'Rabin moet verbrand worden!'

AFULA, 7 APRIL. “Zelfs de duivel kan de misdaad in Afula niet begrijpen”, zegt Tsadok Nawi, de burgemeester van dit rouwende en woedende stadje in Noord-Israel waar een krachtige autobom gisteren acht levens eiste. De zaal in het culturele centrum van Afula is propvol. Het was de bedoeling dat op deze avond de zes miljoen joden die in Hitlers gaskamers werden vergast zouden worden herdacht, maar de gedachten gaan nu ook uit naar het verse, onschuldige bloed dat in Afula vloeide. Over de stad hing gisteren de sfeer van de dubbele shoa, zoals de holocaust in het Hebreeuws heet. De 'grote' van toen en de 'kleine' van nu. Acht doden, met inbegrip van de dader, meer dan vijftig gewonden.

Op de weg van Tel Aviv stonden gistermiddag al rechtse demonstranten die het door een zelfmoordterrorist van de moslim-fundamentalistische Palestijnse beweging Hamas aangerichte bloedbad in Afula aangrepen om de vredespolitiek van de regering-Rabin te geselen: “Rabin leidt ons naar een nieuwe holocaust”. Voor het culturele centrum, niet meer dan honderd meter schuin tegenover de plaats waar de bomauto tot ontploffing werd gebracht, was een grote politiemacht op de been om woedende demonstranten in toom te houden.

“Dood aan de Arabieren” is onder dergelijke omstandigheden een oud refrein. Nieuw was de verontwaardiging over het doorgaan van de plechtige herdenkingsbijeenkomst van de holocaust in het culturele centrum. “Dat is afgrijselijk”, zegt een demonstrant. “Zo dicht bij de plaats van de ramp. Hoe halen ze in hun hoofd? Laten ze het op een andere avond doen. Met zoveel doden om ons heen nu zijn we niet in de stemming om aan de holocaust te denken.”

En dus wellen de golven woede als een opzettende vloed aan terwijl in het culturele centrum burgermeester Nawi de bevolking oproept rustig te blijven en de stadsrabbijn Perets Zioni zich verontschuldigt niet lang te kunnen blijven. “Ik moet de families van de slachtoffers bezoeken. Ik ben nog geschokt door wat vandaag in de ijskast in het ziekenhuis heb gezien. Alleen gebed kan ons kracht geven.”

Buiten het culturele centrum worden de jellende demonstranten versterkt door in een kolonne auto's van de Hoogvlakte van Golan afgedaalde kolonisten. “Het volk is met de Golan”, is de slagzin van deze demonstratie. Juichend worden ze ingehaald. Ook een groepje kolonisten uit de Westelijke Jordaanoever wordt met open armen ontvangen. Een sterk politiecordon verhindert de demonstranten de weg te blokkeren. Als een kolonist het toch probeert, wordt hij hardhandig opgetild en op zijn plaats gezet. De stemming is anti-Rabin, anti-vrede met de PLO.

“Rabin moet verbrand worden”, gilt een demonstrant in mijn oor. “Rabin en jouw regering zijn verantwoordelijk voor het vloeien van joods bloed; Rabin, ons land is niet te koop!” Dat zijn de op spandoeken aangebrachte leuzen op spandoeken die door leden van jeugdorganisaties van nationalistische partijen worden gedragen.

“Ik ben nog nooit zo kwaad geweest”, zegt de 62-jarige Shimon Malchi. “Rabin moet weg. Hij kust Arafat en verraadt zijn land. Hij laat bannelingen terugkomen die zich beramen op plannen om ons de zee in te drijven. Laat hij doen wat David Ben Gurion deed. Ik herinner het me nog heel goed. De Arabieren waren in zijn tijd aan een militair bestuur onderworpen. Als er onlusten warenkwamen ze hun dorpen niet uit.”

“Ik heb voor Rabin gestemd, maar ik heb er nu spijt van”, zegt een andere demonstrant. “Ik ben een gematigd mens, vóór het opgeven van de meeste bezette gebieden. Maar Rabin gaat te ver. Hij geeft te veel toe aan Yasser Arafat. Mijn stem krijgt hij niet meer en zo denken er heel veel over die voor hem hebben gestemd bij de laatste algemene verkiezingen.” De man is nog zwaar onder de indruk van de ramp die Afula trof. “Ik was in Libanon, ik reed achter de safari (militaire vrachtwagen voor vervoer van soldaten) die bij Metullah voor me de lucht in ging. Maar wat ik hier heb gezien, is gewoon afgrijselijk. Nog geen minuut na de ontploffing verzorgde ik de gewonden, zag ik de verschroeide lijken. Bij het optillen vielen ze uit elkaar en stond ik met een arm of been in mijn hand.”

Het glas is uit het wachthokje geslagen waar bus 348 zijn passagiers inliet toen de Hamas-terrorist de stoep opreed en op drie meter afstand zijn auto tot ontploffing bracht. “Ik wist dat dat de Palestijnen na de veertig dagen rouw (voor de massamoord in Hebron) wraak zouden nemen. Het ongeluk kan ons overal treffen, maar als het zo dicht bij is doet het erg pijn”, zegt de Libanon-veteraan.