Een leven met opgeheven hoofd; Nagelaten werk van Adriaan Venema

Adriaan Venema: Verleden Tijd. Memoires. Uitg. Balans, 352 blz. Prijs ƒ 39,90 en (geb.) ƒ 55,-;

-: Het dilemma. Uitg. De Arbeiderspers, 218 blz. Prijs ƒ 29,90

In zijn postuum verschenen memoires vraagt Adriaan Venema (1941-1993) zich op een woelig moment in zijn schrijversleven af, of hij ooit nog eens in staat zal zijn een boek of artikel te publiceren dat geen tumult zal veroorzaken. Hij werpt deze vraag op na een passage over zijn roman Het Dagboek (1990), een sleutelroman over de angsten van een man die in de oorlog 'sjoemelde' (een geliefd woord bij Venema) en aan het einde van de oorlog een dagboek schrijft waarin hij zichzelf afbeeldt als een verzetsheld. In de hoofdfiguur is de in 1992 overleden schrijver Bert Voeten herkenbaar. Vooral omdat Voeten in een eerder verschenen werk van Venema (Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie, 1988) op ongeveer dezelfde, ontluisterende manier als de hoofdfiguur in Het Dagboek werd afgeschilderd. Wie zo te werk gaat kan verwijtende reacties verwachten en die kreeg Adriaan Venema dan ook.

Hij verweerde zich even handig als parmantig. Bij zijn onderzoekingen naar collaborerende schrijvers in de oorlog en de wijze waarop zij hun misstappen daarna toedekten, was hij ook 'literair' geïntrigeerd geraakt. Hoe beheersen dergelijke schrijvers hun angsten, bijvoorbeeld voor het bekend worden van hun feilen? Venema in zijn memoires: “Eigenlijk had Bert Voeten het boek moeten schrijven, en in een aantal interviews heb ik dat ook verteld. Maar hij deed het niet. Hij liet zich nimmer in het openbaar uit over zijn beweegredenen en dat heeft míjn nieuwsgierigheid geprikkeld.” En hij schreef toen maar zelf de roman Het Dagboek waarin de naam Voeten in Engel werd veranderd. Gevolg: beschuldigingen aan het adres van Venema, van karaktermoord, klefheid, onweerstaanbare aandrang om na te trappen.

Weinig kabaal

Het boek met Venema's memoires, Verleden Tijd, heeft eigenlijk opvallend weinig kabaal teweeg gebracht. Op de dag van verschijnen werd het in de dagbladen gesignaleerd met vette berichten als betrof het een document humain met een explosief, onthullend karakter. Maar dat bleek mee te vallen. De spectaculaire ontvangst die zijn herinneringen ten deel vielen, had natuurlijk vooral te maken met de omstandigheid dat de auteur op 31 oktober 1993 om kwart voor twaalf 's nachts zelfmoord - hij stond zelf nadrukkelijk op gebruik van het woord zelfmoord - pleegde, nadat hij ongeveer een jaar van tevoren had aangekondigd in oktober 1993 deze ultieme daad ten uitvoer te zullen brengen. Adriaan Venema hield zich altijd aan afspraken, ook al was het in dit geval op het nippertje.

Een andere eigenschap, of liever gezegd houding die Venema met veel aplomb cultiveerde, was die van het opgeheven hoofd. Op veel plaatsen getuigen zijn memoires van een onverzettelijke hang naar eerlijkheid en rechtvaardigheid en een diepe afkeer van gesjoemel en bedrog. Die houding kennen we van zijn levenswerk, de vijfdelige geschiedenis van de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin Venema een stoet van kunsthandelaren, schrijvers en uitgevers onder de loep legt om aan te tonen dat zij, althans in zijn ogen, allerminst kunnen bogen op een opgeheven hoofd tijdens deze periode.

In zijn memoires doet hij verslag van wat hem, de met mierevlijt naar de waarheid wroetende onderzoeker, allemaal is overkomen en aangedaan naar aanleiding van deze onthullende boekdelen. Ook kunnen we lezen hoe hij zelf, als journalist, schrijver en kunsthandelaar zo principieel mogelijk door het tumultueuze leven tracht te laveren. Vooral in de kunsthandel viel het hem niet mee om zijn onkreukbaarheid te verdedigen, bevolkt als deze wereld in zijn ogen was met boeven en schavuiten. Zelfs zijn beste handelsvriendjes gingen list en bedrog niet uit de weg om, ten koste van hem, hun zakken te vullen. Opvallend vaak werden 'oogjes dicht geknepen' als het ging om echt of vals, maar nooit door Venema, hoewel hij meer dan eens verdacht werd gemaakt. Hij hield zijn ogen altijd wijd open en kon zijn hoofd geheven houden.

Saba

Venema schreef zijn herinneringen op het eiland Saba, ver weg van bronnen, bibliotheken en documentatie. Bovendien schreef hij zijn memoires in de wetenschap dat hij niet meer onder de levenden zou zijn, als ze zouden verschijnen. “Het aardige is dat ik voor het eerst van mijn leven aan het schrijven ben zonder dat ik bewust of onbewust rekening hoef te houden met wat anderen er later van zullen vinden. Ik hoef me niet meer te verdedigen. Ik hoef me niet meer te bekommeren om kritiek. Het maakt het schrijven er alleen maar aangenamer door.”

Zo, ongehinderd door de exacte waarheid, schetst Venema heel fragmentarisch en losjes zijn leven zoals dat op Saba in zijn hoofd aan hem voorbijtrekt. Hij springt van de hak op de tak in een ontwapenende, vaak onbeholpen stijl en weet zelfs af en toe een aandoenlijke, kwetsbare indruk te maken. Verleden tijd is niet de kwaadaardige, venijnige afrekening geworden die door de buitenwereld van hem werd verwacht, of misschien wel gevreesd. Het is eigenlijk vooral vermakelijke roddel - het uitgebreide personenregister omvaamt de mondaine wereld waarin de potpourri zich afspeelt - hier en daar leedvermakelijke roddel, die aantoont dat het leven van Adriaan Venema, zeker aan de buitenkant, niet het karakter droeg van een permanente worsteling waaraan zo nodig een eind moest worden gemaakt.

Dat er na Venema's memoires nog een allerlaatste boek van hem zou verschijnen, was ook geheel volgens de planning van de schrijver. Het heet Het Dilemma en zal ook weer geen tumult veroorzaken. Venema keerde zijn al aardig leeggeraakte mars binnenstebuiten en zocht uit de nog ongebruikte werkstukken de teksten bijeen die om de keuze tussen leven en dood draaien. Dat de meeste beschouwingen op de oorlog betrekking hebben, ligt voor de hand, want de laatste tien jaar had Venema zijn mars vrijwel uitsluitend met de oorlog volgestopt. Een aantal min of meer bekende vraagstukken komt aan bod. Mag het verzet sabotage-acties ondernemen als deze door de vijand worden afgestraft met de dood van willekeurige gijzelaars? Werner von Braun en de wetenschap in dienst van dictatuur en oorlogsgeweld. Sport en propaganda in verband met de Olympische Spelen 1936. De zelfmoord van de tekenaar Cees Bantzinger in januari 1985 nadat hij ten overstaan van Venema had onthuld lid te zijn geweest van de NSB. (Dit relaas komt ook voor in Venema's memoires). De zaak Eichmann. En verzetsman Simon Carmiggelt en spion Kim Philby komen aan het woord. Soms wordt het dilemma er met de haren bijgesleept zoals in het interview met een vrouw die dertien was toen de oorlog uitbrak en van nabij de jodendeportaties in Amsterdam meemaakte. Zij verklaart dat ze zonder de jodenvervolgingen aan de oorlog zou terugdenken als een spannende tijd, een tijd waarin ze zich heel prettig voelde. Maar nu kan ze zo niet terugdenken: “Voor mij is oorlogsverdriet jodenvervolging.” Venema: “Dat is dus een dilemma.”

Het Dilemma eindigt met een hoofdstuk waarin Venema zijn keuze voor zelfmoord uit de doeken doet en tenslotte met het interview dat Ischa Meijer enkele dagen voor zijn dood met hem voerde, door de schrijver werd geautoriseerd - 'Ja, zo wil ik herinnerd worden' - en op 5 november in Het Parool stond afgedrukt. Het zijn de kostbaarste stukken van dit allerlaatste boek. Adriaan Venema voelde zich uitgeschreven. De kunsthandel was hem al veel eerder gaan tegenstaan en vervelen en elk animo in werken was hem ontglipt. Dat hij door een fascist met een honkbalknuppel in elkaar was geslagen, had zijn opgeheven hoofd figuurlijk geknakt en hem een enorme depressie bezorgd. De tijd voor iets onherstelbaars was gekomen. Het tumult dat zijn zelfmoord omgaf en door hem zorgvuldig en met plezier werd geregisseerd, was groter dan een van zijn boeken ooit had teweeg gebracht.