Paul de Leeuw blijft meest oorspronkelijke tv-maker

Seth & Fiona, Ned.3, 21.23-21.57u.

Er waren er, de laatste tijd, die zich zorgen om Paul de Leeuw begonnen te maken. Ze hadden het nu wel zo ongeveer gezien, zeiden ze - toonde zo'n serie als Muilen dicht immers niet zonneklaar aan dat zijn kunstjes, na een paar verbluffend produktieve tv-seizoenen, uitgeput raakten en dat hij in herhalingen begon te vervallen? En liep hij nu niet het gevaar in de dodelijke omarming van het Gooi te belanden, zodat hij voortaan volstrekt onschadelijk zou zijn?

Welnu: de elf-delige comedy-serie Seth & Fiona, waarvan de VARA vanavond de eerste aflevering uitzendt, is het beste antwoord dat De Leeuw op alle gesomber kon geven. Samen met zijn lijfregisseur Rinus Spoor blijkt hij eigenhandig een nieuwe vorm te hebben gevonden voor een genre, dat op dit moment lijkt te verzanden in klonen van buitenlandse successen, opgelegde koddigheid en Hollandse gezelligheid. De Leeuw doorbreekt die voorspelbaarheid met een reeks energieke scripts in een voor Nederlandse begrippen onbedaarlijk tempo, hardhandige grappen en een groep acteurs die met de vereiste inzet meegaan in de algehele gekkigheid. Al in de eerste aflevering speelt Beppie Melissen een groteske gastrol als een dynamische uitzendbureau-directrice (“héél erg veel doei!”) en in de komende weken verschijnen nog zulke uiteenlopende gasten als Gerardjan Rijnders als bijziende burgemeester, Willem Duys als platenwinkelier, benevens edelfiguratie door Hans van Manen, Benno Premsela en vele anderen.

Zelf speelt De Leeuw, met een stout babysnoetje onder een blonde page-pruik, de rol van de zijïge nicht Seth de Jonge, die een eeneiïge tweeling vormt met zijn zus Fiona (Olga Zuiderhoek). Seth woont samen met Freek, een Duitse leatherboy, die in de vertolking van Kees Prins de tongval van prins Bernhard heeft gekregen. De pas gescheiden Fiona heeft een brave zoon (Joep Onderdelinden) met het portret van Frits Bolkestein op zijn boxer shorts. Voor hen heeft Paul de Leeuw een vaardige serie verhaaltjes geschreven, die elke week pas een dag vóór de uitzending worden opgenomen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld vanavond de dood van Olga Lowina en het faillissement van Patty Brard in zijdelingse opmerkingen worden vermeld.

Ook in visueel opzicht wijkt deze comedy af van de standaardformule: de camera's gaan, desnoods op de schouder, méé met de acteurs als die naar een andere lokatie lopen. Dat versterkt het gevoel van directheid. Af en toe is ook duidelijk zichtbaar dat alles zich afspeelt in een studio, met een apart hoekje voor het combo van Dick Bakker. Maar zodra men op een nieuwe set is aangeland, is die lokatie weer volstrekt geloofwaardig. Ook de acteurs blijven in hun rol, zelfs Paul de Leeuw - op een enkele veelbetekenende blik in de camera na. Die is hem dan ook vergund, als de meest oorspronkelijke tv-maker van dit moment.