Verder oefenen in bedrijfsethiek

Om redelijk gewin, oefeningen in de bedrijfsethiek. Door Henk van Luijk, 221 blz., Uitg. Boom 1993, ƒ 36,50, ISBN 90 5352 065 1

Ethiek gaat de straat op. Sinds Vietnam, de Club van Rome en de hardnekkige werkloosheid beseffen ethici dat maatschappelijke problemen niet in boeken staan, maar in de wereld om hen heen leven. Dat vraagt om nieuwe, toegepaste ethiek. Niet alleen hooggeleerde filosofen, maar ook mensen uit de praktijk moeten zich bezighouden met de morele dilemma's van vrede, milieu, gezondheidszorg - èn van het zakenleven. In 'Om redelijk gewin' verdiept Henk van Luijk zich in die laatste tak van de praktische wijsbegeerte.

Van Luijk heeft, als een van de twaalf Europese hoogleraren bedrijfsethiek, niet de gemakkelijkste leeropdracht. Bij andere soorten ethiek is het einddoel van de discussie duidelijk: vrede, een schone leefomgeving dan wel een gezond en lang leven. De bijbehorende morele dilemma's hebben te maken met de methoden en procedures om die doelen te bereiken.

Bedrijfsethiek lijkt daarentegen een verzameling van botsende doelen en belangen. Ondernemers streven naar winst, vakbonden bevechten betere arbeidsvoorwaarden en de overheid probeert de werkloosheid en inflatie te beteugelen. Bovendien brengen actiegroepen allerlei eisen naar voren. Alle partijen komen met gerechtvaardigde, maar tegenstrijdige visies.

Als die zo uiteen lijken te lopen, heeft het dan zin je te verdiepen in de morele aspecten van zakendoen? Van Luijk vindt van wel. Met een model van drie lagen ontsnapt hij aan de overheersende invloed van die belangenconflicten. De onderste laag hiervan is de 'transactie-ethiek', waarbij belangenbehartiging de hoofdrol speelt. Transactie-ethiek is het morele minimum: de actoren nemen elkaar serieus, maar streven voor de rest uitsluitend hun eigen doelen na.

Interessanter voor discussie en grotendeels ontstegen aan naakte belangenconflicten is 'erkenningsethiek', de middelste laag: de deelnemers aan het maatschappelijke verkeer erkennen aanspraken op welzijn, ook als die strijdig zijn met eigenbelang. Voor velen is deze soort ethiek de meest herkenbare, omdat veel dilemma's zich op dit niveau afspelen.

Op het hoogste niveau vinden we de veranderings- of participatie-ethiek. Hierbij worden individuele belangen opzij gezet voor de 'articulatie en realisering van maatschappelijke waarden en idealen'. Van Luijk bedoelt hiermee een bijna utopische situatie: alle maatschappelijke partijen praten over initiatieven en ideeën, op basis van het gemeenschappelijk belang. Door deze driedeling kunnen deelnemers aan het economisch en maatschappelijk verkeer zelf hun morele rol in te vullen, die kan variëren van nog net toegestane transacties tot een morele heldenrol.

De auteur dekt zich vooraf tegen kritiek in met de opmerking 'werk in uitvoering'. Die uitvoering blijkt flink gevorderd. Met een zevenstappenplan en een uitgebreide classificatie biedt Van Luijk bruikbare instrumenten om morele problemen te lijf te gaan. Bruikbaar, maar nauwelijks gebruikt: voorbeelden en casusposities bij zijn theorie zijn schaars. Veel boeken over bedrijfsethiek komen niet veel verder dan een bundeling voorbeelden, maar dit lijkt het andere uiterste. De ondertitel 'oefeningen in de bedrijfsethiek' slaat dan ook meer op intellectuele exercities van de auteur dan op oefenmateriaal.

Ondanks af en toe storend bedrijfskundig jargon is het boek overzichtelijk geschreven. Bovendien biedt het stevig houvast voor ondernemers die een ethische code of mission statement willen ontwikkelen. In het hoofdstuk over normbepaling kunnen ze ook concrete beleidsadviezen vinden.

Bedrijfsethiek bevindt zich in het spanningsgebied tussen de afhoudende ondernemer en de sceptische filosoof. Op beide fronten moet ze haar positie bevechten. 'Om redelijk gewin' levert daar een bijdrage aan. Het wachten is nog op een onderwijseditie met meer voorbeelden en casusposities. Daarmee zou de auteur meer recht doen aan de ondertitel van zijn werk.

    • Roald van der Linde