Nominaties Libris Literatuur Prijs

AMSTERDAM, 7 APRIL. Juryvoorzitter Jan Terlouw maakte gisteren in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de nominaties bekend voor de eerste Libris Literatuur Prijs, die 16 mei wordt uitgereikt. De eindstrijd om de prijs van 100.000 gulden zal gaan tussen Paul Claes (De Sater), Inez van Dullemen (Het land van rood en zwart) Margriet de Moor (De virtuoos), Leo Pleysier (De Gele Rivier is bevrozen), Henk van Woerden (Moenie kyk nie) en Frida Vogels (De harde kern). Van deze boeken is alleen het boek van Margriet de Moor tot nu toe een verkoopsucces. De andere boeken zijn in Nederland matig verkocht.

Opvallend aan de selectie van dit jaar is het grote aantal biografische of autobiografische romans. Inez van Dullemen schreef een geromantiseerde roman over de Zwitserse fotografe Gertrude Blom, Leo Pleysier volgde het leven van een non die naar China gaat, en Henk van Woerden en Frida Vogels beschreven nauwgezet hun eigen jeugd.

De zes genomineerde boeken zijn alle goed tot zeer goed door de pers ontvangen, en als echt verrassend wordt de keuze niet beschouwd. Drie van de auteurs werden al met eerder werk genomineerd voor de AKO-prijs (de literaire prijs waaruit de Libris-prijs is voortgekomen). Ook de nominatie van de debutant Henk van Woerden is niet echt een verrassing. Zijn boek is in verschillende kranten geprezen en het kreeg vorige week de Geertjan Lubberhuizenprijs voor het beste debuut van het afgelopen jaar.

Een goede kanshebber is Margriet de Moor met haar alom geprezen roman over een liefde tussen een zeventiende eeuwse Italiaanse castraatzanger en een dame uit de betere kringen. Het is echter de vraag of de jury haar zo kort na haar vorige bekroning opnieuw zal als winnaar zal willen aanwijzen. De Moor won in 1992 de AKO-prijs met haar roman Eerst grijs dan wit dan blauw, waarna het boek in binnen- en buitenland een bestseller werd.

Terlouw noemde het aanbod van boeken dit jaar enigszins teleurstellend. “Er zijn jaren geweest met een hoogwaardiger literaire produktie.” Er kwamen slechts negentien titels voor plaatsing op de longlist met kanshebbende titels in aanmerking, terwijl het reglement voorziet in een maximum van dertig. Ook speelde een rol dat literaire non-fictie was uitgesloten. Zo werd de roman Het gat in de wereld van Benno Barnard door de jury teruggezonden met de mededeling dat het boek niet fictief genoeg was.

In de boekenbranche is afwachtend gereageerd op de nominaties voor de eerste Libris Literatuur Prijs. Vooral het ontbreken van dikke traditionelere romans met goede verkoopmogelijkheden werd zorgelijk gevonden. Toen het boek De Sater van de Vlaamse schrijver Paul Claes door het juryverslag werd aangeprezen als 'een vernuftig intertekstueel spel met onder andere een pikante herdersroman, een Latijns inititatieverhaal en een Latijns komisch-picareske avonturenroman, en met lijnen naar de pastorale romans uit de zestiende en zeventiende eeuw' hoopte een vertegenwoordiger van de organiserende Libris-organisatie maar één ding: dat boek moest op 16 mei niet de Libris Literatuur Prijs krijgen. Ook de nominatie van Frida Vogels werd niet overal in boekverkoperskringen enthoustiast ontvangen. De in Italië wonende schrijfster heeft laten weten op geen enkele manier aan de promotie van haar boek te willen bijdragen. Ze zal niet naar Nederland komen voor het grote banket in het Amstelhotel, geen interviews geven en er mag geen foto van haar worden verspreid.

Een nominatie voor de AKO-prijs was afgelopen jaren doorgaans goed voor een extra verkoop van tweeduizend exemplaren. Daarnaast is het voor uitgevers na een nominatie veel makkelijker om buitenlandse collega's voor een boek te interesseren. De meeste van de zes titels zullen nu daarom meteen worden herdrukt. Sommige uitgevers dreigen door de nominatie echter in problemen te komen. Zo heeft uitgeverij Van Oorschot op dit moment nog 1500 exemplaren van De harde kern liggen. Als het boek de prijs op 16 mei niet wint, vreest hij met een groot deel van een nieuwe druk te blijven zitten.

De jury van de Libris Literatuur Prijs bestaat dit jaar uit de politicus Jan Terlouw, de hoogleraren Hugo Bousset en Gilles Dorleijn, de vertaalster en schrijfster Anneke Brassinga en de essayist en vertaler Piet Meeuse.