Diefstal op school

Net als op straat neemt op school diefstal en geweld toe. In hoeverre voeren scholen binnenshuis een war on crime? 'Ik ben aangesteld om les te geven, niet als verlengstuk van de sterke arm.'

Met zo'n glanzende Peugeot Rapido uit de fietsenstalling zou ze zich naar het geluk rijden. Een rijke schijtluis uit de derde had er een. Dus heeft ze 'die trut' na schooltijd in het fietsenhok gepakt. Een vriendin spoot met een traangasbusje, zijzelf riep: 'Afgeven, anders vertellen we je moeder dat je niet van de nederwiet kan afblijven'. Zonder sjoege te geven had haar slachtoffer de brommer laten vallen. Een triomfantelijke grijns kan Samantha (16) uit MAVO-2 nog steeds niet onderdrukken.

Twee weken lang scheurde ze met de knalrode Rapido door Amsterdam op de dreunende bassen van gangstarapper Voice of the youth Ice-T: 'My lifestyle's crazy, I'm luxury lazy'. Totdat haar zuster in het kwaad het kunstje in blinde liefde heeft verraden aan de broer van de 'schijtluis'.

Samantha werd een week van school gestuurd. 'Mijn moeder moest me komen halen. Die kwam niet, ze kon zich er niet druk om maken. De directeur heeft me toen een briefje meegegeven. Ik mocht het nog één keer proberen op school.' En? 'Iedere week praat ik met mijn mentor en een soort psycholoog. Voor de rest is het okee. Mijn vriendinnen vinden me wel stoer en die trut uit de derde schijt nu echt in haar broek.'

De directeur van haar scholengemeenschap ('Ik wil ab-so-luut niet met naam in de krant') is minder onverschillig. 'Ze heeft al eerder geld van mijn collega gestolen en was in de klas onhandelbaar. Moet ik haar van school sturen terwijl ik weet dat geen enkele school haar wil? Terwijl ik weet dat die ene school die wel wil haar laat zwemmen net als haar moeder? We kunnen haar beter zelf begeleiden, ook al is die pedagogische taak vooral liefdewerk-oudpapier.'

Tot dusver weet hij de criminaliteit naar eigen zeggen in de hand te houden: zo'n één keer per twee weken hoort hij dat er op zijn school iets gejat wordt, al dan niet na een pesterijtje. Eerlijk gezegd valt hem dat mee. 'Immers, na de fusie kun je op onze school een stuk anoniemer je gang gaan.'

Schaalvergroting

Een soortgelijk verwijt uitte de commissie Van Montfrans aan het adres van de minister van onderwijs toen zij half maart constateerde dat de jeugdcriminaliteit zowel in ernst als ook in absolute zin toeneemt. Waarom was de minister onverstoord doorgegaan met schaalvergroting terwijl hem in 1986 al gevraagd was dat beleid vooral in kwestbare wijken van grote steden om te buigen?

In het rapport 'met de neus op de feiten', geschreven in opdracht van de staatssecretaris van justitie, oppert deze commissie dat scholen mee moeten strijden tegen de criminaliteit. Ze zouden diefstal, geweld en bedreigingen binnen hun muren moeten tegengaan en in hun jaarverslag informatie moeten opnemen over de criminaliteit van hun leerlingen. Binnenkort zal staatssecretaris Kosto de Tweede Kamer over zijn standpunt inlichten.

Voeren middelbare scholen momenteel eigenlijk wel een war on crime binnen de poorten? Hun aankleding doet wel zoiets vermoeden. Met de elektrisch verplaatsbare hekken, fietsenstallingen met fietsenbewaarder, ramen van vliegtuigglas, videocamera's, alarmsystemen, assistent-concierges, vergrendelbare kleedkamers en kluisjes in de garderobe doen scholen steeds vaker denken aan een onneembare veste.

Maar wie middelbare scholen in verschillende delen van het land vraagt naar criminaliteit binnenshuis, stuit op uiteenlopende diagnoses. Op de HAVO-VWO school van leerlingbegeleider Kaay in Gouda (700 leerlingen) bijvoorbeeld bestaat het niet: 'Leerlingen bestormen wel eens tijdens de pauzes groepsgewijs buurtwinkels om met dikke jassen terug te keren. Maar stelen of intimideren binnen school? Dat komt bij ons praktisch niet voor. Op HAVO en VWO zitten toch een beetje andere kindertjes denk ik.'

Andere scholen spreken liever over slordigheid dan over criminaliteit. Scholieren zijn laks. Hoe vaak laten leerlingen niet hun supermariospelletjes, baseballpetjes, busabonnementen, portemonnees, cdmans en andere modegevoelige hebbedingetjes slingeren voor het oog van afgunstige klasgenoten, die de verleiding niet kunnen weerstaan?

Directeur Schoppen van een MAVO-HAVO-VWO school uit Deventer (1200 leerlingen) vertelt: 'We administreren zo'n 50 diefstalgevallen per jaar, bij 50 andere aangiftes betreft het verloren voorwerpen. In de meeste gevallen maakt de gelegenheid de dief, slechts een enkele keer wordt er iets georganiseerd. Zoals laatst, toen tijdens een feest de kas van de leerlingenvereniging werd ontvreemd nadat het waarschuwingssysteem onklaar was gemaakt.' En intimidatie? 'Dat kennen we niet'.

'Onzin', reageert Leny Mulder, leerplichtambtenaar in Amsterdam Osdorp. 'Dat gebeurt overal. Het begint al met het bekertje melk dat van een brugklasser afgepakt wordt. Veel scholen doen dat af als een onschuldig partijtje pesten.' Volgens Mulder neemt de criminaliteit op scholen toe. 'Het zijn vooral 14, 15 en 16-jarige jongens en meisjes en de laatste tijd ook leerlingen uit groep 7 en 8 van de basisschool. Het wordt erger, gewelddadiger ook ten op zichte van elkaar.'

Het gebeurt overal, weet Mulder, maar het meest op het VBO (voorbereidend beroepsonderwijs). 'Die leerlingen hechten nogal aan bezit, een soort compensatie voor het moeilijker kunnen leren vermoed ik. Uiterlijk is erg belangrijk. Wist je bijvoorbeeld dat dertienjarige scholieren zich prostitueren om meer kleren te kopen?'

Gedegen cijfermateriaal over criminaliteit binnen de muren van een school is niet voorhanden. De politie houdt het niet bij. De scholen zelf - voor zover ze het administreren - geven liever geen cijfers prijs ten tijde van de jaarlijkse concurrentieslag om de nieuwe leerling. Saillant detail is overigens dat ook leraren en andere medewerkers regelmatig betrapt worden op het meepikken van een videorecorder of andersmans jas.

Cijfers betekenen weinig, relativeert socioloog Chris Baerveldt. 'Criminaliteit op school blijft vaak onzichtbaar. Alleen vandalisme springt in het oog'.

In 1989 voerde Baerveldt in opdracht van het Ministerie van justitie onderzoek uit naar criminaliteit onder 873 MAVO-3-scholieren in grote steden. Een op de vijf leerlingen stal schoolbordkrijt of praktikummateriaal, vergelijkbaar met wat er in bedrijven door werknemers gestolen wordt, terwijl 1 op de 50 leerlingen iets van een ander uit de kleedkamers meenam. Verder ging het binnen school overwegend om schoppen of slaan (1 op 4), vandalisme (1 op 15) en graffity (1 op 8). De daders waren zowel jongens als meisjes, vaker met een groepje dan alleen.

Bij de meesten was het Pietje Bellgedrag, aldus Baerveldt. 'Een kind zit gemiddeld 1500 uur op school en wil dan ook wel eens stoer doen en de grenzen verkennen.'

Zijn conclusie: de school is eerder een 'broeinest' dan 'broedplaats' voor kleine criminaliteit, waartegen een schoolcultuur en ook preventie weinig vermag. Hoogstens kan de school zwaardere gevallen doorverwijzen. De socioloog: 'Bij de meesten gaat het vanzelf weer over als ze een jaar of 17 zijn en een vriendin krijgen.'

'Misschien een wat gedateerd onderzoek', schampert leerplichtambtenaar Mulder. 'Leerlingen pikken vooral van elkaar. En Pietje Bell gedrag? Ik heb de indruk dat er ook steeds vaker een economische oorzaak is. Dat kinderen erop uitgestuurd worden simpelweg omdat er geen geld meer is. Of dat ze geld meepakken voor de fruitautomaat.'

Ook andere betrokkenen zetten hun vraagtekens bij de bevindingen van Baerveldt. Zij geloven juist in preventie. Neem bijvoorbeeld G. van Krevel, conrector op een school in Rosmalen. Drie jaar geleden ontdekte hij bij toeval dat een clubje van 20 leerlingen - ze noemden zich This is crime - op school aan elkaar gestolen spullen doorverkocht. Afgezien van de stroom negatieve publiciteit is er nu ook een positieve kant. Sinds het voorval geeft een rechercheur ieder jaar voorlichting aan de onderbouw en vertelt een criminele spijtoptant in de les maatschappijleer over zijn ervaringen. 'Het is op zijn minst opmerkelijk dat evenzo lang geen van de leerlingen meer problemen heeft met de politie', aldus de conrector.

Op verreweg de meeste scholen concentreren de directies zich op kennisoverdracht. De pedagogische taak en daarmee ook de strijd tegen criminaliteit hangt er vaak een beetje bij. De zoveelste aanslag op onze al zo schaarse tijd, klinkt het herhaaldelijk. Om die reden hangen een aantal scholen het carousselbeleid, ook wel oprot-adagium, aan. Ze redeneren: we zijn er om les te geven en wie zich bij ons inlaat met criminaliteit sturen we zonder pardon van school af. De dader moet dan zelf op zoek naar een nieuwe school.

Andere scholen verkiezen echter zo'n leerling te houden en zelf te begeleiden al dan niet met medewerking van kinderbescherming, politie, leerplichtambtenaar en andere hulpverleners als HALT-medewerkers. Met name in de drie grote steden lijken deze pasopgerichte netwerken goede resultaten te boeken, ook omdat door onderlinge informatieuitwisseling scholen eerder problemen signaleren.

Op zulke scholen wordt een leerling pas in laatste instantie van school verwijderd. Conrector van Krevel heeft om die reden een van de leden van This is crime van school gestuurd. 'Dat meisje was de grootste. Haar ouders bleven haar steunen, terwijl op school iedereen wist dat ze haar vakanties in Frankrijk van de handel in gestolen goed had betaald. Dan is het beter elders opnieuw te beginnen.'

Of scholieren worden van school gestuurd om een voorbeeld te stellen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij een leerling in Amsterdam, die tijdens een lesuur een medeleerling met een mes over zijn hand kraste, en op een VBO-school in Deventer bij een meisje dat op haar stageadres 300 gulden had gestolen. Vooral in de grote steden is onder scholen de praktijk gegroeid zulke probleemgevallen onderling uit te ruilen.

'Hadden we maar meer heterdaadjes, dan werd de pakkans groter.' Paul Moedt, afdelingsleider van een VBO-MAVO-HAVO-VWO-school met 1000 leerlingen en vijftien jaar werkzaam in het onderwijs, vindt het 'jammer maar helaas': tegen criminaliteit op school is niet veel te doen. De commissie Van Montfrans en ok de staatssecretaris kunnen dan wel een beroep doen op scholen als medecriminaliteitbestrijders, maar hoe zien ze dat voor zich? Bewakers met 'kannonnen' op hun heup, zoals in de Verenigde Staten?

Anoniemer

Op zijn school is de sfeer na de fusie een stuk anoniemer geworden, vertelt Moedt, al valt het alleszins mee omdat de afdelingen in aparte gebouwen gehuisvest zijn. Als je iemand snapt op criminaliteit is dat een toevalstreffer of een vriendje moet je verraden ervaart hij. Vorig jaar was dat voor het laatst. Een oplettende docent stapte de leraarskamer binnen en ziet een leerling geld snaaien uit portemonnees van collega's.

'Zo'n geval brengen we onmiddelijk naar het politiebureau', aldus Moedt, waar de dader wordt verhoord en het geval op zijn verzoek in de computer zet. 'In werkelijkheid maakt dat niets uit. Voor een leerling is het een soort zwaard van Damcoles: want je bent nu bekend bij de politie.'

Overigens biedt datzelfde blauwe uniform ook een uitweg, als ouders weigeren de school te geloven. Een jongen had Moedt bekend dat hij in de gang een medeleerling onder dreigementen 100 gulden had afgeperst. Zijn ouders waren razend: dat kon niet waar zijn, waar bemoeide Moedt zich eigenlijk mee?

ƒ 3000,- op tafel

Bijna altijd kampt de afdelingsleider met een bewijsprobleem. En daar hij heeft er zich zo langzaamaan bij neergelegd. Tien jaar gelden vroeg Moedt alle leerlingen nog hun portemonnee op tafel te leggen als er tijdens de les 100 gulden was gejat. Wat bleek? In totaal lag er 3000 gulden op tafel: alle kinderbijslagen waren binnengekomen. Moedt: 'Ik zeg: dat neem je toch niet mee? Zeggen ze: ja maar we willen na school kleren kopen. Dan denk ik: nou ja jullie zijn gewoon dom. Zo vraag je er toch om?'

Sindsdien weet hij dat als er geld gestolen wordt, je daar weinig aan doet want hoe bewijs je van wie welk tientje is? Andere scholen ook buiten de Randstad tonen aan naburige winkeliers pasfotootjes van verdachte leerlingen weet hij. Of maken samen met de politie set-ups op school. Dan wordt geld ingesmeerd met een onzichtbaar poeder, wat alleen onder een infraroodlamp op de handen is terug te vinden. Moedt: 'Dat kan je doen als je na 5 keer denkt: ik weet wie het is. Persoonlijk vind ik dat teveel detective-je spelen. Ik ben niet aangesteld als verlengstuk van de sterke arm.'

Rector Van Dijk, werkzaam op een VBO-MAVO-HAVO-VWO-school in Amsterdam gelooft wel in de school als actief medecriminaliteitsbestrijder. Hij is er al twee jaar mee bezig. 'Naar buiten toe doen we alsof het probleem niet bestaat maar binnen voeren we sinds twee jaar onze eigen oorlog. Het pand is secuur beveiligd en we straffen streng. Zo heb ik een jongen van school gestuurd, die om een rijksdaalder een ander in elkaar had getimmerd.'

De rector gaat nog verder. Vorig jaar heeft hij vier eindexamenkandidaten geschorst, die tezamen voor zo'n zestig inbraken door de kinderrechter veroordeeld waren. Dat die leerlingen dat buiten de school in hun vrije tijd hadden gedaan kon hem niet schelen. Het kort geding dat ze daarna tegen de school aanspanden heeft hij gewonnen. 'Ons motto is: school is trots op jou, jij bent trots op school, dus breng je nergens onze naam in discrediet.'

De aanpak werpt zijn vruchten af verzekert Van Dijk, al kan dat succes hem er niet toe bewegen met zijn echte naam in de krant te willen. En de aanbevelingen van de commissie van Montfrans? 'Ach, dat is zo'n staaltje van 'zijn er problemen, dan keilen we ze door richting school'.

Iedere school moet zelf positie kiezen. Van Dijk: 'Wij doen het omdat anders bij ons complete anarchie heerst. Want pedagoog ben ik gebleven. Gedachtig aan de versregels van Jacob Cats: Indien de jonkheit niet en deugt/ en geeft de schuld niet aan de jeugd/ De vader zelf verdient de straf/ die haar geen beter les en gaf'.

Arrestaties voor Moord of Doodslag (per 100.000 mannen)

    • Wubby Luyendijk