Esten verontrust over plannen Moskou

In Estland is verontrust gereageerd op het nieuws, dat Rusland niet langer bereid is zijn laatste 2600 militairen voor 31 augustus uit Estland terug te trekken. De mededeling, vindt Tallinn, “klinkt als een ultimatum” en betekent een verharding van het Russische standpunt.

De besprekingen tussen Moskou en Tallinn liepen begin vorige maand al vast, toen Rusland de aftocht koppelde aan sociale garanties voor de 12.000 gepensioneerde Russische officieren in Estland. Bovendien eiste Rusland 23 miljoen dollar voor de bouw van woningen voor de terug te trekken militairen.

Op dat moment waren Rusland en Estland het al eens geworden over de datum 31 augustus - een dag die de Esten al als officiële feestdag op hun kalender hadden gezet. De nieuwe eisen kwamen als een grote verrassing en werden aanleiding tot forse ruzie. Aleksandr Oedaltsev, op het ministerie van buitenlandse zaken in Moskou verantwoordelijk voor de Baltische landen, zei dat Estland “nog erger is dan de andere Baltische landen”. “Ik heb soms de indruk dat ze een speciale werkgroep hebben die uitdenkt hoe Rusland een hak kan worden gezet.” Toch werd het overleg dinsdag hervat, al lieten de Esten weten de kans op succes niet hoog in te schatten. Dat Rusland terug zou komen op de belofte, zijn laatste militairen op 31 augustus terug te trekken, was niettemin een grote verrassing.

Rusland eist sociale garanties voor de gepensioneerde Russische officieren en hun families in Estland; in totaal gaat het om 40.000 mensen. Volgens de Esten zijn die financieel gemiddeld al veel beter af dan de Esten. Hun pensioenen worden uitbetaald in Estse kronen en zijn vastgesteld op basis van de wisselkoers van juni 1992, toen de kroon werd geïntroduceerd: tien roebel per kroon. Nu is een kroon 124 roebel waard. De ex-officieren krijgen aldus een pensioen van 1500 kroon per maand, drie keer het gemiddelde pensioen van de Esten. Estland voert verder aan dat veel gepensioneerden hebben gediend bij de KGB; zij, vindt Tallinn, vormen een bedreiging van de Estse staatsveiligheid.

De kwestie belast, met die van de staatsrechtelijke positie van de Russische minderheid in Estland, de politieke betrekkingen tussen beide landen. De economische relaties daarentegen ontwikkelen zich soepel. Tallinn is een belangrijke overslaghaven van goederen voor of uit Rusland geworden. Rusland komt in de rij van landen die in Estland investeren op de vierde plaats. Alleen voor gas is Estland van Rusland afhankelijk, maar ook hier is sprake van een vervlechting. Het Russische gasbedrijf Gazprom heeft zelfs dertig procent van de aandelen van Eesti Gaas gekocht. Estland betaalt voor het Russische gas wereldmarktprijzen en Gazprom geeft bij de export van gas Estland de voorkeur boven andere ex-Sovjet-republieken.

Ook het probleem rond de Russische minderheid in Estland heeft zich enigszins gestabiliseerd. De Russen hebben geen belang bij confrontatie. Zij kiezen er in meerderheid voor deel te nemen aan het Estse Wirtschaftswunder en een goed salaris in kronen te verdienen: Rusland is de roebel, en de roebel is niets waard. Alleen de hardliners - aanhangers van de ultra-nationalist Zjirinovski - zorgen voor problemen. Zjironovski deed vorige week een boekje open over zijn plannen met het Balticum als hij aan de macht komt: “Letland komt bij Rusland en er komt een Russische gouverneur-generaal in Riga. Tallinn zal verstikken zonder lucht of warmte. De Esten zullen hun vis koud moeten opeten omdat er geen stroom zal zijn. Estland en Litouwen worden dwergstaatjes als Liechtenstein of Andorra en alle verdragen met de Baltische landen gaan de vuilnisbak in.”

De leider van Zjirinovski's partij-afdeling in Estland, Pjotr Rozjok, werd in februari aangeklaagd wegens “oproepen tot nationale haat”.