Windkracht en zonne-energie marginaal, maar steeds serieuzer

Het probleem van de energievoorziening wordt naar de toekomst geschoven. Milieufreaks hopen op een doorbraak bij zonne-energie, realo's rekenen op kernenergie 'als het publiek zo ver is.' Nu lozen we CO.

Nergens staat economische groei zo op gespannen voet met het milieu als bij energie. 'Teveel van het ene is slecht voor het andere', zegt mr.drs. C. Dessens, directeur-generaal Energie van het ministerie van Economische Zaken. 'en ondanks alle afspraken op de Unced kun je maar tot één enkele conclusie komen: het mondiale energieverbruik gaat stijgen. Kijk naar Zuidoost-Azië, de behoefte aan energie groeit met procenten per jaar.' Wereldwijd is het energieverbruik slechts licht stijgend. Maar dat is tijdelijk, aldus Dessens, omdat het verbruik in de voormalige Soviet-Unie terugloopt.

Voor de komende jaren toont Dessens zich uiterst somber. Prognoses van het ministerie, die uitgaan van een gematigde economische groei van gemiddeld 2,5%, laten zien dat het na 2000 een hele opgave wordt om de status quo van de CO- emissie vast te houden.

Energiebesparing lijkt een breed draagvlak te hebben. De discussie gaat vooral over de manier waarop en het tempo waarin. Een belangrijke bijdrage levert het Milieu Actie Plan (MAP) van de nutsbedrijven, dat in 1991 van start ging. Huishoudens en bedrijven worden aangezet tot besparen via een brede set van maatregelen, subsidies en stimulerende campagnes. De huishoudens voldoen redelijk aan de MAP-doelen. Maar uit de evaluatie van het MAP blijkt dat de overheid en de industrie achterblijven. Drs. M. Bootsma van Natuur en Milieu spreekt van een 'tamelijk belachelijke situatie.' Als voorbeeld noemt zij de papier- en kartonindustrie en de glastuinbouw, waar het verbruik zonder ingewikkelde ingrepen terug kan met veertig tot vijftig procent. Maar veel bedrijven vinden de terugverdientijd te lang.

Het succes van de warmte-kracht-koppeling WKK heeft het achterblijven van de industrie en de overheid goedgemaakt. Dit roept direct de vraag op of er niet veel meer kan worden gedaan. Het rapport dat de uitgangspunten voor MAP-2heeft vastgelegd, geeft 9000 MW als realistisch WKK-potentieel in het jaar 2000. Toch mikken de gezamenlijke nutsbedrijven slechts op 4900 MW, onder meer omdat de energieproducenten in de meerjarenplannen uitgaan van 4000 MW in het jaar 2000.

Het antwoord van ing. D. van de Weerd, directeur van de koepelorganisatie van nutsbedrijven EnergieNed, spreekt boekdelen: 'We moeten niet te ver voor de fanfare uitlopen.' Lange termijn

'Ik heb mijn fractie voorgehouden dat er de komende kabinetsperiode geen majeure beslissing genomen hoeft te worden,' aldus VVD-energiespecialist J.D. Blaauw. Op korte termijn is volgens hem in Nederland in ieder geval geen extra capaciteit nodig. Deze mening lijkt Kamerbreed.

Daarmee verplaatst de discussie rond kernenergie zich van de korte naar de langere termijn. Hoewel de maatschappelijke weerstand nog steeds groot is, lijkt het erop dat de bereidheid groeit om de discussie opnieuw aan te gaan. Het Wereldnatuurfonds (WNF) bijvoorbeeld toont zich op dit moment tegenstander, maar sluit kernenergie niet uit als mogelijkheid voor de toekomst. Op strikte voorwaarde dat de problemen rond veiligheid en afval zijn opgelost. 'Er ligt geen emotioneel veto op kernenergie', stelt S. Schöne van het WNF.

Onder andere PvdA en D66 delen deze mening in grote lijnen. Waar PvdA pleit voor nadruk van het onderzoek op veiligheidsaspecten, gaat D. Tommel (D66) een stap verder. Tommel: 'De vraag is wel of Nederland dat onderzoek moet verrichten. Het ligt meer voor de hand dat landen die een kernenergie-industrie bezitten, zoals Duitsland, Canada en de Verenigde Staten, zich toeleggen op dit onderzoek. '

Ook het ministerie van Economische Zaken, voorheen pleitbezorger van kernenergie, stelt zich gematigd op. Dessens laat zich voorzichtig uit: 'We houden het dossier open. Niet omdat we zo graag kernenergie willen, maar omdat we voor de toekomst alle opties open willen houden. We weten niet voor de volle honderd procent hoe ernstig de CO-problematiek is.'

Over de inbreng van duurzame energie lopen de meningen uiteen. Greenpeace gaat het verst en becijfert in zijn Fossil Free Energy Scenario een wereld zonder fossiele brandstoffen en kernenergie na 2050. Volgens anderen is dat een te optimistische visie. Vast staat dat duurzame energie steeds serieuzer genomen wordt.

Bij de specialisten heerst een opvallend optimisme over fotovoltaïsche opwekking. Een recent rapport van de Rijksuniversiteit Utrecht naar de mogelijke toepassing van zonnecellen voorspelt dat in het jaar 2020 0,3 procent van het Nederlands elektriciteitsgebruik door zonnecellen wordt gedekt. In een optimistisch scenario is dit zelfs 2,4 procent. De bottleneck is de hoge prijs van de zonnecellen.

De nutsbedrijven hanteren op advies van McKinsey een berekening van de kosten per vermeden ton CO-uitstoot. Op grond daarvan kiezen ze vooralsnog voor windenergie en biomassa en in geringere mate voor waterkracht. Er zijn echter ook nutsbedrijven die zonnecollectoren (voor warmwatervoorziening) subsidiëren.

Beduidend minder positief is ir. N.G. Ketting, directeur van de samenwerkende energieproducenten (SEP). 'Duurzame bronnen zullen slechts een marginale rol spelen. Windenergie is veel te duur. Een ton vermeden CO-emissie kost met behulp van windturbines tussen ƒ 100,- en ƒ 150,- per ton. Hier staan andere, veel goedkopere middelen tegenover, zoals het aanplanten van bossen, dat gemiddeld ongeveer ƒ 3,- per ton kost.'

Het opwekken van elektriciteit met zonnecellen heeft naar de mening van de SEP-directeur een zekere toekomst. 'Maar het zal pas ver na het eerste decennium van de volgende eeuw rendabel blijken te zijn.' In biomassa ziet hij de enige duurzame bron met mogelijkheden op grotere schaal. 'Dan heb ik het over vergassen, niet over biomassa als brandstof voor auto's.'

De energie-inhoud van biomassa is echter laag. Bovendien heeft Nederland veel te weinig oppervlak om genoeg biomassa te verbouwen. Oost-Duitsland of Frankrijk zouden dan bereid moeten zijn om landbouwgebied ter beschikking te stellen. De SEP verricht onderzoek op dit gebied in samenwerking met Denemarken. Wat betreft energiegewassen legt Nederland de nadruk op olifantsgras en populier, de Denen onderzoeken stro.

Prof.dr. H.H. van den Kroonenberg, directeur van het Energie Onderzoekcentrum Nederland (ECN) te Petten neemt een tussenpositie in. Hij vindt Greenpeace te optimistisch met zijn scenario. Maar Ketting en de zijnen acht hij daarentegen te pessimistisch over duurzame bronnen. Kroonenberg zelf ziet in kernenergie een soort 'noodzakelijk kwaad' om de benodigde tijd te overbruggen naar een definitieve duurzame energievoorziening. Als China massaal kolen gaat stoken, verdwijnt alle winst op het gebied van CO-reductie als sneeuw voor de zon.

De vraag hierbij is of een puur economische benadering wel de enige juiste is. Stichting Natuur en Milieu, bij monde van drs. M. Bootsma, stelt 'dat de huidige prijzen voor elektriciteit niet eerlijk zijn, en dat het dan ook niet eerlijk is om op basis daarvan keuzes te maken.' Zij pleit ervoor om de emissiereductie in de prijs van met fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit op te nemen, waardoor de competitie tussen de verschillende bronnen er al heel anders uit zal zien. Windenergie bijvoorbeeld zou dan wat prijs betreft op korte termijn al concurrerend zijn, aldus drs. M. Bootsma.

Energieheffing

Biedt de invoer van een energieheffing soelaas voor dit probleem, of is het een 'rampzalig concept', zoals ir. Ketting (SEP) beweert? Ketting: 'Dit vind ik om twee redenen. We hebben er in Nederland blijk van gegeven dat we niet kunnen omgaan met complexe systemen waar veel geld in om gaat. Kijk maar naar de studiefinanciering of naar de bijstand. Maar bovendien is het de vraag, waarom je een heffing invoert. Zolang er nog concrete maatregelen mogelijk zijn, die leiden tot energiebesparing, is het veel logischer om daar de aandacht op te richten.'

In dat laatste argument kan EZ-topman Dessens zich vinden, alhoewel hij zich niet wil laten indelen bij de tegenstanders: 'Het inzetten van een heffing is een zwaar wapen, het zwaarste wat je kunt bedenken, op rantsoenering na. Misschien is het niet verstandig om dat al in een zo vroeg stadium van de strijd in te zetten, zeker niet in nationaal verband.' Hij verwacht dat de toename van het wereldverbruik de prijs sowieso zal opstuwen.

Prof.ir. H.P. van Heel, directeur van Hoechst Vlissingen en deeltijd hoogleraar milieukunde aan de TU Delft wijst op de geringe prijs-elasticiteit van energie. 'Als er een energieheffing komt, die de prijs van elektriciteit maar weinig verhoogt, is dat een middel dat geen doel treft. Als je een zeer hoge heffing instelt, verdwijnen de grote gebruikers naar andere landen, en dan bereikt een heffing evenmin het beoogde doel.'

Een energieheffing is bovendien alleen acceptabel en bruikbaar wanneer die gekoppeld is aan een van te voren vastgesteld doel, dat in relatie tot de reden tot die heffing is, aldus Van Heel. 'Bijvoorbeeld door de opbrengst te gebruiken om onderzoek naar zonnecellen te stimuleren. Wanneer de heffing als ordinaire belastinghark gebruikt wordt is die gedoemd om te mislukken.'

Al met al blijft de vraag naar de toekomstige energievoorziening de gemoederen bezig houden. Volgens recente gegevens van het Amerikaanse World Watch Instituut valt er geen groei waar te nemen bij de 'ouderwetse' energiebronnen zoals kolen, olie en kernenergie. Sterk stijgend zijn daarentegen de alternatieve bronnen waterkracht, zonnecellen en met aan kop windenergie.

Dit is een bekort hoofdstuk uit het jaarboek 'Hoezo Vooruitgang?' van het Platform voor Duurzame Ontwikkeling dat deze maand verschijnt.