Duitse loonkosten

In Duitsland zijn de loonkosten beduidend hoger dan in Nederland. Van die geruststellende gedachte gaan veel Nederlandse bedrijven uit die met Duitse ondernemingen moeten concurreren. Maar de cijfers waarop die veronderstelling is gebaseerd, kloppen niet. Individuele ondernemers hebben zelfs vastgesteld dat er sectoren zijn waar Nederland hogere loonkosten dan Duitsland heeft.

Werkgeversorganisatie VNO gebruikt een statistiek waarin staat dat de gemiddelde loonkosten (inclusief werkgeverslasten) in de Duitse industrie 47,25 gulden per uur zijn en in Nederland 38,01 gulden. Maar deze cijfers, afkomstig van het Institut der deutschen Wirtschaft in Keulen, zijn uitsluitend gebaseerd op de loonkosten in het oude West-Duitsland. In de nieuwe Oostduitse deelstaten zijn de loonkosten beduidend lager. Dat is niet alleen een gevolg van het feit dat in Oost-Duitsland de lonen nog altijd lager zijn dan in de Westduitse deelstaten. Vooral de goedkopere secondaire arbeidsvoorwaarden leiden ertoe dat de totale arbeidskosten in de nieuwe deelstaten belangrijk lager zijn.

Bij de organisatie van Duitse chemische industrieën wordt geschat dat de loonkosten in Oost-Duitsland ongeveer zestig procent van die in West-Duitsland bedragen. Desondanks produceert deze organisatie cijfers over de ontwikkeling van de arbeidskosten die uitsluitend op de Westduitse situatie zijn gebaseerd. De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie neemt die cijfers vervolgens over en verwerkt in een statistiek het zeer nauwkeurig lijkende getal van 64,12 gulden per uur in 1992 voor de arbeidskosten in deze sector in heel Duitsland.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) baseert zich voor vergelijking van de arbeidskosten in Nederland en Duitsland op gegevens van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. De meest recente publikatie van Eurostat vermeldt dat de gemiddelde loonkosten per uur in Duitsland in 1992 DM 41,96 bedroegen (de Nederlandse kosten per uur waren DM 33,76). Dit Duitse getal is afkomstig van het Duitse Statistisches Bundesamt, dat zich ook nog steeds uitsluitend op de Westduitse situatie baseert en de lagere Oostduitse loonkosten nog niet heeft verwerkt.

Ondernemingen die zowel in Nederland als in Duitsland werken constateren dan ook heel andere verhoudingen tussen de arbeidskosten in de twee landen dan de officiële statistieken doen vermoeden. Daarbij speelt bovendien een rol dat zij niet, zoals de statistici, enkele jaren achter lopen, maar met recente gegevens over de arbeidskosten werken. Zij zien daardoor tevens de gevolgen van de opstelling van de vakbonden de afgelopen jaren, die in Duitsland meestal gematigder was dan in Nederland.

Nederlandse aannemers die in West-Duitsland werken hebben daar op het ogenblik te maken met iets lagere arbeidskosten dan in Nederland. Dat is vooral een gevolg van de lagere sociale premies in Duitsland. Nederlandse aannemers die in het kader van de bouwhausse in Berlijn werken, hebben daar aanzienlijk lagere arbeidskosten dan in Nederland. De secondaire arbeidsvoorwaarden van de Oostduitse bouwvakkers zijn belangrijk minder dan van hun Westduitse collega's: ze ontvangen vrijwel geen vakantiegeld en moeten het ook zonder dertiende maand stellen.

Het onderzoeksbureau NEA bekeek de loon- en verblijfkosten van vrachtwagenchauffeurs per 1 januari 1991. Dat leidde tot een index waarbij de Nederlandse kosten op 100 werden gesteld en de Westduitse op 94,5 kwamen. De ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland schat dat West-Duitsland nu zoveel goedkoper is dat de loonkosten daar nog maar ongeveer tachtig procent van de Nederlandse loonkosten bedragen. De verklaring hiervoor wordt vooral gezocht in de secondaire arbeidsvoorwaarden. In Nederland gelden voor alle chauffeurs dezelfde secondaire arbeidsvoorwaarden - betaling overuren, zaterdag- en zondagwerk, doorbetaling van overuren tijdens ziekte - die bovendien de afgelopen jaren in het voordeel van de chauffeurs zijn verbeterd. In Duitsland kunnen die secondaire arbeidsvoorwaarden per streek en zelfs per bedrijf verschillen. Zelfs in West-Duitsland betaalt niet iedere wegvervoerder zijn chauffeurs een dertiende maand.

Internationaal transporteur Harry Vos uit Oss, met vestigingen in verscheidene Europese landen, heeft uitgerekend dat een Nederlandse chauffeur die 40 uur per week werkt, 17,5 overuren maakt en 5 betaalde nachten onderweg is, per uur 37,47 gulden kost. Vos moet een Duitse chauffeur die evenveel werkt 30,45 gulden per uur betalen.