevangen blik, vertoef je in de wereld van Armando. Geen tekst van Armando die die elementen niet bevat.

Over het waarom van zijn oorlogs-obsessie liet Armando zelden het achterste van zijn tong zien. Natuurlijk, hij is een kind van de oorlog. Maar oorlog, georganiseerd geweld is - daarnaast of daardoor? - iets dat hem, net als boksen, an sich fascineert. Voor de kunstenaar Armando lijkt 'het krijgsgewoel' een wrede schoonheid te hebben, waarvoor 'meedogenloos' het trefwoord is. Hetzelfde woord waarmee Armando eens, in een interview met K. Schippers en Betty van Garrel, zijn eigen (beeldende) kunst omschreef. Vorm en inhoud moeten bij Armando één zijn.

De teksten vertellen hoe meedogenloos 'de medemens' kan zijn en hoe gretig hij dat vergeet. Het oeuvre van Armando zelf is een poging om dat vergeten tegen te gaan. Daarbij is het Armando niet te doen om bij de lezer een Dat-Nooit-Weer-illusie op te wekken. Wel om hem tot in detail te laten zien hoe dat oorlogskwaad er uitziet. Alle krachten die daar aan kunnen bijdragen worden aangeroepen. Niet alleen het slachtoffer, ook de dader, de ooggetuige en wat doorgaans 'stille getuigen' genoemd wordt - Armando's inmiddels ingeburgerde begrip 'schuldig landschap' - vertellen hun verhaal. In een harde, bedrieglijk heldere taal. Het is al met al een oeuvre dat niet te negeren is. Een ongenaakbaar oeuvre - juist door die tweeslachtige fascinatie.

Veldheer

Ook Armando's nieuwste boek Voorvallen in de Wildernis kent vele stemmen. Er is een ik, een hij, een 'veldheer', een 'iemand' en 'de man met de smalle ogen'. Zelfs bloemen, bomen en beren praten. Maar met de verhalen die verteld worden, is iets ongewoons aan de hand. Ze gaan op een heel nadrukkelijke manier niet, bijna niet, over de oorlog. De 'veldheer' kondigt dit in het begin al aan: “Ik wil ditmaal over de reizen schrijven, die ik na de oorlogsjaren mocht maken in het verre westen. Misschien dat ik een enkele maal gewag maak van de oorlog, maar ik zal proberen het te vermijden. Ik hoop dat je begrijpt dat ik er niet geheel aan zal kunnen ontkomen.” En zo is het.

De verschillende stemmen hebben veel met elkaar gemeen. Ze maken alle deel uit van een afgebakend, eenzaam universumpje dat over de wereld rolt. Ze leven allemaal met een 'oorlogsverleden' in een vredig heden, zijn in zekere zin ballingen in de tijd. Dat zint ze niet. De veldheer, bijvoorbeeld, hoopt op levens na de dood; eerst zal hij circusartiest worden, daarna huursoldaat. 'Uit vertwijfeling. Wegens heimwee naar de slagorde.'

De ik praat met een paardebloem die groeit in een strafkamp 'waar de medemensen elkaar zo gretig vernederden'. Hij verwijt de paardebloem: 'Jullie trekken je ook nergens wat van aan, hè.' De paardebloem haalt z'n schouders op. 'Zeur niet zo.'

Ergens anders wordt de ik geobserveerd door de hij. Daar wordt de hij niet vrolijker van: “Er was in zijn nabijheid geen oorlog meer, de oorlog was niet meer onder handbereik en daar moest hij blij om zijn, zeiden ze, en dat vond hij zelf ook wel een beetje. Maar ik betwijfel of hij de steeds luidruchtiger wordende vrede wel kan verdragen.”

Die 'ze', dat zijn de lawaaiige 'medemensen' van het oorlogloze heden. De ik en de hij hebben hen niets te vertellen: 'Nieuwe schuldeloze mensen die van niets weten en beslist niets willen weten. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. Niet erg veel, maar wel wat anders.' Even verderop zegt de ik het nog duidelijker: 'Ik voel me in de steek gelaten.' Vandaar dat hij soms naar het museum gaat om naar het kanon te kijken. Het kanon en hij hebben een hoop gemeen, omdat ze hetzelfde verleden delen: 'We zijn vermoeide resten.'

Omdat hij niet de hele dag bij het kanon kan slijten, probeert de ik ook elders tot rust te komen. Maar de wereld bestaat vooral uit onbetrouwbare, ordeloze 'dingen', waaraan veel beschouwingen worden gewijd. “Het allerliefst begeven ze zich in het rijk der gruzelementen. Ze willen in gruzelementen vallen, gruzelementen.” Nee, alleen in de meest onherbergzame natuurgebieden van Amerika heerst de rust een beetje.

Daar zijn grote en hoge 'eenzame' rotsen. Daarin lijken de rotsen erg op de reiziger en dat schept een band. Met name met de allereenzaamste rots heeft hij iets. “Omdat de zon hem niet beschijnen wilde, was hij een donkere rots, die in z'n eigen schaduw leefde.” En: “Hij had zich om onbekende redenen afgezonderd. Maar het kan ook zijn dat de belendende rotsen uit eigen beweging een flink eind verderop zijn gaan staan.”

Ondanks de belofte van de ik om niet te klagen, betrap je hem soms op geklaag. Maar dat is slechts incidenteel het geval. Voorvallen in de Wildernis is een indrukwekkend boek. Het vloeit aan de ene kant logisch voort uit Armando's overige werk en breekt er anderzijds voorzichtig mee.

De reizen in Voorvallen in de Wildernis gaan deels door een land waar het oorlog geweest is. Dat is het vertrouwde Armando-landschap. En nog steeds is er sprake van een intens gevecht tegen vergeten. Maar voor het eerst lijkt het wezen dat na zijn dood huursoldaat wil worden, echt om zich heen te kijken. Hij ziet dan dat hij een van de weinigen is die nog precies weet wat er niet vergeten mag worden.

Dat is: een oorlogsverleden dat niets met 'goed' of 'fout' te maken heeft, maar domweg een verleden is waar niet meer van los te komen is. De huursoldaat heeft een obsessie die nog slechts door weinigen zo intens wordt gedeeld. Hij is 'eenzaam tussen schuldeloze mensen'. Dat dat zo is, komt door de tijd. Als je het oeuvre van Armando beschouwt als een gevecht tegen die meedogenloze tijd, dan is Voorvallen in de Wildernis dus een logisch slot. Een slot waarin geconstateerd wordt dat de tijd definitief heeft gewonnen.

Dat is mooi, zoals ook de kapotte, eenzame boom die ergens in de Wildernis staat mooi is. Gehavend, maar niet te negeren.

GERTJAN

VAN SCHOONHOVEN

Ik hou van de wapenen.

Ik hou vooral van de wapenen als ze tot rust gekomen zijn, als ze niet meer dienen. Ze plegen zich in zo'n geval naar een museum of iets van dien aard te begeven. Ze zijgen neer in de een of andere zwijgende zaal, en ze laten zich bekijken. Dag en nacht staan ze daar te staren. Ze zijn tot bezinning gekomen. Ze bezinnen zich. Geen greintje schuld.

Er stond een kanon in het museum. Ik dacht dat ik 'm herkende. Hij kwam me bekend voor.

Ik zou graag weer eens tegen z'n wielen slapen, zoals destijds aan het front. We zijn immers tot rust gekomen. We zijn vermoeide resten. De aanval is tot stilstand gekomen. Geen geluid meer, geen zuchtje wind.

UIT: ARMANDO, VOORVALLEN IN DE WILDERNIS

Ik hou van de wapenen.

Ik hou vooral van de wapenen als ze tot rust gekomen zijn, als ze niet meer dienen. Ze plegen zich in zo'n geval naar een museum of iets van dien aard te begeven. Ze zijgen neer in de een of andere zwijgende zaal, en ze laten zich bekijken. Dag en nacht staan ze daar te staren. Ze zijn tot bezinning gekomen. Ze bezinnen zich. Geen greintje schuld.

Er stond een kanon in het museum. Ik dacht dat ik 'm herkende. Hij kwam me bekend voor.

Ik zou graag weer eens tegen z'n wielen slapen, zoals destijds aan het front. We zijn immers tot rust gekomen. We zijn vermoeide resten. De aanval is tot stilstand gekomen. Geen geluid meer, geen zuchtje wind.

UIT: ARMANDO, VOORVALLEN IN DE WILDERNIS