'Kritisch denken is typisch Amerikaans'

Van 6 tot en met 8 april wordt aan de Universiteit van East Anglia in Norwich de tweede Conference On Critical Thinking & Education gehouden. Van 21 tot 24 juni 1994 volgt in Amsterdam een bijeenkomst van The International Society for the Study of Argumentation.

'Wat maak je van dat deeg?' vroeg Mary's vader nieuwsgierig.

'Deeg?' reageerde Mary verbaasd, terwijl ze het mengsel in de oven stopte. 'Heb je ooit iets van gist zien maken dat meteen na menging werd gebakken? Daarom kan dit geen deeg zijn.'

'Maar wat versta jij dan onder deeg?' vroeg haar vader weer.

Vraag: Wat precies is volgens Mary deeg?

A. Deeg is een mengsel van bloem en andere ingrediënten, zoals gist.

B. Deeg is een mengsel van bloem en andere ingrediënten, dat niet meteen wordt gebakken.

C. Deeg is een mengsel van bloem en andere ingrediënten, vaak gebakken in een oven.

Je zou het niet denken, maar dit staaltje taalontleding is onderdeel van de MBA-opleiding (Master in Business Administration) van het Nederlands Instituut voor MBA-studies (NIMBAS) in Utrecht. NIMBAS doceert 'informele logica' om studenten beter te leren formuleren. 'Wij constateerden dat onze Nederlandse studenten een taalachterstand hadden vergeleken met hun Engelstalige studiegenoten,' zegt programmadirecteur Dirk Ilsink. 'De Nederlandse studenten drukten zich in het Engels over het algemeen minder bondig uit en dat beïnvloedde de examenresultaten. Ten onrechte, want zijn even intelligent. In het begin begrepen de studenten niet goed wat informele logica met de MBA-opleiding te maken had, maar dat is nu wel veranderd. De resultaten zijn er ook naar: onze studenten schrijven bondige memo's en komen ook beter uit hun woorden.'

De belangstelling van het wetenschappelijk onderwijs voor informele logica - meer in het algemeen 'kritisch denken' genoemd - is sterk gegroeid. Werkgevers klagen dat maar weinig schoolverlaters geleerd hebben om problemen helder te analyseren of dat afgestudeerden te gespecialiseerd zijn en moeilijk op andere terreinen inzetbaar zijn.

'De nadruk ligt op het leren van feiten, niet op het analyseren daarvan,' stelt Richard Paul van het Center for Critical Thinking aan de Sonoma State University in Californië, misschien wel het belangrijkste bolwerk van 'kritische denkers'. 'We geloven omdat anderen rondom ons geloven, omdat we daarvoor beloond worden of omdat we bang zijn om ergens niet in te geloven.' 'Wie geschiedenis studeert, vraagt zich doorgaans niet af hoe historici tot hun inzichten zijn gekomen,' vult Alec Fisher, Europa's belangrijkste voorvechter van kritisch denken, aan. 'Wij willen dat men ook naar de argumentatie kijkt. Is het wel juist wat er wordt gezegd? Zijn er andere interpretaties mogelijk? Wij propageren principes die in de rechtspraak en de journalistiek als vanzelfsprekend worden beschouwd.'

Zo op het eerste gehoor lijkt het te gaan om de nieuwe kleren van de keizer. In de wetenschap worden standpunten immers voortdurend gewogen. De belangrijkste waarborg voor wetenschappelijke kwaliteit is van oudsher collegiale toetsing of 'peer review'. Maar Fisher, die als logicus is verbonden aan de Universiteit van East Anglia in Norwich en NIMBAS in Utrecht, constateert dat de methoden van verificatie hoofdzakelijk in het eigen vakgebied worden toegepast.

Niet alleen wetenschappers, maar ook bestuursmedewerkers en juristen moeten standpunten en argumentatie kunnen onderscheiden van andere vormen van taalgebruik. 'Vroeger dacht men dat men een scherpe geest kon ontwikkelen door filosofie te studeren,' zegt Fisher. 'In de praktijk blijkt dat niet te werken. Je kunt mensen echter wel leren om helder over bepaalde zaken na te denken. Kritisch denken betekent ook: creatief denken. Je kunt een kwestie beter op zijn merites beoordelen als je alternatieven kunt verzinnen.'

In ons eigen land het is kritisch denken als 'argumentatieleer' veel meer ingebed in het universitaire taalonderwijs. 'Kritisch denken is een typisch Amerikaans fenomeen,' constateert Frans van Eemeren, hoogleraar aan de vakgroep Taalbeheersing en decaan van de Faculteit der Letteren van de Universiteit van Amsterdam. 'Ik moet altijd weer een gevoel van weerzin overwinnen als ik een man als Richard Paul hoor spreken. Ik zie weinig verschil met televisiedominees die het geloof als middel tegen alle kwalen propageren. Paul suggereert dat als je je maar kritisch genoeg opstelt, ieder probleem kan worden opgelost. Het is ergens ook een reactionaire beweging die sterk gekant is tegen formele logica. Ik begrijp de angst van alfa-mensen voor ingewikkelde hocus pocus op het schoolbord, maar dat betekent nog niet dat je het volkomen moet negeren. Er wordt mijns inziens ook te weinig nadruk gelegd op de taalkundige aspecten, terwijl die erg belangrijk zijn.'

In Amsterdam heeft men gekozen voor een zogenaamde pragma-dialectische benadering, waarbij inzichten uit de dialectiek - de studie van gereglementeerde kritische discussies - worden gecombineerd met de linguïstische pragmatiek, de leer van de taal als communicatiemiddel. Van Eemeren moet toegeven dat in het Amerikaanse onderwijs informele logica veel meer aandacht krijgt dan in Europa het geval is. Zelfs in het lager onderwijs wordt ermee geëxperimenteerd. Matthew Lipman doceert bijvoorbeeld informele logica aan kinderen op Montclaire State College in New Jersey. In Amsterdam is wel een stichting SICSAT in het leven geroepen die werknemers van bedrijven en instellingen wil helpen bij de taalbeheersing.

'We adverteren er niet mee,' zegt ook Dirk Ilsink van NIMBAS in Utrecht. 'We zien het niet als een specialisatie. We leveren managers aan bedrijven als Mercedes Benz, Akzo, PTT en Philips, geen filosofen.'