Regenbosrefugia

Hoewel het verder van geen invloed is op de inhoud van het artikel van Marion de Boo over de regenbosrefugia in Afrika (W&O 17 maart), zou ik willen reageren op de opmerking dat het in de laatste ijstijd, zo'n 70.000 tot 12.00 jaar geleden, in Afrika een stuk koeler en droger was dan thans.

Dit beeld, dat tijdens de glacialen op hogere breedten de tropische gebieden relatief droog waren en in de interglacialen relatief vochtig, gaat slechts ten dele op. Evenals op hogere breedten waren er ook in de tropen belangrijke schommelingen in de temperatuur en, vooral, in de neerslag. Tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd, ongeveer 18.000 jaar geleden, waren de tropische gebieden o.h.a. zeer droog.

In het begin van het Holoceen kwam hierin een grote verandering. Van ongeveer 10.000 - 5.000 jaar geleden ontving de Sahara, op waarschijnlijk het noordelijkste deel na, meer neerslag dan thans en het landschap bestond uit savannen, meren en rivieren. Het ten zuiden ervan gelegen regenwoud was toen ook veel uitgebreider dan thans. Dat was het resultaat van een sterke seizoenaliteit op het noordelijk halfrond, veroorzaakt door de gunstige tijd van het perihelium (de kortste afstand van de aarde tot de zon), nl. gedurende de noordelijke zomer. Hierdoor waren de zomers relatief warm en de regenbrengende intertropische convergentiezone kon verder naar het noorden doordringen dan thans.

Momenteel valt het perihelium in het begin van januari. Hierdoor is de seizoenaliteit op het noordelijk halfrond relatief zwak (relatief koele zomers en relatief warme winters) en op het zuidelijk halfrond sterk. Het tijdstip van het perihelium hangt samen met de zg. precessie, die een periodiciteit heeft van ongeveer 22.000 jaar. Het is inderdaad gebleken dat er zo'n 30.000 jaar geleden eveneens relatief hoge meerstanden voorkwamen in de Sahara. Vermeldenswaard is wel dat het vooral de lagere breedten zijn die beïnvloed worden door de precessie.

Van het klimaatsverloop in het vroegere deel van de laatste ijstijd (die overigens al zo'n 120.000 jaar geleden begon) is thans nog weinig bekend, maar het onderzoek is op vele gebieden nog in volle gang. Daarbij moet men echter in aanmerking nemen dat de gegevens schaarser worden naarmate men verder in de tijd teruggaat.

    • Leendert Krook