Dierenloterij bezorgt Brazilië een nieuw schandaal

Behalve met een glas koffie-verkeerd en een zoet broodje beginnen veel inwoners van Rio de Janeiro hun dag met een struisvogel. Of met een krokodil, een aap, een olifant of een pauw. Dat zijn de dieren op de lootjes van het illegale, maar razend populaire jogo do bicho (beestenspel). Wie 's ochtends vroeg bij een van de duizenden lootjesverkopers het dier van zijn keuze koopt, maakt een paar uur later al kans op een geldprijs. En wie niets heeft gewonnen koopt een nieuw dier en wacht op een van de volgende trekkingen van de dag.

Het beestenspel aanpakken? Veel Brazilianen konden slechts meewarig glimlachen, toen een vrouwelijke onderzoeksrechter in Rio de Janeiro vorig jaar veertien bicheiros, zoals de plaatselijke lotto-bazen heten, liet oppakken en veroordelen tot een paar jaar cel. Denise Frossard had zeker lef, moest men haar nageven, maar tegelijkertijd geloofde men vast dat haar kruistocht tot mislukken gedoemd was. Daarvoor was het spel immers te aantrekkelijk. Niet alleen voor de klant en de lotto-branche, maar kennelijk ook voor de autoriteiten die het verder ongemoeid lieten.

De sceptici leken een jaar lang gelijk te krijgen. Want ook vanuit een gevangeniscel bleek het lotto-imperium probleemloos te besturen, zeker als die een comfortabel bed, televisie en een riante bezoekregeling heeft. Bovendien kon de vermeende capo di tutti capi, de miljonair Castor de Andrade, steeds uit handen van justitie blijven.

Maar nu is het deksel met een klap van de beerput gevlogen. Vorige week stuitte de justitie van Rio tijdens een inval op materiaal dat niet alleen de loterij-koningen maar ook veel notabelen liever geheim hadden gehouden. Want uit de gevonden computerdiskettes en documenten zou blijken dat de lotto-bazen jarenlang tientallen lokale en landelijke politici, hoge ambtenaren - onder wie de burgemeesters van Rio en São Paulo - en politiefunctionarissen hebben betaald in ruil voor bescherming van hun handel. Bedragen van tien- tot vijftienduizend dollar per maand waren daarbij geen uitzondering. Zelfs de zeer gerespecteerde leider van een nationale anti-honger-campagne, Herbert de Souza, heeft gisteren toegegeven een “vergissing” te hebben begaan door 40.000 dollar aan te nemen van de gokbazen, “zonder te denken aan de politieke consequenties”.

De eerste kop is intussen gerold: die van commissaris van politie Jorge Mario Gomes, die ook op de lijst voorkwam. En daarbij zal het zeker niet blijven, want de inventarisatie van de 160 diskettes zal nog twee weken in beslag nemen. “Ik vraag me af of er iemand schone handen zal weten te houden”, zei de deken van de Braziliaanse orde van advocaten, Sergio Zveiter, die aanwezig was bij de inval.

Het jogo do bicho is een uitvinding van baron Drummond, die er in 1893 extra inkomsten mee begon te werven voor de noodlijdende dierentuin van Rio. Op de loten liet hij afbeeldingen van dieren drukken in plaats van de gebruikelijke nummers. Het spel werd een rage, vooral onder arme mensen, die vaak niet konden lezen of schrijven. Bovendien bleken de dieren in te spelen op het Braziliaanse sentiment voor het bovennatuurlijke; een overstekende poes of een droom over een papagaai wordt al gauw uitgelegd als een vingerwijzing van het Lot.

Drummonds oer-loterij kreeg talloze erfgenamen, die ondanks een officieel verbod alleen maar aan populariteit hebben gewonnen. Met liefdadigheid hebben zij weinig meer te maken. Met een geschatte jaaromzet van drie miljard gulden is het beestenspel een reusachtig financieel circus geworden, dat werk bied aan ruim 50.000 mensen, van lootjesverkopers tot de tien à twintig bicheiros aan de bovenlaag van de pyramide. De laatsten worden ervan verdacht hun andere financiële manoevres - waar onder handel in drugs en wapens - in dat circuit aan de blik van de overheid te onttrekken. Volgens de openbare aanklager van Rio blijkt uit de vondst dat er nauwe banden bestaan tussen de plaatselijke misdaad en het cocaïne-kartel van de Colombiaanse stad Cali.

De doorsnee lootjeskoper in Rio op zijn beurt is alleen geïnteresseerd in de aantrekkelijke, contante geldprijzen, die wegens het ontbreken van een centrale administratie geheel netto zijn en altijd strikt worden uitbetaald. De slogan van het beestenspel is só vale o escrito - 'alleen wat op het briefje staat geldt' - en dat wordt, anders dan bij officiële geldzaken in Brazilië, zeer letterlijk nageleefd. Voor de criminele activiteiten van de bicheiros sluit de burger gewoonlijk zijn ogen. In zijn wijk, niet zelden een sloppenwijk, maakt de georganiseerde misdaad immers de dienst uit. Bovendien springt die vaak in de gaten die de overheid laat ontstaan, zoals ook elders in Latijns Amerika. De lotto-bazen steunen voetbalclubs, dragen bij aan het bouwen van woningen of de aanleg van een waterleiding en financieren ook de sambascholen, hart en ziel van het carnaval van Rio. In de ogen van de doorsnee burger verdienen zij daarmee respect en zelfs bewondering.

Trouwens, hoe moest die burger de illegaliteit van het beestenspel vrezen of veroordelen als hij 'Luizinho', 'Capitão Guimarães' en 'Anisio', zoals de kopstukken van de loterij in de volksmond heten, op zijn televisie vaak in het gezelschap ziet van dezelfde autoriteiten die hen zogenaamd moeten bestrijden?

President Itamar Franco, nog enigszins groggy door het recente tumult rondom een ontluikende affaire met een zedeloos meisje, heeft een onderzoek gelast. Volgende week beraadt het Congres zich over de zaak. Wat begon als een amusante schermutseling op plaatselijk niveau, is nu uitgegroeid tot een zaak van nationale proporties. Nadat president Collor de Mello in 1992 werd afgezet wegens corruptie, en nadat vorig jaar achttien parlementariërs, oud-ministers en gouverneurs betrokken raakten bij een reusachtige fraudezaak, heeft Brazilië er een corruptieschandaal bij.

Nu de campagnes voor de presidentsverkiezingen van oktober in volle hevigheid zijn begonnen, is dat wel het laatste dat Brazilië kan gebruiken, menen de pessimisten. Anderen geloven juist dat de golf van onthullingen groeistuipen zijn van een maatschappij die niet langer de andere kant op wil kijken terwijl haar zak wordt gerold door onfrisse politici, ambtenaren en zakenlieden.

De recente onthullingen zijn in elk geval koren op de molen van Fernando Henrique Cardoso, minister van financiën en sinds vorige week officieel presidentskandidaat. Hij is de architect van een economisch hervormingsplan dat juist staat of valt met 'goed gedrag'. Van de politici, die de staatbegroting sluitend moeten houden. Van het bedrijfsleven, dat geen protectie van de staat moet verlangen (of kopen), maar op de vrije markt moet bewijzen wat het waard is. En ook van de burger, die zijn belasting moet leren betalen.

De opiniepeilingen geven 'FHC' een gerede kans de tot nu toe best geplaatste kandidaat van links, oud vakbondsman 'Lula' da Silva, te verslaan, maar of Cardoso's plannen het zullen halen blijft voorlopig de vraag - en niet alleen omdat hij zijn ministerschap heeft moeten opgeven om aan de verkiezingen te kunnen meedoen. In een samenleving waar veertig procent inflatie, stijgende armoede, ristelen en graaiende politici de norm zijn, blijft het voorlopig aantrekkelijk om dagelijks een klein bedrag op een struisvogel te zetten.