Kooijmans positief over mensenrechten Indonesië

JAKARTA, 7 APRIL. De mensenrechtensituatie in Indonesië ontwikkelt zich gematigd positief, maar om grotere vorderingen op dit terrein te maken moeten meer beslissingen worden genomen tot politieke veranderingen. Dat was de indruk van minister Kooijmans van buitenlandse zaken vanmiddag aan het eind van het bezoek dat hij samen met premier Lubbers aan Indonesië bracht.

In het gebouw van de Nederlandse ambassade wisselde minister Kooijmans drie uur lang van gedachten met ruim twintig leden van niet-gouvernementele organisaties over onderwerpen als Oost-Timor, vakbonds- en mensenrechten. De gasten vertegenwoordigden een breed spectrum van de Indonesische samenleving: van een radicale studentenclub tot de Raad van Kerken; van een niet erkende vakbond tot de Nationale Commissie voor de Mensenrechten, die vorig jaar december door Soeharto werd ingesteld. De Indonesische deelnemers toonden zich zonder uitzondering ingenomen met de 'hartelijke en open sfeer' en de diepgang van het gesprek.

Jan 'Poncke' Princen, directeur van het Instituut voor Verdediging van de Mensenrechten, had van de anderen als eerste het woord gekregen. Hij zei het na afloop zo: “Dit is een goede minister van buitenlandse zaken. Dat de nadruk bij dit bezoek lag op andere, zakelijke aspecten, ligt niet aan hem. We hebben voluit de gelegenheid gekregen om gevoelige kwesties, zoals Oost-Timor, te bespreken.” Princen en de minister begroetten elkaar hartelijk.

De meeste deelnemers stemden in met Kooijmans' constatering dat er in Indonesië een wind van verandering is opgestoken die meer openheid brengt en waarvan NGO's gebruik kunnen maken, zij het dat niet iedereen deze vooruitgang even hoog aanslaat.

Marzuki Darusman, een voormalig parlementslid en nu lid van de Nationale Commissie voor de Mensenrechten, benadrukte tegenover Kooijmans dat de verdediging en promotie van deze universele rechten in Indonesië politieke hervormingen vereist. Darusman had goede nota genomen van Kooijmans' lof voor de onafhankelijkheid waarmee de Nationale Commissie onlangs onderzoek heeft gedaan naar de zaak-Marsinah en de manier waarop ze haar bevindingen openbaar heeft gemaakt. Voor en tijdens dit proces tegen de vermeende moordenaars van de arbeidster Marsinah zijn volgens de commissie de rechten van verdachten geschonden, onder meer door marteling.

Tijdens het gesprek beklemtoonden Kooijmans' gasten dat internationale kritiek op rechtenschendingen in Indonesië belangrijk blijft. Darusman stemde overigens in met Kooijmans' oordeel dat Nederland het best kan bijdragen aan bevordering van mensenrechten door de communicatie tussen beide samenlevingen op alle niveau's te verbeteren, niet door deze problematiek te koppelen aan hulp en handel.

De minister zag duidelijk vorderingen op het terrein van persvrijheid, de vrijheid van organisatie van vakbonden en de meer gemakkelijke toegang tot Oost-Timor, waar in 1991 een bloedbad werd veroorzaakt door het Indonesische leger. Kooijmans gaf hoog op van het feit dat de verhoudingen met Indonesië dusdanig zijn verbeterd dat er ruimte is voor een 'kritische dialoog' op dit terrein. Nederland heeft aangeboden in de toekomst met Indonesische wetenschappers samen te werken op juridisch terrein. Het Indonesische rechtssysteem is gebaseerd op het Nederlandse.

Kooijmans prees de Indonesische regering dat tijdens het drie dagen durende bezoek alle onderwerpen, op ontwikkelingshulp na, aan de orde konden komen. In de toekomst wil hij deze kritische dialoog over mensenrechten met Indonesië voortzetten.

Eerder in de week had president Soeharto premier Lubbers en minister Kooijmans voorgehouden dat “geen enkele natie het recht heeft om zijn eigen definities en gezichtspunten op het gebied van mensenrechten in andere landen te dicteren en die opvattingen vooral als een stok achter de deur te gebruiken bij economische samenwerking. Zelfs de Verenigde Naties erkennen dat de verantwoordelijkheid om mensenrechten na te komen berust bij de regeringen van de afzonderlijke lidstaten. Daarbij moeten de verschillen volledig in acht worden genomen die er voor staan op het terrein van cultuur, godsdienst, traditie en economische groei”, aldus Soeharto.

Ook de minister van buitenlandse zaken Ali Alatas legde daar, zij het veel vaker, de nadruk op in zijn gesprekken met minister Kooijmans.

Vanavond keert de Nederlandse delegatie naar huis terug. De Indonesische gastheren putten zich uit om te zeggen dat zij begrip hadden voor het plotselinge vertrek van minister-president Lubbers gisteravond. Maar een aantal Indonesische ministers verscheen woensdagavond niet op het diner op de residentie van de Nederlandse ambassadeur, nadat bekend was geworden dat de premier niet zou komen.

Lubbers zelf heeft dinsdagnacht nog pogingen ondernomen het bezoek aan Indonesië tot het eind toe voort te zetten, maar hij stuitte op weinig begrip van Kamervoorzitter Deetman en andere Kamerleden. In de ogen van diplomaten en ambtenaren hier was dat merkwaardig, omdat de fractievoorzitters en Deetman begin dit jaar bij een bezoek aan Indonesië zelf hadden gewezen op de noodzaak van contacten en veel belang hechtten aan de komst van Lubbers. Na veel telefonades besloot de premier tenslotte toch terug te keren. Het voornaamste werk was hier gedaan: de verhoudingen met Indonesië zijn minder emotioneel belast, gevoeligheden zijn uitgepraat, een bezoek van de koningin volgend jaar behoort tot de mogelijkheden en wederzijdse handel en investeringen gaan fors omhoog.