Moder kookt en vader koopt in

“Wij zijn een modern gezin”, zeggen vader en moeder Bilgin in hun flat in Rotterdam-centrum. Ze wonen er vijf jaar. Daarvoor hebben ze twee jaar gewoond in een oud huis in Rotterdam-West waar de muizen door de kamers liepen. Dat is voorbij.

Over mogelijke verschillen met Nederlanders moeten ze lang peinzen. “Denk eens mee”, spoort mevrouw Hülya Bilgin haar man aan. Ze vermoeden dat ze meer afwijken van gezinnen uit het Turkse platteland dan van Nederlanders. Overdag werken ze en 's avonds kijken ze naar de televisie. Hun twee kinderen houden van computerspelletjes. Het geloof misschien? Daar doen ze niet veel aan, ze gaan nooit naar de moskee en lezen ook nooit in de Koran.

Ja, normen en waarden hebben ze wel meegekregen. Voor het huwelijk een relatie aangaan was er voor hen bijvoorbeeld niet bij. Maar dochter Burçin (7) en zoon Burak (6) mogen daar later zelf over beslissen. “Wie in Nederland zijn kinderen niet wil verliezen, moet ze zelf laten beslissen”, zegt moeder Hülya. Een ander verschil is dat het meer moeite kost een Turkse maaltijd klaar te maken dan een Nederlandse. Meestal kookt moeder en doet vader de boodschappen. Maar andersom komt ook weleens voor. Ten slotte zijn er de sterke familiebanden. De Bilgins gaan vrijwel elke avond op bezoek bij de ouders van moeder Hülya of bij een van haar zeven broers en zussen die allemaal binnen een straal van tien kilometer in Rotterdam wonen.

Moeder Hülya Bilgin (26) woont al negentien jaar in Nederland. Ze werkt als inkoper bij het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening Rijnmond. Haar vader behoorde tot de eerste generatie gastarbeiders. Hij werkte als schoonmaker van olietankers bij Shell Pernis en liet in het kader van de gezinshereniging zijn gezin overkomen uit Antakya, in het zuidoosten van Turkije. Hülya ontmoette haar echtgenoot Mithat (36) in haar geboortestad, Daar dreef hij samen met zijn vader een makelaarskantoor. Zeven jaar geleden kwam hij naar Nederland.

De eerste jaren omschrijft hij als “een gevangenis”. Hij had geen werk en sprak geen Nederlands. Nu werkt hij als als inpakker/ controleur bij de enveloppenfabriek Van Stolk en Reese. De voertaal thuis is Turks, zodat dochter Burçin een tweetalige opvoeding krijgt. Zoon Burak is slechthorend en zit op een speciale school. Hij wordt in het Nederlands toegesproken omdat twee talen hem teveel zou worden.

Vader Mithat zet fruit op tafel. De familie vertelt dat ze niet erg veel contact met Nederlanders hebben. Meestal zijn interculturele vriendschappen geen succes. Ze hebben eens een Nederlandse vriend mee naar Turkije genomen, maar eenmaal terug liet die ondanks pogingen van hun kant niets meer van zich horen. Ook vooroordelen staan contacten in de weg, zegt mevrouw Bilgin. “Nederlanders die voor de grap vragen of ik geen hoofddoek moet dragen en of ik niet onderdanig achter mijn man moet aanhollen.”

Geven Turken in Nederland hun kind weleens Nederlandse namen? Het antwoord is nee. Elke naam moet worden voorgelegd aan het Turkse consulaat. Wanneer de naam niet op hun lijst voorkomt, wordt die niet geaccepteerd. De broer van moeder Hülya wilde zijn dochter graag Miranda noemen. Dat was niet mogelijk. De broer tekende beroep aan en dat beroep duurde ruim drie jaar. In die periode werd zijn dochter Miranda genoemd. Maar nu is het dan toch Meral.

    • Arjen Schreuder