Wetenschapsmuseum in een scheepsboeg

AMSTERDAM, 7 APRIL. Op de kop van de IJ-tunnel aan de Amsterdamse IJ-oevers begint dit jaar de bouw van het Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie 'Impuls'. Het gebouw, een ontwerp van de vermaarde Italiaanse architect Renzo Piano, is begroot op 80 miljoen gulden en wordt naar verwachting begin 1996 in gebruik genomen. Vanmorgen is in de Beurs van Berlage het plan gepresenteerd door de architect, het Technologie Museum NINT en de drie betrokken overheden: de gemeente Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs en Wetenschap.

Het project wordt opgezet als een publiek-private samenwerking. Van de 80 miljoen gulden dragen de ministeries samen 17 miljoen bij, de gemeente Amsterdam 25 miljoen en de private sector 20 miljoen. Uit de middelen voor werkgelegenheid komt een bijdrage van 15 miljoen, de provincie Noord-Holland en andere overheidsinstanties 3 miljoen. De ministeries hebben de bijdrage die in 1992 was toegezegd, verhoogd in respons op de bereidwilligheid van het bedrijfsleven. Het centrum verwacht tussen de zes- en de achthonderdduizend bezoekers per jaar te trekken; bij de exposities komt uitleg in vier talen.

Het licht gebogen gebouw heeft de vorm van een scheepsboeg die vanaf de tunnel, waar het gebouw ook op gefundeerd wordt, naar een hoogte van dertig meter oprijst. De wanden kragen ook uit als die van een schip. Het gebouw is bekleed met koper dat mettertijd groen zal worden; in de wanden zitten behalve ramen maar perforaties waardoor er uitzicht is over het water. Uit een wand steekt straks de doos van het theater. De begane grond en een deel van de tweede verdieping op de 'boeg' zijn van glas, waardoor het op waterniveau mogelijk zal zijn dwars door het gebouw heen te kijken. Bovenin komt een restaurant.

De 'pier' voor wandelgangers die om het gebouw heen wordt aangelegd, zal van baksteen zijn, evenals de lange wig die langs de tunnel omhoog rijst en toegang geeft tot het dak. Een belangrijk element van het ontwerp is het hellende dak, volgens de architect een piazza die openbaar toegankelijk zal zijn. Directeur Joost Douma van het NINT hoopt op het dak objecten te plaatsen van de Japanse kunstenaar Shingu, die kinetische kunstwerken maakt met wind, zon en water.

Dit is het derde museum in Nederland naar Italiaans ontwerp: het Groninger Museum van Alessandro Mendini en het Bonnefanten Museum van Aldo Rossi zijn beide in aanbouw. Renzo Piano (1937), die bureau's heeft in Parijs, Londen en zijn geboortestad Genua, was samen met Richard Rogers ontwerper van het Centre Pompidou, dat zo populair is geworden dat het nu dringend moet worden gerenoveerd. Volgende week begint de bouw van zijn project voor de Potsdamer Platz in Berlijn; in Japan heeft Piano voor de kust van Osaka een nieuw vliegveld ontworpen dat bijna voltooid is.

Samen met wijlen de ingenieur Peter Rice heeft Piano diverse technologisch zeer innovatieve constructies bedacht, bijvoorbeeld een stadion in het Italiaanse Bari dat zich als een bloem lijkt uit te vouwen. Toch zei hij in een interview in het Engelse tijdschrift World Architecture zich niet zozeer verwant te voelen met de twintigste-eeuwse hogh-tech, maar met de negentiende-eeuwse ingenieuwstraditie en de lichtheid van constructies die toen werd nagestreefd. Technische noviteiten past hij in Impuls niet toe, wel vereisen de ligging in het water en de fundering op de IJ-tunnel speciale voorzieningen. Dit project ligt voor hem in het verlengde van de Nederlandse traditie van grote infrastructurele werken als dijken en bruggen. “Op een plek als deze mag je als architect niet bang zijn. Ik heb geprobeerd een gebouw te maken dat een vanzelfsprekende baken in het stadslandschap zal worden, maar tegelijkertijd als een schakel zal fungeren tussen de weidsheid van het water en de minutieuze schaal van de binnenstad.”

Van binnen wordt het museum voornamelijk met hout ingericht, volgens de architect om een informele sfeer te creëren. “Ik heb ook kunstmusea ontworpen, en daar moet je een sfeer van contemplatie scheppen. Maar dit is een museum waarin je mensen, niet alleen volwassenen maar ook kinderen, uitnodigt van alles te ontdekken en uit te wisselen. Het moet er levendig worden.”