Meer illegale Marokkanen terug dankzij verdrag

Het Tweede-Kamerlid J. de Hoop Scheffer (CDA) eiste vorige week dat er sterke druk op de Marokkaanse en Algerijnse regeringen zou worden uitgeoefend om illegalen terug te nemen. Maar de politie van Amsterdam en Rotterdam is heel tevreden over de samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten.

ROTTERDAM, 7 APRIL. Een keer per week gaat de vreemdelingenpolitie met een aantal illegale vreemdelingen naar een van de drie Marokkaanse consulaten, in Rotterdam, Amsterdam of Den Haag. De illegalen zijn mensen die hun identiteitspapieren hebben weggegooid, maar van wie vermoed wordt dat ze uit Marokko komen. De consul kan vaak al aan het dialect horen of dat inderdaad zo is, of dat het gaat om iemand uit uit Algerije, Tunesië of Egypte.

Het systeem bestaat sinds april vorig jaar. Heerst er twijfel over de Marokkaanse nationaliteit, bijvoorbeeld bij mensen uit het grensgebied tussen Marokko en Algerije), dan worden hun vingerafdrukken naar Rabat gezonden. In Marokko moet iedereen boven de achttien jaar een identiteitsbewijs hebben en bij de aanvraag worden vingerafdrukken genomen.

Op deze wijze zijn in 1993 vanuit Amsterdam 229 Marokkaanse illegalen naar Marokko teruggestuurd: 37 die een paspoort hadden en 192 met een 'laisser passer' - de toestemming die door de consul gegeven moet worden om zonder geldige papieren Marokko binnen te gaan. Rotterdam heeft in dat jaar (waarvan pas in de laatste helft de terugkeerregeling van kracht was) 343 illegalen teruggestuurd waarvan 267 met een laisser passer. Het jaar daarvoor was dat nog respectievelijk 171 en 61

Het aantal illegalen dat zichzelf Algerijn noemt is sinds de regeling van kracht is, sterk toegenomen. Met Algerije worden nu de eerste pogingen gedaan om tot een afspraak te komen, maar het zal, gezien de politieke situatie in dat land, nog wel even duren voor het zover is.

Het initiatief tot de afspraken met Marokko kwam van de Amsterdamse politie. Want de illegale criminelen die ze het land uitzette kwamen langs dezelfde weg weer terug: de 'Roosendaalroute'. En direct naar Marokko terugsturen lukte de politie zelden omdat de benodigde Marokkaanse toestemming zeer lang op zich liet wachten. Binnen korte tijd werden de onderhandelingen overgenomen door Justitie en Buitenlandse Zaken. In de loop van vorig jaar kwam het tot de afspraak met de Marokkanen, niet alleen over criminele vreemdelingen, maar ook over ook andere illegalen.

De uitbreding met illegalen kostte moeite. Uiteindelijk stemde Rabat in, onder voorwaarde dat er in Nederland geen razzia's zouden worden gehouden en dat er enige soepelheid zou worden betracht bij het legaliseren van illegalen die al langere tijd in Nederland verbleven en werk hadden. Deze toezeggingen waren geen probleem.

Volgens een diplomatieke bron is op een moeilijk punt in de onderhandelingen door Nederland ook het betrekkelijk soepele visumbeleid van de Nederlandse regering ingebracht, om druk uit te oefenen. Marokkaanse bronnen melden dat Nederland ongeveer de laatste in de rij Westeuropese landen is die een dergelijke regeling met Marokko treft. Nederland was een laatkomer, zeggen die bronnen, omdat er hier niet graag met de Marokkaanse autoriteiten werd samengewerkt, zeker niet met consuls die in Nederland steeds beschuldigd werden van politiek geïnspireerde bemoeienissen met Marokkaanse immigranten.

Rotterdam had vorig jaar in totaal 1.100 arrestanten waarvan de vreemdelingendienst aannam dat zij de Marokkaanse nationaliteit bezaten. Niet al deze arrestanten konden bij de consul worden voorgeleid, zegt de Rotterdamse politiewoordvoerder K. van der Leest. Dat kan tenslotte maar een keer per week (zowel de politie als de consul heeft het druk) en er zijn te weinig cellen om de arrestanten zolang vast te houden. Degenen die te veel zijn, worden 'aan de voordeur' het land uitgezet. Aan de voordeur van het politiebureau.

Op die wijze heeft het weinig zin om illegalen actief op te sporen. De Nijmeegse onderzoeker L. Clermonts heeft echter niet de indruk dat het cellentekort de grootste belemmering vormt voor het invoeren van een actief opsporingsbeleid. “De politie roept dat wel, maar ik vermoed dat het ook vaak als excuus wordt gebruikt.” Clermonts, verbonden aan het instituut voor rechtssociologie van de universiteit van Nijmegen, deed de afgelopen jaren onderzoek naar het beleid ten aanzien van illegalen bij verschillende politiekorpsen . Deze maand verschijnt van haar hand een studie over dit onderwerp. “De korpschefs in Amsterdam en Rotterdam geven weinig prioriteit aan opsporing van illegale vreemdelingen, wanneer het tenminste niet om criminelen gaat”, stelt zij vast. Clermonts wijst er op dat bovendien lang niet alle illegalen in afwachting van hun uitzetting opgesloten hoeven te worden. “De oude tante of de oma die na haar vakantie niet op tijd is teruggegaan, hoef je echt niet achter slot te zetten. In zo'n geval is een meldingsplicht voldoende.”

De Rotterdamse politie gaat er uitdrukkelijk vanuit dat de terugkeerregeling ook voor niet-criminele illegalen is bedoeld. Maar het vinden van deze illegalen is meer een bijprodukt van de opsporing van overtreders (bijvoorbeeld zwartrijders) of criminelen (bijvoorbeeld het aanhouden van personen in en rond een drugspand). Gerichte opsporing van niet-criminele illegalen vindt weinig plaats. Het aandeel van dergelijke illegalen in het aantal teruggestuurden is dan ook minder dan de helft.

De Amsterdamse politie heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het opsporen van niet-criminele illegalen niet haar prioriteit heeft. Het was haar bij het initiëren van de terugkeerregeling alleen om criminele illegalen te doen. Maar nu de regeling een wijdere strekking heeft wordt daar ook gebruik van gemaakt, zegt politiewoordvoerder K.Wilting.

De politiecorpsen in Nederland krijgen eind van deze maand de mogelijkheid om meer illegalen in hechtenis te houden. Volgens het ministerie van justitie zijn er dan 575 extra cellen beschikbaar waarin illegalen tijdelijk kunnen worden ondergebracht. In Tilburg is een voormalige kazerne speciaal voor dit doel omgebouwd. Die kazerne heeft een capaciteit van 360 cellen. In de voormalige militaire strafinrichting Nieuwersluis en in een aantal huizen van bewaring, waaronder dat van Alkmaar, heeft Justitie ruimte voor nog eens 215 cellen. Wilting: “Een deel van die extra cellen zullen we goed kunnen gebruiken voor de criminele illegalen”.