Vrijspraak voor alle drie verdachten in HCS-affaire

AMSTERDAM, 7 APRIL. De Amsterdamse rechtbank heeft vanochtend de drie ondernemers in de HCS-zaak vrijgesproken. Misbruik van voorwetenschap werd door de rechtbank niet bewezen geacht. Een van de drie, J. van den Nieuwenhuyzen, en het effectenkantoor Suez Kooijman, zijn ook vrijgesproken van valsheid in geschrifte.

De zaak rond het automatiseringsbedrijf HCS spitste zich toe op de vraag of de ondernemers, Van den Nieuwenhuyzen (Begemann), Albada Jelgersma (Unigro) en Melchior, eind juli 1991 misbruik maakten van voorwetenschap toen zij massaal aandelen HCS verkochten. Het openbaar ministerie meende dat zij daarbij misbruik maakten van gedetailleerde kennis over een aandelenemissie die de noodlijdende automatiseerder HCS zou uitgeven.

Het OM zag de HCS-zaak als een doorbraak in de bestrijding van misbruik van voorwetenschap in Nederland. De officier van justitie mr. W. van Nierop eiste tegen hoofdverdachte J. van den Nieuwenhuyzen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 200.000 gulden. Tegen Melchior en Albada Jelgersma eiste de officier een voorwaardelijke gevangenisstraf plus een hoge geldboete.

Daarnaast betichtte het OM Van den Nieuwenhuyzen en het effectenhuis Suez Kooijman van valsheid in geschrifte bij de gewraakte verkoop van aandelen HCS. Op de transactieformuleren was niet de naam Van den Nieuwenhuyzen vermeld, maar die van een niet-bestaande Luxemburgse bank.

Van den Nieuwenhuyzen moet nog een keer voor de rechter verschijnen op verdenking van misbruik van voorwetenschap tijdens de overname van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) door Begemann, voorjaar 1991. Tijdens onderhandelingen over de overname gaf Van den Nieuwenhuyzen opdracht tot grote aan- en verkopen in het aandeel Begemann. Het openbaar ministerie meent dat Van den Nieuwenhuyzen forse winst heeft gemaakt met deze transacties.

Niet bekend