De strijd tegen de Witte Goden; Het ontzagwekkende leven en oeuvre van Frank Lloyd Wright

Frank Lloyd Wright vond zichzelf de grootste architect van zijn tijd, maar in zijn eigen land, de Verenigde Staten, werd hij overvleugeld door de Duitse immigranten Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe. Zij maakten school en Wright niet. Wat was de oorzaak? Ook de grote Wright-tentoonstelling in New York geeft hierop geen antwoord. “Was hij inderdaad de grootste Amerikaanse architect van deze eeuw of, zoals zijn jongere vakbroeder Philip Johnson eens venijnig zei, van de vorige eeuw?”

Frank Lloyd Wright: Architect. T/m 10 mei in het Museum of Modern Art, New York. Catalogus: $60 (geb.), $40 (paperback).

Het verhaal, een van de vele, gaat als volgt. Frank Lloyd Wright komt binnen in de tekenzaal van Taliesin, de woon-en werkgemeenschap die hij in zijn geboortestaat Wisconsin oprichtte. Hij ziet niet dat een van zijn assistenten, of slaven zoals buitenstaanders ze met milde spot noemden, onder de piano ligt om een van de poten te repareren. De assistent ziet wel hoe hij naar de vensterbank loopt, er spontaan een stilleven componeert van een paar takken en stenen en een stap achteruit doet om zijn kunstwerk te bewonderen. Vervolgens verlaat de meester al pirouettes draaiend de zaal terwijl hij in zichzelf zingt: “I am the greatest! I am the greatest!”

Heroisch genie of megalomane manipulator? De grootste Amerikaanse architect van deze eeuw of, zoals zijn jongere vakbroeder Philip Johnson eens venijnig zei, van de vorige eeuw? Een flamboyante figuur was hij zeker, groter dan het leven zelf en met een talent dat bijna even groot was als zijn ego. Wright, voor wie de aanval de beste, nee de enige verdediging was, schilderde zichzelf graag af als een door niets en niemand beinvloede “radicaal conservatief” die de kudde ver vooruit was, zo ver dat ze hem niet begrepen. In zijn negentig jaar - of eigenlijk 92, al van jongs af aan deed hij zich graag jonger voor dan hij was - heeft hij niet alleen een ontzagwekkend architectonisch oeuvre voortgebracht, maar tegelijk een prive-leven van bijna mythische proporties geleid waarin faillissementen, branden, arrestatie, drie huwelijken, jaren van sociale uitstoting en de moord op zijn geliefde zich allemaal afspeelden. Geen wonder dat er over zijn leven een opera is gecomponeerd, die vorig jaar in Wisconsin in premiere ging.

Organisch

In het Newyorkse Museum of Modern Art is nu een omvangrijke, chronologisch ingerichte tentoonstelling te zien waarin aan de hand van foto's, originele tekeningen, ruim dertig maquettes en op ware grootte nagebouwde details de hele rijkdom aan gebouwen en ideeen wordt geetaleerd die aan de rusteloze en uiterst creatieve geest zijn ontsproten van Frank Lloyd Wright (1867-1959). In de populaire herinnering is hij vooral de schepper van de prairie houses uit eind vorige eeuw en begin deze, grote woonhuizen voor de nieuwe kaste van snel rijk wordende ondernemers in Chicago en omstreken.

Wright propageerde een 'organische' architectuur die de haast mystieke vervlechting tussen natuur en mens, in het bijzonder de Amerikaanse mens, tot uitdrukking moest brengen. Wright combineerde invloeden uit de traditionele Japanse bouwkunst en de ambachtelijke Engelse Arts & Crafts-beweging tot een eigen esthetiek. Voor de overdadige negentiende- eeuwse versierdrift kwam een voorname luxe in de plaats, met lambrizeringen en ingebouwde meubels, glas-in-lood ramen en geraffineerde plattegronden waarbij de ruimten soepel in elkaar overliepen. Overal in deze Gesamtkunstwerken was de hand van de ontwerper zichtbaar, van de veelal ingebouwde meubelen tot en met het servies, de deurknoppen, zelfs, voor zijn Imperial Hotel in Tokio, het briefpapier. Zijn prairie-esthetiek werd lang niet altijd met instemming begroet. In 1893, het jaar waarin hij voor zichzelf begon, ontwierp hij voor een zekere William Winslow een huis dat net als de Beurs van zijn Europese tijdgenoot Berlage, als kaal en kil werd bekritiseerd.

Een van de eerste projecten in deze trant was zijn eigen huis met studio in de buitenwijk Oak Park. Het huis staat er nog, een van de zeventien Wright-gebouwen die inmiddels als landelijk monument bescherming genieten. Het trekt drommen bezoekers, die het gebouw alleen onder begeleiding mogen bekijken en pas helemaal aan zichzelf worden overgelaten in de souvenirwinkel vol FLW-t-shirts, mokken, spelden, sleutelhangers en zelfs boeken, aangevuld met setjes cookie cutters in de vormen van beroemde Amerikaanse wolkenkrabbers. Een van de weinige interieurs die bewaard zijn gebleven, het kantoor dat hij, evenals het beroemde huis Fallingwater, voor de industrieel Kaufmann ontwierp, is sinds vorig jaar permanent opgesteld in het Londense Victoria & Albert Museum. Met groot ruimtelijk bravoure ontwierp Wright innovatieve indelingen voor zijn beroemde kantoorgebouwen voor Larkin en Johnson, in kerken als de Unity Temple in Chicago en in de science-fiction-achtige synagoge van glas en staal die in het jaar van zijn overlijden werd voltooid, en uiteraard in zijn allerlaatste gebouw, het Guggenheim-museum.

Extravagant

Aan het begin van de eeuw werden Wrights gebouwen steeds ingetogener, maar zijn eigen verschijning werd steeds extravaganter. Hij ging al jaren artistiek gekleed, met breedgerande hoed, cape, wandelstok en een grote zwarte lavalliere. In Oak Park was hij een van de eerste bezitters van een auto, een Stoddard Dayton-sportwagen bijgenaamd de 'Gele Duivel' waarmee hij met wapperende haren door de voorname straten scheurde met wel veertig kilometer per uur. Maar in 1909, op het hoogtepunt van zijn succes en aanzien, haalde hij zich een schandaal op de hals dat hem uit de boezem van Oak Park zou verdrijven: hij verliet zijn vrouw en zes kinderen voor Mamah Cheney, echtgenote van een van zijn opdrachtgevers.

Ze vertrokken naar Europa, waar Wright door de Berlijnse uitgever Ernst Wasmuth was uitgenodigd mee te werken aan een uitgave van zijn Ausgefuhrte Bauten und Entwurfe. Deze fraaie uitgave, samen met die van zijn Nederlandse bewonderaars Berlage en Wijdeveld, zorgde ervoor dat Frank Lloyd Wright begin deze eeuw meer erkenning in Europa genoot dan in zijn eigen land. Op verzoek van Wijdeveld schreef Wright een reeks van zeven publikaties voor Wendingen; die zijn later in een boek gebundeld dat Wright de rest van zijn leven heeft gekoesterd.

Wright en zijn Mamah waren weinig jaren van geluk beschoren. Zoals hij in de loop van zijn leven zo vaak in tijden van tegenslag zou doen, trok hij zich na de reis naar Europa met haar terug in zijn geboortestreek op Taliesin (spreek uit: Tali- e- sin), door Wright genoemd naar een zesde-eeuwse figuur uit de mythologie van Wales. In 1914 sloeg het noodlot toe: in een vlaag van waanzin sloeg een bediende haar en zes anderen met een bijl de schedel in en stak Taliesin in brand.

bpTot in de jaren dertig leek het alsof Wright zich verslagen van het architectuurtoneel had teruggetrokken. Tussen 1894 and 1911 had hij 135 gebouwen gerealiseerd, nu kreeg hij amper opdrachten. Wel blijken achteraf enkele projecten uit die jaren van groot belang voor zijn oeuvre, zoals het Imperial Hotel in Tokio, het met Maya-motieven gedecoreerde Hollyhock House in Los Angeles en zijn eerste experiment met prefab beton, het Millard House. Ook ervoer hij tijdens een bezoek aan Arizona voor het eerst de woestijn, een landschap dat hem diep raakte. Tien jaar later begon daar de bouw van Taliesin II, waar sinds zijn dood in 1959 zijn nalatenschap wordt beheerd.

Inconsequent

Zijn leven lang heeft Wright belangstelling gehad voor nieuwe bouwtechnieken. Behalve met prefab beton experimenteerde hij met vloerverwarming en het benutten van zonnewarmte, en midden jaren dertig ontwierp hij een eenvoudig en goedkoop bouwsysteem, 'Usonian', genoemd naar de USA. Voor het hotel in Tokio bedacht hij zelf een wapeningssysteem dat het betonnen gebouw tegen aardbevingen moest beschermen. Op de dag van de opening, in 1923, werd zijn gelijk ruimschoots bewezen: er deed zich een flinke aardbeving voor, en in plaats van hooggeeerde gasten werden gewonden opgevangen in het hotel.

Doorgaans interesseerde de technische uitvoering van zijn bedenksels hem niets. Een van de bekende, hoewel apocriefe anekdotes gaat over het wanhopige telefoontje van Hib Johnson, opdrachtgever voor een fabriek, een researchtoren en zijn eigen woonhuis. Tijdens een feest belde hij zijn architect op om zich te beklagen over de waterdruppels die precies op het hoofd van een van zijn gasten vielen. “Verplaats de gast, Hib,” was het onverstoorbare antwoord. Alleen al de reparaties aan zijn eigen Taliesin belopen sinds de bouw in 1911 tientallen miljoenen dollars. In de rijk geillustreerde tentoonstellingscatalogus gaat William Cronon uitgebreid in op de vraag in hoeverre lekkende daken en architectonische visie samengaan. “Vorm was voor hem belangrijker dan functie, en de visie achter de vorm was het allerbelangrijkst. Het gebouw zelf zou bij dat ideaal altijd te kort schieten.”

Frank Lloyd Wright was een sterke individualist die tegelijkertijd de gave bezat om bij rijke en invloedrijke mensen zoals Johnson in het gevlei te komen, althans totdat de bouwkosten driemaal het budget hadden overschreden en vervolgens het dak ging lekken. Als hij ergens bleef logeren konden de gastheren de volgende ochtend ontdekken dat hij al hun meubilair opnieuw had gerangschikt. De bouwmeester, die beweerde dat huizen het karakter van hun bewoners moesten weerspiegelen, ontwierp vaak met een luchtig weggewoven inconsequentie gewoon datgene wat hem op het moment bezighield. Voor toneelschrijver Arthur Miller bijvoorbeeld, die hem op voorspraak van zijn echtgenote Marilyn Monroe uitnodigde een weekendhuis voor hen te ontwerpen. Geen feestzalen, gewoon een plekje voor hen tweeen. “He simply had us all wrong. (-) He was, I thought, a great romantic, a man of style, a theatrical type of the old school who Orson Welles would love to have played.” In plaats van een liefdesnest kregen ze een conferentieoord, en het huis is nooit gebouwd.

xpIn schijnbare tegenspraak met al zijn eigen principes ontwierp hij in 1956 een 528 verdiepingen tellende wolkenkrabber van een mijl hoog, met door atoomkracht aangedreven liften en een brede luifel waar helikopters op konden landen. Als rechtvaardiging voerde hij aan, dat het maaiveld daardoor vrij bleef. Zo bezien is de 'Mile High' de uitzondering die de regel bewijst: Frank Lloyd Wright had een afkeer van steden. “Parasieten van de geest” vond hij ze, “een hardnekkige vorm van sociale ziekte”. Toen hem een keer werd gevraagd wat er gedaan kon worden om de stad Pittsburgh te verbeteren, zei hij: “Slopen”. De diverse futuristische, zelfs utopische stedebouwkundige projecten waar hij zich door de jaren heen aan wijdde, zoals Broadacre uit 1935, waarvan het oorspronkelijke model op de tentoonstelling te zien is, en zelfs een eenmalig voorstel uit 1956 voor een wijk van rubberen bolwoningen maakten voor zijn gevoel geen deel uit van een stad, maar waren autonome wijken.

bpThe New Yorker publiceerde vorige maand een bespiegeling hierover door een van Wrights biografen, Brendan Gill. Ondanks jaren studie is het voor hem nog altijd een raadsel waarom Wright de stad zo verafschuwde en wantrouwde. Wel beschouwt hij Wrights laatste werk, het virtuoze maar introverte Guggenheim-museum, als de ultieme uiting van diens minachting voor de stad. Wright sprak liefkozend over 'mijn kleine paviljoen in het park', terwijl het een groot gebouw is met de zeer afwijkende vorm van een slakkehuis, waar in eerste instantie ook auto's onderdoor konden rijden, en dat niet in het park staat maar gewoon tussen andere panden, met een stoep ervoor.

Vliegen

Voor het Museum of Modern Art, en in het bijzonder voor de nieuwe conservator architectuur Terence Riley die hiermee zijn geloofsbrieven aanbiedt, moet deze tentoonstelling een vorm van historische spitsroeden lopen zijn geweest. Want het was juist een tentoonstelling in ditzelfde museum in 1932 die het moment markeerde waarop Wright voor velen werd overschaduwd door vakbroeders als Gropius en Mies van der Rohe. Op de vlucht voor de nazi's importeerden zij de zogenaamde Internationale Stijl, oftewel het Nieuwe Bouwen, uit Europa. In Europa was het Nieuwe Bouwen met arbeiderswoningen begonnen, bijvoordeeld de Stuttgartse Weissenhofsiedlung uit 1927, maar na de door Philip Johnson in 1932 ingerichte expositie in het MoMA drukte het kapitalisme de Witte Goden, zoals Tom Wolfe ze noemt in zijn bijtend sarcastische From Our House to Bauhaus, aan de borst.

xpWright, inmiddels 65 jaar oud, ontdekte tot zijn woede dat hij in de tentoonstelling van 1932 de rol kreeg toebedeeld van voorloper. Met andere woorden: zijn tijd was voorbij. De Witte Goden werden aangesteld als docent aan de beroemde universiteiten, terwijl hij werd uitgenodigd voor een lezing. Zij waren het die school maakten, niet hij. Ondanks de toegewijde leerlingen die hem als ware sekteleden naar Taliesin waren gevolgd, ondanks zijn pretentie aan het eind van vorige eeuw dat hij een bij uitstek Amerikaanse architectuur had ontwikkeld. De rest van zijn leven is hij blijven fulmineren tegen de glass box boys en hun 'kruistocht van het kwaad'. De schrijfster Maria Stone beschrijft hoe hij tijdens een picknick op Taliesin met de vliegenmepper afrekende met zijn concurrenten. “'Dat is Gropius,' riep hij lachend, en 'dat is Corbusier', totdat de tafel bezaaid lag met dode vliegen en hij de zogenaamde hierarchie van de moderne architectuur had neergeslagen.”

bpMisprijzend beweerde Wright dat met de Internationale Stijl a foreign flavor in de Amerikaanse architectuur was binnengedrongen. Hem is daarom weleens xenofobie verweten, maar zijn wrevel is ook te verklaren als eenvoudige jalousie de metier. Hoewel Wright zich graag liet voorstaan op het landseigene van zijn architectuur, was hij geen vriend van het politieke establishment. De FBI heeft meermalen onderzoeken ingesteld naar zijn linkse sympathieen en in de jaren vijftig kwam zijn naam te staan op de gevreesde lijst van senator McCarthy en zijn House Un-American Activities Committee. Van zijn vele honderden al dan niet gerealiseerde opdrachten was er niet een afkomstig van de federale overheid.

In de inleidende tekst bij de expositie looft het museum Wright om zijn 'sterke gevoel voor een gemeenschappelijke lotsbestemming en een net zo gepassioneerde verheerlijking van de individuele vrijheid.' Maar ook na het bestuderen van deze zorgvuldige en minutieuze hommage is er nog geen antwoord op de vraag: waarom heeft Wright geen school gemaakt? In een essay opperde Tom Wolfe vorig jaar dat het Wright, de wispelturige negentiende-eeuwse genie, misschien net zo vergaan is als Dickens: algemeen erkend als de beste van zijn tijd, maar onnavolgbaar in zijn uniciteit.

    • Tracy Metz