Regering Antillen geeft aan jeugd 'hoge prioriteit'

DEN HAAG, 7 APRIL. De nieuwe regering van de Nederlandse Antillen onder leiding van minister-president Miguel Pourier wil hoge prioriteit toekennen aan verbetering van de bedroevend slechte situatie van de Antilliaanse jongeren. Pourier, die binnenkort zijn regeerakkoord bekendmaakt, heeft het programma dat vorig jaar door de 'Task force' voor Antilliaanse jongeren is opgesteld, volledig overgenomen. Dat zegt E. van der Hoeven, topambtenaar van de Antillen en coördinator van de Task force die net een bezoek aan Nederland heeft afgesloten om geld bijeen te brengen voor jongerenprojecten op de Antillen.

Die projecten zijn erop gericht de hoge jeugdwerkloosheid (30 procent) op de Antillen terug te dringen, het scholingsniveau drastisch te verbeteren en de “onstellende achterstand” in het welzijnsniveau van de jongeren vergeleken met Nederland, in te lopen, zegt Van der Hoeven. De regering-Pourier probeert de jongeren daarmee weer perspectief op de eilanden te bieden en de vlucht naar Nederland in te dammen.

Vorig jaar bracht de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Nordholt het probleem van de kansarme Antilliaanse jongeren indringend in de politieke discussie met zijn pleidooi voor een structurele oplossing, nadat hij had geconstateerd dat een aantal zeer jeugdige Antillianen in het criminele circuit van de hoofdstad betrokken was bij ernstige overvallen. Uit het onderzoeksrapport Pan I rèspèt (Brood en respect) dat in opdracht van het departement van justitie is verricht en in augustus 1993 werd gepubliceerd, bleek dat de afgelopen jaren in de politieregio's Amsterdam, Rotterdam en West-Brabant één op de acht à negen geïmmigreerde Antilliaanse jongeren met de politie in aanraking was gekomen. De criminaliteit onder vooral Curaçaose jongeren was gestegen en in vergelijking met andere jongeren ging het om relatief zware criminaliteit.

De nieuwe Antilliaanse premier heeft aangekondigd dat hij voor de oplossing van problemen in zijn land minder afhankelijk wil worden van Nederland, maar voor de “inhaalslag” met zijn jongeren heeft Pourier toch extra geld nodig. Minister Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) stelde in februari uit zijn begroting al 5 miljoen gulden beschikbaar voor een speciaal fonds en Van der Hoeven heeft over de financiering van de eerste tien projecten al overeenstemming bereikt met het Kabinet voor Antilliaanse en Arubaanse zaken in Den Haag. Bovenaan de lijst van de Task force staat de oprichting van een centrum op Curaçao dat Antilliaanse jongeren die naar Nederland willen vertrekken, voorlichting geeft. Want nog altijd bestaat op de Antillen een beeld van Nederland als een land van melk en honing waar elke rijksgenoot zijn hand kan ophouden voor een bijstandsuitkering. Dat de werkloosheid en de aanscherping van de sociale zekerheidswetgeving het bestaan voor een laaggeschoolde Antilliaan knap lastig maakt, is nog nauwelijks doorgedrongen.

Namens de Task force probeert Van der Hoeven door een beroep te doen op het solidariteitsgevoel van loterij-instellingen en ondernemingen in Nederland en op Curaçao, meer geld beschikbaar te krijgen voor een structurele aanpak. Hij wil een fonds vormen waarvan de beleggingsopbrengst moet zorgen voor de middelen waaruit de Task force projecten op het gebied van onder meer aanvullende opleidingen, jeugdwelzijn, verslavingszorg en sportbeoefening op de Antilliaanse eilanden kan financieren.

    • Theo Westerwoudt