Haat tussen Hutu's en Tutsi's verziekt Rwanda en Burundi

NAIROBI, 7 APRIL. De samenlevingen van Rwanda en Burundi zijn verziekt door stammenhaat en politiek opportunisme. Het wantrouwen tussen de Hutu- en Tutsi-bevolkingsgroepen is levensgroot en heeft in Burundi in de afgelopen maanden tot een aantal bloedbaden geleid. De gewelddadige dood, gisteravond, van de presidenten van beide landen zal welhaast zeker nieuwe olie op het vuur gooien.

In beide landen heerste vanochtend een uiterst sombere stemming. “Het is een gevaarlijk moment, hun dood is een verschrikkelijke, verschrikkelijke ramp voor beide landen”, gaf een diplomaat in Bujumbura als commentaar. “Er kan nu van alles gebeuren.”

Zowel in Rwanda als in Burundi ontstaat een groot machtsvacuüm. De omgekomen president Cypriën Ntaryamira van Burundi volgde de in oktober vermoorde Hutu-president Melchior Ndadaye op. Na een mislukte staatsgreep van een afdeling van het regeringsleger, dat alleen uit Tutsi's bestaat, en de dood van Ndadaye, werd Burundi twee weken lang ondergedompeld in een bloedbad. Hutu's en Tutsi's gingen elkaar in het hele land te lijf. Nadat de rook was opgetrokken bleken ongeveer honderdduizend mensen te zijn vermoord en waren duizenden huizen in brand gestoken. Bijna één miljoen inwoners sloegen op de vlucht.

De jarenlang onderdrukte Hutu-meerderheid in Burundi had zich na de zege van Ndadaye bij de eerste méérpartijenverkiezingen van vorig jaar bevrijd gevoeld. In een sfeer van euforie begon Ndadaye de gevestigde orde van de Tutsi's in de politiek, het leger en het zakenleven te ondermijnen. In korte tijd wilde hij de Hutu's leidinggevende posities geven. De angstige Tutsi's verdedigden hun positie. Beschermd door het leger bleven zij zich verzetten tegen de nieuwe door Hutu's gedomineerde regering.

Toen Ntaryamira de macht overnam en in februari een coalitieregering vormde met Tutsi-partijen, verkeerde Burundi in een staat van burgeroorlog. Ntaryamira was een compromiskandidaat. Binnen zijn Hutu-partij Fredebu moest weken lang worden overlegd over zijn benoeming. Hij behoorde tot de oprichters van de partij en genoot daarom aanzien. Maar tegen de wens van radicalen in Fredebu wilde hij minder overhaast dan zijn voorganger werken aan de emancipatie van de Hutu-meerderheid om de gevestigde orde van de Tutsi's niet nog verder te vervreemden van de nieuwe regering.

Ntaryamira's pogingen om te werken aan een verzoening kregen nauwelijks een kans. Het nationale leger, daarin aangemoedigd door invloedrijke Tutsi-politici en zakenlieden, ging door met wraakacties tegen Hutu-burgers. In de afgelopen weken 'zuiverden' regeringssoldaten hele woonwijken in de hoofdstad Bujumbura van Hutu's, waarna opnieuw tienduizenden burgers uitweken naar buurlanden. De dood van Ntaryamira geeft de opstandige elementen in het leger vermoedelijk nog meer de vrije hand.

In buurland Rwanda is de politieke situatie zo mogelijk nog gecompliceerder. President Habyiramana werkte sinds zijn militaire machtsovername in 1973 aan een verzoening tussen de Hutu's en de Tutsi's. De Hutu-meerderheid kreeg in tegenstelling tot in Burundi hier wel de macht maar de Tutsi's mochten invloed blijven uitoefenen en voelden zich niet geheel vervreemd van de regering van president Habyiramana. Na de inval van het voornamelijk uit Tutsi's bestaande Rwandese Patriottische Front (RPF) vanuit Oeganda, ging Habyiramana echter juist weer de tegenstellingen aanwakkeren in een poging zo aan de macht te blijven. Hij speelde niet alleen de Hutu's tegen de Tutsi's uit maar zette ook de Hutu's in het noorden op tegen hun stamgenoten in het zuiden.

Na de ondertekening van een vredesakkoord vorig jaar met het RPF was Rwanda hopeloos verdeeld geraakt. Moordbrigades schakelden in de afgelopen weken politieke tegenstanders uit. Volgens waarnemers in de hoofdstad Kigali waren ook medewerkers van de president betrokken bij deze politieke moorden. De vorming van een coalitieregering, zoals overeengekomen in het vredesakkoord, laat sinds december op zich wachten. Met de dood van Habyiramana, waarvoor zijn medestanders ongetwijfeld het RPF verantwoordelijk zullen achten, zijn de spanningen nog verder opgelopen.

De gevechten en het politieke verval in Rwanda en Burundi hebben weinig internationale aandacht gekregen. Pogingen van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) om een troepenmacht naar Burundi te sturen mislukten vorig jaar toen het nationale leger de landingsbaan van het vliegveld in Bujumbura blokkeerde.

In Rwanda bevinden zich troepen van de Verenigde Naties. Het mandaat van de VN-troepen bestaat uit toezicht op de uitvoering van het akkoord. De commandant van de VN-macht maakte al eerder duidelijk dat als er nieuwe gevechten uitbreken tussen RPF en regeringstroepen, zijn soldaten niet zullen ingrijpen en het land onmiddellijk zullen verlaten.

    • Koert Lindijer