Meelopen met de architect

'Over het verschil tussen een pyramide en een tent kun je makkelijk een hele avond filosoferen', betoogt architect Tjaarda Mees terwijl hij de deur openschuift van de nieuwe plantenkas in de Amsterdamse Hortus Botanicus. In zijn kielzog volgen Niels en Onno, twee vijftienjarige VWO-ers van het Haarlemse Coornhertlyceum. Ze knikken ijverig als de architect op de constructie van de kas wijst: 'Kijk, dat bedoel ik nou. Er wordt niets gecamoufleerd, je ziet precies hoe het bouwwerk in elkaar zit.'

De twee jongens vinden het razendinteressant, maar het is zo te zien compleet nieuw voor ze. Niels en Onno hadden eigenlijk nauwelijks een idee wat het beroep van architect inhield voordat ze een dag gingen meelopen op het architectenbureau van Tjaarda Mees en Joop Bensdorp. Aan het eind van de dag, die werd afgesloten met een rondwandeling langs enkele interessante bouwwerken, lijkt het ze wel wat. 'Je bent zelfstandig en vrij', is de indruk die Onno heeft. 'Je maakt zelf iets waar je later op terug kunt kijken', zegt Niels. Dat maar weinig architecten rijk worden kan ze niet zoveel schelen.

Op een gewone doordeweekse dag zwermen ruim veertig leerlingen van het Coornhertlyceum uit naar advokatenkantoren, ziekenhuizen, reclamebureaus, dagbladen, ministeries en banken om te kijken of het vak waarin ze geïnteresseerd zijn wel zo leuk is in de praktijk. Twee decanen en een docent van het Haarlemse lyceum hadden in hun eigen kennissenkring en even daarbuiten 39 beroepsbeoefenaren bereid gevonden om een of twee leerlingen uit 4VWO een dag te laten kennismaken met hun werk. Juridische en medische beroepen lagen goed in de markt bij de leerlingen, maar ook de media en de technische vakken met een creatief tintje - architectuur en industrieel ontwerpen - deden het goed. Banen in het onderwijs lieten ze volledig links liggen. Ook voor beroepen die minder tot de verbeelding van vijftien- en zestienjarigen spreken, zoals accountant, audioloog, financieel directeur en organisatie- adviseur was weinig animo.

Decanen worden bedolven onder het schitterendste voorlichtingsmateriaal van hogescholen en universiteiten. Bovendien organiseert iedere opleiding tegenwoordig een open dag. 'Maar', zoals decaan Ellen ten Haaf zegt, 'kinderen kiezen niet alleen voor een studie maar ook voor een beroep.' En daar zit precies het probleem, want hoe kom je als vijftienjarige te weten wat een architect of een officier van justitie doet als je niemand kent die dat beroep uitoefent?

Vorig schooljaar organiseerde het Coornhert Lyceum een aantal bedrijfsexcursies. 'Negen van de tien kinderen vonden er niets aan', herinnert Ellen Ten Haaf zich, 'het bleef allemaal te veel op afstand.' Het moest directer en dichterbij, was de conclusie die de decanen trokken en ze pakten de telefoon om hun eigen netwerken in te schakelen.

Niels en Onno hadden na een korte briefwisseling met de architecten de opdracht gekregen om goed om zich heen te kijken naar huizen en gebouwen. Ook werd ze gevraagd om een paar foto's te maken van bouwwerken die ze mooi of juist lelijk vonden. De kiekjes liggen aan het begin van de dag braaf voor hen op de grote ovale tafel. Niels fotografeerde 'een ont-zet-tend lelijk' rijtje huizen met afgeplatte daken langs een vaart in Haarlem. Onno had als voorbeeld van mooi een spiegelend kantoorgebouw en het neo-classicistische provinciehuis gekozen.

Met een overdonderend enthousiasme beginnen de architecten uit te leggen dat het in de architectuur eigenlijk helemaal niet zozeer om mooi of lelijk gaat, maar eerder om goed of fout. De twee jongens knipperen wat schuchter met de ogen als er door de compagnons lustig gestrooid wordt met bouwstijlen en beroemde architecten. Nadat de bouwkundeopleidingen aan de orde zijn geweest en de fles cola die speciaal voor het jeugdig bezoek in huis werd gehaald is aangebroken, wordt het tijd dat Niels en Onno zelf aan de slag gaan. Op tafel liggen grote witte vellen, potloden, gummetjes en linealen. Ze krijgen de opdracht om ideeën te ontwikkelen voor een sober vakantiehuis. De lap grond waarop het gebouwd moet worden grenst zowel aan een schietterrein als aan een meer.

Onno maakt er een riant landhuis van met een kaarsrechte oprijlaan 'want dat is handig voor de auto'. Niels dacht meer aan een optrekje met een wenteltrap en een torentje, zodat je over het meer kunt uitkijken. Ondertussen worden ze scherp ondervraagd door de 'kritische opdrachtgevers'. Eén ding wordt de jongens snel duidelijk: als architect moet je in elk geval een goede prater zijn. Alles wat je ontwerpt moet je met een stevig verhaal kunnen onderbouwen.

De 'meeloopdag' is voor de VWO-leerlingen van het Coornhert Lyceum misschien wel het hoogtepunt van het beroepskeuzeproject, hij staat niet op zichzelf. In de weken ervoor is er tijdens de lessen maatschappijleer en wiskunde aandacht besteed aan stereotiepe keuzes van jongens en meisjes. Bij Nederlands werd tijd ingeruimd om een brief te schrijven aan degene met wie ze gingen meelopen. Bovendien moesten de leerlingen een interview voorbereiden over de leuke en minder leuke kanten van het beroep, de vooropleiding, de arbeidsmarkt en de mogelijkheid om carrière en gezin te combineren.

Na afloop moet er een verslag geschreven worden. 'Schets je toekomstbeeld zoals dat er op dit moment uitziet', luidt de minst eenvoudige opgave waarop ze een antwoord moeten verzinnen. Ellen ten Haaf: 'De grote uitdaging voor elke decaan is hoe je leerlingen actief laat nadenken over een verre toekomst, zonder ze teveel aan het handje te nemen.'

    • Michaja Langelaan