SCHRIJVEN OP DE FIETS

Schrijven gaat het beste op de fiets. Of tijdens het lopen, of desnoods tijdens het wieden in de tuin. Want schrijven doe je in je hoofd, en daarbij helpt vaak een zeker lichamelijk ritme. Juist het min of meer gedachteloze bewegen stimuleert de geest in het verkennen van nieuwe paden.

Het mechanistische omzetten van bedachte zinnen in lettertekens is immers maar bijzaak, een noodzakelijke laatste stap aan het eind van een gedachtenstroom. Op het moment van weergave is de schrijver als een dirigent die hoogstens nog bijstuurt, maar vooral met tevredenheid luistert naar wat hij eerder in gedachten heeft gerepeteerd. Ik gebruik met opzet het woord luisteren, omdat het echt gaat om klanken, flarden van zinnen die zich in de gedachten nestelen en de inhoud sturen, ook bij mensen die van zichzelf vinden dat ze vooral visueel zijn ingesteld.

Niettemin verwarren velen het denkproces, dat schrijven natuurlijk is, met de mechanistische weergave ervan. Een writer's block betekent niet dat men geen letter op papier kan krijgen - iedereen met lagere school kan dat immers blindelings. Waar het om gaat is een thinker's block, om het moment dat het denkproces tijdelijk stokt. Door deze verwarring tussen schrijven en weergeven maken beginnende schrijvers de fout dat ze eerst proberen te schrijven, en pas op het moment dat dat niet lukt, gaan denken.

Dit weekend nam ik toevallig het afstudeerverslag door van een van onze beste studenten van dit jaar.

Simone's onderzoek (naar bomen in de savanne) was gedegen, voorzien van een uitputtend overzicht van de literatuur en vol boeiende gegevens die ze op allerlei creatieve manieren had verkregen. Toch was het verslag op veel plaatsen volledig onleesbaar. Op de ene bladzijde struikelde ze over haar eigen gedachten, op de andere was ze zo beknopt dat het leek of er niets nieuws stond. Dit teleurstellende resultaat was niet zozeer het gevolg van het ingewikkelde onderwerp, maar veeleer van een verkeerde volgorde: ze dacht terwijl ze zat te typen. Het bewijs daarvoor is dat de grote lijnen van het verslag wel op zijn plaats staan, maar dat juist binnen de paragrafen het overzicht volledig zoek is. Het verslag ontleende nu voornamelijk zijn structuur aan het stramien van inleiding, materiaal en methoden, resultaten en discussie, waarvan in ons vak slechts zelden wordt afgeweken. Kortom, het ontbrak haar, zoals zo velen, niet aan inzicht, maar aan compositie- en schrijfervaring.

Het feit dat onze beste studenten zulke slechte verslagschrijvers zijn, is voor een belangrijk deel het gevolg van ons studieprogramma waarin naar mijn smaak veel te weinig schrijfopdrachten zitten. In hoeverre dit typisch is voor een Wageningse opleiding laat ik maar even in het midden. Als mijn indruk terecht is dat de ingenieursopleidingen de relatief minder verbaal begaafde studenten aantrekken, dan zou het wellicht aanbeveling verdienen om de voorgestelde studieduurverlenging mede hiervoor te gebruiken. Want waar je later ook terecht komt, verslagen schrijven is altijd een gewenste vaardigheid.

Maar het gebrekkige schrijven - over spelling zwijg ik liever - heeft niet alleen met de huidige universitaire of middelbare schoolopleiding te maken. Sinds de komst van de personal computer is de volgorde tussen denken en weergeven drastisch veranderd. Enerzijds is dat het gevolg van het feit dat we op het scherm alles kunnen corrigeren en opnieuw rangschikken. De verleiding om achter het toetsenbord te gaan zitten vóór je echt hebt nagedacht, is groot.

Het visuele beeld, meestal 24 regels lang, bepaalt en beperkt het overzicht. Zo is de schrijver van een dirigent, een luisteraar, eerder een schilder geworden, die het woordbeeld op het scherm kritisch beziet en rangschikt. Net als bij olieverf, is niets onherroepelijk, en kan er altijd een laag overheen geschilderd worden. Een druk op de knop en een alinea wordt verplaatst, een zin wordt moeiteloos omgegooid, een woord systematisch vervangen door een fraaiere term. Natuurlijk werd er in het pre-PC-tijdperk ook wel bijgeschaafd, maar dan ging het veeleer om variaties en nuances, en niet om een zo voortdurend en drastisch herstruktureren. Dat is ook een van de redenen waarom het schrijven op een tekstverwerker niet echt sneller gaat dan met de hand of op een ouderwetse typemachine (het corrigeren wel, maar dat is zelden hetzelfde als schrijven).

Anderzijds biedt de tekstverwerker met aangekoppelde (laser)printer ons de ene ogenschijnlijk perfecte versie na de andere. Dat suggereert een valse volledigheid, alsof het stuk vanaf het begin al af is, en dat bevestigt de verwarring tussen denken en weergeven. Het uiterlijk versterkt ongemerkt de inhoud: als het er zo mooi uit ziet en als de grafieken zo prachtig zijn, dan zullen de gedachten erachter ook wel schitterend zijn. Goed lezen is moeilijk op een vol scherm of een volle bladzijde: hoe vaak lees je niet heen over woorden die in net gecorrigeerde zinnen op de verkeerde plaats zijn blijven staan? Met als bijkomend gevolg dat de ontstaangeschiedenis niet meer af te lezen is aan het stuk (oh arme literatuur- en wetenschapshistorici van de 21e eeuw die het moeten doen met de overgebleven laatste versies!). Dit is de paradox van de PC: een instrument waardoor we niet meer hoeven te denken vóór we doen en die iedere gedachte hoe waardeloos ook, uiterlijk perfectioneert.

Uiteraard - en gelukkig - zijn de tekstverwerkende mogelijkheden via de personal computer niet weg te denken. Het is echter een illusie om aan te nemen dat het hier slechts een neutraal hulpmiddel betreft. De tekstverwerker is geen koffiemolen waarbij het handmatige proces eenvoudig door elektrische energie wordt vervangen. De tekstverwerker dwingt ons tot een andere volgorde in onze wijze van concipieren en schrijven, tot een meer iteratieve benadering. Dat is niet eenvoudig. Op de PC wordt het denkproces zelf beïnvloed door het woordbeeld, meer dan door de klanken in ons hoofd. Het visuele wordt zo versterkt ten koste van het auditieve. (Overigens, de tekstverwerker heeft het auditieve denken niet uitgeroeid. Ik zie het vaak in de spelfouten in Engelse manuscripten van Nederlandstalige auteurs, bijvoorbeeld in de verwisseling van het bijna gelijkklinkende 'there' en 'their').

Een van de grootste uitdagingen lijkt me het bewust uitbuiten van de veredelde kladblokfunctie van het scherm, als tijdelijke tussenstap in het denken en weergeven. Het expliciet maken van die stappen zou ook in het onderwijs moeten gebeuren. Het is verbazend dat we er nu vanuit gaan dat iedereen een tekstverwerker kan gebruiken zonder dat we ons afvragen welke invloed dat heeft. En dat terwijl denken en gedachten weergeven het belangrijkste is wat we anderen kunnen leren.

Op een onverwachte manier biedt de tekstverwerker trouwens toch nog iets van dat noodzakelijke mechanische ritme, die momenten van schijnbare gedachteloosheid die nodig zijn voor het echte denken. Ik betrap me erop dat ik regelmatig kleine stukjes overtyp in plaats van alle correctie- en bewaarfuncties volledig te gebruiken. Het is net zo makkelijk, en je hoeft er niet bij te denken. Het is een soort fietsen op het computerscherm, zal ik maar zeggen.