In Godsnaam dan maar in de oppositie

En zo bereikte het CDA deze week in de peilingen de grens van dertig zetels. Met nog minder dan vier weken verwijderd van de echte verkiezingen en een dalend aantal twijfelaars blijft het met het CDA onverminderd slecht gaan. Inmiddels heeft de partij het punt bereikt waarop zij nog meer zetels verliest dan de Partij van de Arbeid. Alsof het een schaatswedstrijd betrof zijn de afgelopen maanden de schema's voor lijsttrekker Brinkman bijgesteld. Vijf zetels verlies op het in 1986 en 1989 door Lubbers bereikte resultaat van 54 zetels mocht hij hebben, dat was aanvankelijk de limiet. Toen begin dit jaar herstel uitbleef is het toelaatbare verlies verdubbeld tot tien. Enkele weken geleden werd de officieuze grens binnen het CDA voor Brinkman verlaagd tot veertig zetels. Ook van die norm is Brinkman, getuige de jongste peilingen, nog ver verwijderd.

Zoeken naar de oorzaak van het aanstaande desastreuze verlies is in deze fase van de strijd nauwelijks interessant. Bovendien is ongeveer wel bekend waarom de kiezer zich zo massaal afwendt van de twee meest traditionele politieke partijen van Nederland. Het is samen te vatten onder de noemer algemeen ongenoegen. Een trend die zoals verkiezingen elders hebben laten zien niet beperkt blijft tot Nederland. Aangezien het ongenoegen is opgebouwd uit diverse ingrediënten die per individu verschillend worden gewaardeerd, ligt dé oplossing ook niet in het verschiet. Samen snellen CDA en PvdA in gierende vaart op het ravijn af. Waarbij de hoop bij beide is dat ze op de ander terechtkomen waardoor de val nog enigszins gebroken wordt en de schade beperkt blijft. Maar leed blijft het.

Dat het CDA momenteel veruit in de slechtste positie verkeert, is duidelijk. Deze partij wordt volop geconfronteerd met het in de politiek niet onbekende 'alles-loopt-fout' syndroom. D66 kwam er in 1982 mee in aanraking. De VVD raakte in de tweede helft van de jaren tachtig besmet met het virus, om het vervolgens over te dragen aan de PvdA. En nu dan het CDA.

Het ook wel als de wet van Murphy aangeduide verschijnsel heeft als voornaamste kenmerk dat het onbeheersbaar is. Men staat in de schijnwerpers en omdat de bij dit proces zeer invloedrijke media meestal maar over één set beschikken, hebben de andere partijen intusen vrij spel. Pogingen om het tij van verval te keren, hebben veelal een contra-produktief effect. Wel drie keer heeft CDA-lijsttrekker Brinkman het AOW-standpunt van zijn partij genuanceerd. Het effect was slechts een verder wegzakken in het moeras. De beste remedie onder dit soort omstandigheden is absolute radiostilte. Alleen verhoudt zwijgen zich wat moeilijk met een verkiezingscampagne.

Het CDA rest dan ook eigenlijk weinig anders dan wachten op de grote klap en hopen dat er na 3 mei geen sprake is van een 'total-loss'. Naar buiten toe straalt de partij nog steeds een relatief bewonderenswaardige kalmte uit. Natuurlijk circuleren er intern vele analyses en evenzovele scenarios, maar de van PvdA en VVD bekende uitslaande partijbrand is het CDA vooralsnog bespaard gebleven. Eerst de verkiezingen, dan pas discussie is de overheersende gedachte binnen de partij. Maar dat het CDA op dat terrein nog het een en ander te wachten staat, is zeker. Bij geen partij kan een verlies van meer dan tien zetels zonder gevolgen blijven. Laat staan als er sprake is van meer dan het dubbele zoals nu voor het CDA wordt voorspeld.

Het Nederlandse coalitiesysteem brengt met zich mee dat die discussie in feite ook niet direct na de verkiezingen kan worden gevoerd. Integendeel. De kabinetsformatie dient ervoor de tijdens de verkiezingen opgelopen nederlaag zo veel mogelijk ongedaan te maken. Wat dat betreft heeft het CDA enig recht van spreken. In 1956 beschikten de drie confessionele partijen die de voorlopers van het CDA waren voor het laatst over een absolute meerderheid in het parlement. Maar als het gaat om de echte macht, om het kabinet dus, beschikt het CDA ruim dertig jaar later (met in de Tweede Kamer slechts krap een derde deel van de stemmen) nog steeds over de meerderheid.

Die riante positie raakt het CDA in een volgend kabinet ongetwijfeld kwijt. Maar zowel voor PvdA als CDA geldt dat in een nieuw kabinet het verlies aan ministersposten relatief veel geringer zal zijn dan het aantal verloren Kamerzetels. Een voorwaarde is wel dat men aan de formatie blijft meedoen en juist dit basisprincipe komt naarmate het slechter gaat met het CDA meer ter discussie te staan. Het zijn niet de minsten in de partij die openlijk speculeren over de 'oppositie' als straks bij de verkiezingen de peilingen bewaarheid worden. Volgens het Kamerlid Van der Linden moet voor die weg worden gekozen als het CDA minder dan veertig zetels behaalt. Het interessante van het aanleggen van een grens zoals Van der Linden doet is dat de oppositie-optie daarmee meer wordt dan een doorzichtige poging om kiezers te winnen. Volgens het handboek dient een politicus in een campagne namelijk altijd met de oppositie te dreigen. Zo zei lijsttrekker Lubbers in 1989 nog 'desnoods' in de oppositie te gaan, mocht de PvdA bij de verkiezingen als grootste eindigen. En zo was er enkele weken geleden ook PvdA-voorzitter Rottenberg die waarschuwde dat het heel moeilijk zou zijn om door te regeren als zijn partij als derde of vierde in de race zou eindigen. Maar Van der Linden kan er straks aan worden gehouden als het CDA minder dan 40 zetels behaalt.

Een grote partij die bij voorbaat kiest voor de oppositie is nog niet eerder vertoond. Zeker niet als daarmee de deur wordt opengezet voor een paarse coalitie. Maar de voorstanders van het oppositiemodel doen er vrij laconiek over: dan moet partijbelang maar eens een keer boven landsbelang gaan. Een CDA dat tegen een paarse combinatie oppositie voert, is een CDA dat zich niet anders dan ter rechterzijde van de VVD zal gaan profileren. Oppositie betekent zodoende een drastische wijziging van de koers van de partij: het CDA als Nederlandse pendant van de Duitse CDU. Voor een Europeaan als Van der Linden is het niet eens zo'n grote stap. Maar voor een heleboel anderen binnen het CDA? Oppositie zal onherroepelijk leiden tot richtingenstrijd. Iets dat het CDA juist nu zo graag wil voorkomen.

    • Mark Kranenburg