De belofte van riskant leven; De dubbelzinnige aanvaarding van de Amerikaanse rock in Nederland

Mel van Elteren: Imagining America. Dutch Youth and Its Sense of Place. Uitg. Tilburg University Press, 297 blz. Prijs fl.42,50

De Berlijnse Muur was in 1989 nauwelijks aan het wankelen geraakt of de Amerikaanse rocksterren maakten er hun opwachting. Het eerste waar de Oostduitse jeugd na jaren van communistische grauwheid en ideologisch verantwoord amusement kennelijk behoefte aan had, was een bevrijdende portie Amerikaanse gitaarherrie.

Onder de eerste sterren die uit Californie werden ingevlogen, waren de hippies-op-leeftijd Crosby, Stills and Nash. Als Bijbelse muzikanten voor de poorten van Jericho begeleidden ze met hun gitaren en wapperende kapsels (de 'freak vlag' die hij niet wilde laten knippen, zoals Crosby ooit zong) het gehak en gebeitel van de Duitse jeugd. Kort daarna werd de Muur het decor voor een met lasershow verfraaid concert van de psychedelische rock-formatie Pink Floyd. Intussen, in Praag, ontmoette schrijver-president Vaclav Havel de Newyorkse rocker Lou Reed, wiens teksten over het grote-stadsleven vol heroine en bizarre seks al enkele jaren clandestien de ronde deden onder de Oostblok-jeugd.

Volumeknop

Waarom die behoefte aan Amerikaanse muziek? Is rock een vrijheidsverklaring met behulp van de volumeknop? Ook dichter bij huis zijn voorbeelden te vinden hoe rockmuziek wordt gebruikt om het ochtendgloren van een nieuw, beter tijdperk te markeren. 'Baby boomer' Bill Clinton koos de jaren-zeventig-hit van Fleetwood Mac 'Don't Stop Thinking About Tomorrow' als campagnedeun. In Nederland bleek bij de viering van de gemeenteraadsverkiezingen de Amsterdamse VVD de studentikoze dixieland ten langen leste te hebben ingeruild voor Amerikaanse soul; lijsttrekker Frank de Grave ging uit zijn dak op het feestnummer 'Celebration' van Kool and the Gang. Nog geen rock 'n' roll, maar toch al een stap verder dan 'Happy Days are here again'.

Rockmuziek is onlosmakelijk verbonden met het land van herkomst: Amerika. Althans, met het mythische Amerika, het land van snelheid, mobiliteit en vrijheid, zo betoogt de socioloog Mel van Elteren in Imagining America. Dutch Youth and its sense of place. De Amerikaanse Droom is de drijvende kracht achter de wereldwijde populariteit van rockmuziek. De wilde, fysieke muziek opent weidse horizonten met blauwe luchten, avontuurlijke vergezichten met de belofte van onuitputtelijke energie en eeuwige jeugd. Een imaginair Amerika dat in de afgelopen decennia verankerd is geraakt in 'het symbolische repertoire' waarmee Europese jongeren uitdrukking geven aan hun drang naar vrijheid en identiteit. Het is de paradox van de moderne massacultuur: de belofte van identiteit en vrijheid wordt verstrekt door een consumenten-industrie die ervoor zorgt dat jongeren overal ter wereld dezelfde spijkerbroeken kunnen kopen, dezelfde films kunnen zien en op MTV naar dezelfde muziek kunnen luisteren/kijken. Maar de massaliteit - en hier ligt de kracht van de Amerikaanse droom - doet kennelijk niets af aan het idee van eigenheid en onafhankelijkheid.

Decadent

Amerikanisering is dan ook een veel genuanceerder verschijnsel dan de eenzijdige massificatie en vulgarisering die sommige cultuurcritici erin zien, aldus Van Elteren. Orientatie op het imaginaire Amerika biedt juist de gelegenheid de eigen, lokale cultuur te revitaliseren. Hij verwijst naar Nederlandse band Normaal, die het rock-idioom aanwendt om het ruige leven in de Achterhoek te bejubelen. De 'idee' van Amerika is universeel, de vertaling ervan is een individuele aangelegenheid. Bovendien is de Amerikaanse cultuur zelf allesbehalve monolithisch: het dubbelzinnige anti-Amerikanisme dat in de jaren zestig hoogtij vierde, was geent op de protestcultuur van Amerikaanse jongeren. Het waren de hippies aan de Westkust die met hun psychedelische rock en pastorale folkmuziek de idylle van het pre-urbane leven vol 'love and peace' bezongen. De collectivistische ideologie van het Oostblok werd in bp Europa verdedigd door jongeren die onder een 'reeel bestaand' socialistisch regime met hun lange haar en decadente rockmuziek onmiddellijk naar een heropvoedingskamp zouden zijn verbannen. Ze waren Amerikaanser dan ze zelf wisten.

Nederland liep bij de amerikanisering van de jeugdcultuur na de oorlog niet echt voorop, maar in de welvarende jaren zestig ging het opeens pijlsnel. Niet verwonderlijk, want juist in een 'overgereguleerd' land als Nederland slaat de boodschap van rock aan, aldus Van Elteren. In de jaren vijftig was het zich aanmeten van een rock'n'roll-stijl nog typisch iets voor jongeren uit de arbeidersklasse, de groep die in het 'zelfgenoegzame, burgerlijke' Nederland het meest werd aangetrokken door de muzikale belofte van dynamiek en mobiliteit. Fatsoenlijke jongeren waren toen nog francofiel. In de jaren zestig en vooral zeventig drong de Amerikaanse rock door tot de middenklasse, aanvankelijk nog in de gepolitiseerde context van een 'alternatieve' en op het oog anti-Amerikaanse protestcultuur, maar al gauw ook los daarvan.

Rock, zo laat van Elteren overtuigend zien, is zo ingebed geraakt in de voortschrijdende amerikanisering van de hele samenleving. Tegen de jaren tachtig was in Nederland een eerste generatie 'Amerikaanse' jeugd opgegroeid in woonerven en suburbia, die geen herinneringen meer had aan de jaren van na-oorlogse wederopbouw, de geur van spruitjes bij de buren, de eerste zwart-wit televisie of het concert van heipalen in de buitenwijken. De nieuwe generatie is grootgeworden met kleuren-tv, met video, McDonald's en met rockmuziek. Wat ooit romantisch was, is vanzelfsprekend geworden. Wat behouden bleef, is de boodschap van vrijheid, of zoals de popsocioloog Simon Frith het ooit noemde: de mythe van een riskant leven.

    • Sjoerd de Jong