Lanzmann heeft geen alleenrecht op verfilming van holocaust

Claude Lanzmann, de maker van de tien uur durende televisiefilm Shoah, hekelde de film Schindler's List in het Franse dagblad Le Monde van 3 maart (overgenomen in deze krant van 26 maart).

Simon Wiesenthal diende Lanzmann van repliek in het Oostenrijkse dagblad Der Standard. Puttend uit zijn eigen ervaring in het kamp Plaszow, weerspreekt hij Lanzmanns kritiek.

Claude Lanzmann schrijft dat Steven Spielberg de film Shoah 'heeft voorzien van plaatjes'. Als voorbeeld noemt hij de twee joden uit Vilnius die vertellen hoe ze werden gedwongen met blote handen uit een massagraf lijken op te graven om ze opgestapeld te verbranden. Spielberg, aldus Lanzmann, heeft deze scène gedevalueerd, want in Plaszow waren geen massagraven. Heeft Spielberg zich werkelijk aan devaluatie schuldig gemaakt? Lanzmann suggereert dit door te schrijven dat hij heeft gehoord dat Spielberg Shoah herhaaldelijk heeft bekeken.

Van de gebeurtenis in het kamp Plaszow ben ik persoonlijk getuige geweest. Ik heb Spielberg daarvan niets verteld - want ik heb hem pas leren kennen op de dag van de première van zijn film op 16 februari 1994 in Wenen. Ik heb ook verder niemand die met de film te maken heeft gehad daar iets over meegedeeld.

Maar zoals overlevenden Lanzmann over hun verschrikkelijke belevenissen hebben verteld, zo kunnen anderen ook Spielberg daarover hebben ingelicht. Wat is er indertijd werkelijk in Plaszow gebeurd? Ik kwam begin 1944 in een groep van 34 joden, de laatsten uit Lvov, naar Plaszow. Men zette ons onmiddellijk aan het werk: we moesten doden opgraven, opstapelen en verbranden, één laag hout, één laag lijken.

We moesten met blote handen werken. De SS'ers, die voortdurend toezicht op ons hielden, moesten - net zoals Spielberg dat in beeld heeft gebracht - voortdurend een doek tegen hun mond houden omdat de stank van de lijken onverdraaglijk was.

De kapo van deze commando's heette Toni Fehringer. Hij liep rond met een tandartsentang waarmee hij de gouden tanden trok uit de uitgegraven schedels. We ontdekten destijds dat Fehringer die gouden tanden bij andere kapo's, die buiten Plaszow werkten, ruilde tegen drank.

Ons werk was vaak niet vol te houden. De lijken bevonden zich in staat van ontbinding en waren zo glibberig dat ze ons uit de handen gleden - dat was voor de kapo aanleiding ons af te ranselen. Aan het eind van zo'n werkdag liet hij de dodelijk vermoeide gevangenen op de appèlplaats ook nog een uur lang kniebuigingen maken. Tot de barakken werden we wegens de stank van onze kleren niet toegelaten: de leden van het opgravingscommando moesten vele nachten tussen de barakken op de grond slapen.

Over deze scènes in Schindler's List merkt Lanzmann op: “Hij (Spielberg) is geslepen, hij is onschuldig en tegelijkertijd is hij sluw.” Ik vind een dergelijke uitlating de regisseur van Shoah - een unieke, grandioze film - onwaardig.

Over Fehringer heb ik nog een opmerking: ik wist dat hij uit Oostenrijk kwam. Ik heb hem in 1949 in het Oostenrijkse Milchdorf gevonden. Hij kreeg een proces. Afgezien van mijzelf waren er twee andere getuigen uit Kraków die over zijn wandaden konden vertellen. Fehringer werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar.

Deze opgravingen en lijkenverbrandingen behoorden niet alleen in Lvov, Vilnius, Stanislaw, Kraków en de vernietigingskampen tot de orde van de dag, maar ook op tientallen andere plaatsen waar de nazi's de sporen van hun misdaden wilden opruimen. Dat zou Lanzmann moeten weten.

Lanzmann hekelt verder de scène in de gaskamers, waar de vrouwen ervan uitgaan dat er gas uit de douches zal komen - en er tot hun verrassing water uitkomt. Lanzmann bestempelt dat als een “happy end”. Ook daarover nog een persoonlijke belevenis. Toen we in oktober 1944 van Plaszow via Auschwitz - waar ons transport wegens plaatsgebrek werd weggestuurd - naar het concentratiekamp Grob-Rosen bij Breslau (Wroclaw) werden overgebracht, werden we direct na aankomst een douchecel binnengeleid. De meeste gevangenen wisten toen wel dat de gaskamers als douchecellen waren gecamoufleerd en dat men hen misleidde met de mededeling dat ze eerst een bad zouden krijgen. Daarom verwachtten velen van ons uit Plaszow, toen we de doucheruimte binnenkwamen, dat het einde was gekomen. Tot onze opluchting en verrassing kwam er inderdaad water uit de douche. Dergelijke 'verrassingen' zijn er dus wel degelijk geweest. Waarom zou Spielberg ze dan niet in zijn film vertonen?

Lanzmann vindt dat men niet het recht heeft de holocaust in beeld te brengen. Hij ging in zijn film zijn eigen weg. Maar er bestaat geen algemeen geldend verbod de tragedie van de joden te verfilmen. Lanzmann heeft niet het recht zich op deze manier te uiten over Spielberg en zijn film.

Laten we een andere grote filmmaker, Erwin Leiser, aan het woord laten. Hij produceerde onder meer de films Mein Kampf, Eichmann en het Derde Rijk en Het leven na het overleven. In de Jüdische Rundschau (Bazel) schrijft hij: “Veel bioscoopbezoekers zouden bang kunnen zijn voor deze onderwerpen omdat ze vermoeden de scènes over de liquidatie van het getto van Kraków of de gaskamers van Auschwitz niet te kunnen verdragen. Natuurlijk laten deze en andere delen van de meer dan drie uur lange film de toeschouwer niet onberoerd. Maar ze zijn met zoveel gevoeligheid uitgebeeld dat ze niet onverdraaglijk worden.” En verderop: “Hij overtuigt door zijn authenticiteit, en alleen zo kan de propaganda over de 'Auschwitz-leugen' worden weerlegd. Maar de documenten zijn in de regel stom, ze moeten worden aangevuld door de getuigenverklaringen van overlevenden die verbaal niet zo begaafd zijn als de draaiboekauteurs van een speelfilm.”

Lanzmann hekelt ook de scène waarin wordt getoond hoe na de bevrijding van Schindler mensen een Hebreeuws lied zingen. Dat is volgens hem “kitsch”. Op dat punt zou men hem eventueel gelijk kunnen geven - ook al is de uitdrukking 'kitsch' niet passend. Misschien wilde Spielberg een verbinding met Israel aanstippen, waar de meesten van Schindlers beschermelingen leven.

Spielberg heeft echter kennelijk ingezien dat het lied niet passend is. Kort voor de première van de film in Israel verving hij het door een ander lied, dat is geschreven door de martelares Hanna Shenesh.

Het slot van Lanzmanns artikel betreft de scène waarin overlevenden stenen leggen op het graf van Schindler en hij zegt dat ze die stenen “rondom het kruis” hebben gelegd. In de film worden de stenen langs de grafplaat gelegd - Lanzmann trekt dus een volstrekt verkeerde conclusie. De steentjes zijn in de joodse traditie een teken van verbondenheid met de doden.

Ik wil ten slotte nog Spielberg zelf citeren: “Niemand kan het verleden veranderen. Maar een film als deze kan ons door zijn schokkende feiten duidelijk maken dat we iets dergelijks nooit meer mogen toelaten.”

© S. Wiesenthal/Der Standard.