Begemann 'vrij' naar kapitaalmarkt

AMSTERDAM, 8 APRIL. Het industriële bedrijvenconglomeraat Begemann gaat zijn plannen voor de uitgifte van een converteerbare obligatielening van 150 miljoen gulden doorzetten nu topman J. van den Nieuwenhuyzen gisteren is vrijgesproken van handel met voorkennis in aandelen HCS in 1991.

“Het is alleen nog een kwestie van onderhandelingen met de banken of zij de plaatsing van de lening willen garanderen”, zo zei een zichtbaar opgeluchte Van den Nieuwenhuyzen tussen de felicitaties door. De obligatielening komt in mei, na de publicatie van Begemanns jaarverslag.

Op basis van de motivering van het vonnis verwacht de verdediging dat de tweede voorkennis-zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen over handel in aandelen Begemann inzake de overname van werf RDM in 1991 ook tot vrijspraak zal leiden. Deze zaak ligt bij de rechter-commissaris voor nader onderzoek. Het zal zeker nog maanden duren voordat die zaak door de rechtbank behandeld wordt. De koers van het aandeel Begemann sloot gisteren na de vrijspraak twee gulden hoger op 54,50 gulden.

Het Openbaar Ministerie beraadt zich over een hoger beroep.

Het proces draaide om de handel in HCS op 31 juli 1991, de dag nadat de banken en drie HCS-beleggers (en latere verdachten) Van den Nieuwenhuyzen, Melchior en Albada Jelgersma akkoord waren gegaan met een reddingsactie. Op instigatie van Van den Nieuwenhuyzen gooide de vierde verdachte, het effectenhuis Suez Kooijman, grote pakketten aandelen HCS op de markt om de koers te drukken.

In zijn motivering concentreert de rechtbank zich op de inhoud van het begrip koersgevoelige informatie en op de vraag of de vier verdachten tot een kring behoorden die een geheimhoudingsplicht had. De rechtbank gaat niet in op andere essentiële vragen die een rol spelen bij voorwetenschap, zoals het geldelijk voordeel van de verdachten. Ook de juridische spitsvondigheid dat er geen sprake was van feitelijke transacties, omdat de beurs de koersen van HCS op die bewuste dag heeft doorgehaald, verkoos de rechtbank niet te behandelen. Blijkbaar hadden de rechters voldoende aan de punten van koersgevoeligheid en geheimhouding, zo redeneert een van de verdedigers.

Volgens het vonnis betekent koersgevoelige informatie, dat de bezitter daarvan “een duidelijke aanwijzing” heeft over de richting van de koers. Daarbij komt dan nog, zoals in de wet staat, dat het een “beduidende” koersbeweging moet zijn. Omdat tijdens het overleg over de reddingsactie absoluut niet gebleken is of de koers omhoog of juist omlaag zou gaan, kan er volgens de rechtbank geen sprake zijn geweest van voorwetenschap.

“Ik verwacht niet dat de officier nog in hoger beroep gaat”, zei Van den Nieuwenhuyzen na afloop. “Zolang dat niet duidelijk is, heeft het weinig zin om iets te zeggen over eventuele schadeclaims op de Staat. Ik heb eerder gezegd dat de schade ergens tussen 500 miljoen gulden en een miljard gulden ligt. Maar sommige schade kan ik nooit verhalen. Je moet schade hard maken.”

Van den Nieuwenhuyzen vervolgde: “De afgelopen twee weken heb ik wel met mijn banken gepraat en met beleggers overlegd en gevraagd: als ik terugtreed zijn jullie als bank dan bereid 100 miljoen gulden extra krediet aan Begemann te geven of als belegger een belang van bijvoorbeeld 5 procent in Begemann te nemen? Als zij ja hadden gezegd was ik opgestapt. Zij zeiden: met de RDM-zaak nog te gaan, wachten wij af.”

“Ik heb steeds erkend dat ik die koers van HCS toen georkestreerd heb. Ik vind dat moreel niet laakbaar. De koers van Begemann heb ik nooit georkestreerd. Ik ben wel van plan te blijven handelen op de beurs. Niet onder mijn eigen naam, maar onder een naam waarmee geen problemen kunnen ontstaan.”