Agenten zinderen niet van spanning voor tv

AMSTERDAM, 8 APRIL. Achter de balie van politiebureau Nieuwmarkt kijkt niemand vreemd op wanneer wordt gevraagd of de televisie aanstaat. “Komt u maar mee”, zegt een oudere agent en loopt een lange gang door.

Twee mannen zitten aan een tafeltje, voor hen ligt een blocnoot. Verder is er niemand in de kantine. De twee luisteren naar het Kamerlid Van der Heijden: “Helaas heeft de commissie-Wierenga een beeld van de politie geschapen dat wij niet voor ogen hadden.” Een agent zegt: “Ik kijk vanavond wel naar de samenvatting.” “De ministers zullen niet vallen”, zegt een ander. “Zo vlak voor de verkiezingen durven ze dat toch niet.”

Vanuit de kantine klinkt zacht Ina Brouwer die het heeft over “een ontluisterend beeld van politie en politiek.” Of Nordholt ontslagen zal worden? Dat denkt niemand. “Dan zullen ze toch eerst hoofdcommissaris Wiarda in Utrecht moeten ontslaan. En dan nog, wie moet Nordholt opvolgen?”

In bureau Warmoesstraat zitten drie verwilderd ogende jongemannen geagiteerd, maar zachtjes met elkaar te praten. Een breed geschouderde agent in een kleurig fleece jack staat achter de balie. Hij wijst om zich heen: geen televisie. Natuurlijk is hij benieuwd naar het verloop van het IRT-debat. In de kantine zal de televisie wel aanstaan. Maar het is te druk om te gaan kijken. “Ik kijk morgen wel”, zegt hij en let op wat de drie jongens in de hoek doen. Op bureau IJ-tunnel staat ee agent gebogen over de balie. “Het IRT-debat?”, de politie-agente die vanachter een terminal is gekomen kijkt rond. Haar manlijke collega roept zonder om te kijken: “De televisie staat niet aan.”

Op de Flierbosdreef wordt ook niet gekeken. Niet omdat het druk is en de aangesproken agent bij de balie moet blijven, maar in de kantine is geen televisie. Hij kijkt later, thuis, wel naar het nieuws. De agent gelooft niet dat zijn collega's zitten te springen om het debat te volgen. De stemming onder zijn collega's schat hij wel in als “nieuwsgierig” naar het verloop. Bang dat de pet van zijn baas zal rollen is hij niet. “Mijn baas staat zijn mannetje wel.” En als er al koppen moeten rollen “dan zal dat toch eerst die van Wiarda zijn”, zegt hij lachend.