Een witte plek in Kongo; Breekbare emoties in roman van Mineke Schipper

Mineke Schipper: Conrads rivier. Uitgeverij Contact. 224 pag. Prijs ƒ 29,90

Het nieuwe boek van Mineke Schipper, hoogleraar interculturele literatuurwetenschap te Leiden, gaat niet over Afrikaanse literatuur zoals al haar vorige werk. Het is een roman die in Afrika speelt. Nu neig ik ertoe in mijn brevier het standaardgebed 'Heer, verlos ons van romanschrijvende literatuurwetenschappers' op te nemen. Maar allengs verstomde het geprevel daarvan. Ik heb wel kritiek op het boek, maar heb het geboeid gelezen.

Conrads rivier heet de roman en Conrads novelle Heart of Darkness slingert zich door het boek als de Kongorivier door het donkere continent. Licht en donker zijn het thema van Conrads novelle. Als jongetje was Marlow gefascineerd geraakt door de witte plekken op de wereldkaart. De grootste, de 'witste', Kongo, was hem een ware hartstocht geworden. Sedertdien was de kaart ingevuld. 'It had become a place of darkness'. In dat zinnetje ligt het hele probleem van Conrad met betrekking tot het koloniale verleden opgesloten.

De hoofdfiguur uit Conrads rivier is een studente Engels - ze is net afgestudeerd op een scriptie over Heart of Darkness - die zo onverstandig is met een meneer die ze nauwelijks kent in het huwelijk te treden. Deze meneer wordt directeur van een textielbedrijf in Kongo en zo komt het meisje terecht in een land dat in burgeroorlog is.

Aan Kongo is op dat moment niet zoveel te ontdekken. Zoveel temeer ontdekt het meisje aan zichzelf. Als een witte plek is ze naar Afrika gegaan en ze wordt er prettig zwart. Haar echtgenoot blijft zeer wit en dus onaangenaam zwart. Door haar contacten met zwarte studenten gaat ze wat begrijpen van de kwalijke rol die het Westen nog steeds in Afrika speelt. Zo komt ze in conflict met haar echtgenoot. Katalysator van dit alles is de uit Zuid-Afrika verbannen student Mofolo, die een scriptie schrijft over Heart of Darkness.

Zo samengevat heeft het wat karikaturaals. Helemaal wegnemen wil ik die indruk niet. Er zit iets schools in deze eerste roman. Meisje Ellen is wel een erg onbeschreven blad, mannetje Gerard wel een al te doorsnee hufter en Mofolo heeft iets van een handboek-vluchteling. Daardoor krijgen de discussies iets didactisch, iets van een grote afstand, hetgeen door de dagboekvorm nog beklemtoond wordt.

Ze hebben ook iets schematisch, een teveel aan overzichtelijk wit en zwart. De zegen van de roman als genre is de ambiguïteit ervan, is het uitschakelen van de gebruikelijke economie van goed en kwaad, mooi en lelijk. Juist in dat opzicht is Conrads Heart of Darkness zo'n huiveringwekkend geslaagde novelle. Van die ambiguïteit heb ik te weinig aangetroffen in de roman van Schipper.

Toch heeft het boek mijn aandacht vastgehouden. Het dreigende decor van het chaotische land, de uitersten van corruptie en wreedheid aan de ene kant, van hulpvaardigheid en vriendschap aan de andere, die ieder die deze landen ooit bezocht heeft in grote verwarring kunnen brengen, worden sober maar zeer doeltreffend beschreven. De verscheurende werking van verschillende loyaliteiten wordt moeiteloos invoelbaar gemaakt. En het onvermijdelijke moment van keuze - misschien te onvermijdelijk en daardoor moreel minder interessant - is met grote concentratie en spanning verteld.

Wat me evenwel het meest aanspreekt in het boek is de breekbaarheid waarmee sommige emoties erin onder woorden gebracht worden. Met name de vriendschap tussen Ellen en haar studievriendin Hedda - het is voor Hedda dat Ellen haar dagboek bijhoudt - is van een zuiver evenwicht tussen het clichématige dat jeugdvriendschappen kan kenmerken en de tederheid die er soms in totstandkomt. Ook de liefde tussen Ellen en Mongolo, op geen enkel moment uitgesproken, maar tussen de discussies over politiek en literatuur opbloeiend als een eigenwijze madelief tussen twee straattegels, is heel overtuigend.

Ik geef het toe, ik ben een beetje zuchtend aan het boek begonnen. Ik kwam net uit Afrika en Nederland begon net mooi te worden. En zoals gezegd, alweer een literatuurprofessor. Maar het boek heeft me geboeid. Ik moet de uitbreiding van mijn brevier opschorten.