Avontuurlijke gebreken

Anderhalf jaar na de oplevering zal de door Rem Koolhaas ontworpen Kunsthal in Rotterdam worden verbouwd. De ingang wordt verplaatst, zodat de bezoekers niet meer door het auditorium hoeven te banjeren op weg naar de tentoonstellingszalen, de beruchte naaldhakonvriendelijke roostervloer wordt dichtgestopt en voor gehandicapten en bejaarden zullen voorzieningen worden getroffen, zodat ze niet meer langs de steile hellingbanen naar beneden hoeven te glijden.

Ongetwijfeld zullen de talrijke Koolhaashaters in Nederland vorige week hebben gegniffeld bij de aankondiging van de verbouwing. Ze zullen er een bevestiging van hun gelijk in hebben gezien en een brevet van onvermogen van Nederlands beroemdste hedendaagse architect. Een beetje bouwmeester had de tekortkomingen toch gemakkelijk voorzien, zo luidt de voordehandliggende conclusie.

Maar degradeert de verbouwing van de Kunsthal Koolhaas werkelijk tot een prutser? Nee natuurlijk. De Kunsthal is en blijft een avontuurlijk bouwwerk waarin op knappe wijze het hoogteverschil tussen de Westzeedijk en het Museumpark is uitgebuit. Dat het gebouw op een paar punten niet deugt, doet daar weinig aan af. Sterker nog, het is eigen aan nieuwe, gedurfde bouwkunst dat er wel eens iets niet aan klopt.

Je zou zelfs bijna gaan geloven dat gebreken juist een kenmerk zijn van grootse, vernieuwende architectuur. Helemaal onlogisch is dit natuurlijk niet: functionele dozen ontwerpen kan iedereen, maar gebouwen die grenzen verleggen, brengen risico's met zich mee. Chiswick House (1719) in Londen, ontworpen door Lord Burlington als de eerste Palladiaanse villa in Engeland, was 's winters praktisch onbewoonbaar, zodat de familie Burlington dan moest huizen in de bijgebouwen. Claude-Nicolas Ledoux construeerde zijn revolutionaire arbeidershuizen (1779) in Arc-et-Senans zodanig dat de rook van het haard- en ovenvuur niet wegkon. En, wat recenter, de huizen van Frank Lloyd Wright en Gerrit Rietveld waren berucht om hun lekkages, de platte daken van de woningen van Le Corbusier in Pessac (1926) werden al gauw veranderd in puntdaken, en de akoestiek van het door de 'architect van de eeuw' ontworpen parlementsgebouw (1965) in Chandigarh was zo slecht dat de Punjaabse afgevaardigden elkaar niet konden verstaan. Hertzbergers Centraal-Beheerkantoor in Apeldoorn (1972), een revolutie in de kantoorbouw, is allang verbouwd en het populaire Centre Pompidou (1977) van Renzo Piano en Richard Rogers gaat ook drastisch worden veranderd.

Burlington, Ledoux, Wright, Rietveld, Le Corbusier, Hertzberger, Piano&Rogers: Koolhaas bevindt zich nu definitief in het gezelschap waarin hij thuishoort.

    • Bernard Hulsman