De zeshonderd strijkijzers van het Nederlands Strijkijzer-museum; Snoerloos strijken, föhnen en sudderen

Het Nederlands Strijkijzer-museum is gevestigd in Hoeve 'Onder de Linden', Noorderstraat 4, 9635 TG Noordbroek. Bezoek alleen na afspraak. Tel.: 05985 2075.

Op steenworpafstand van de Romaanse klokketoren, in het hart van het Oostgroningse Noordbroek, ligt, door ruilverkaveling beroofd van haar land, Hoeve 'Onder de Linden'. In drie gangen rond de achterkamer van deze zestiende-eeuwse boerderij, de oudste van het Oldambster type, is een van de kleinste musea van het land gevestigd: het Nederlands Strijkijzer-museum.

Sinds de oprichting in 1982 wordt het Strijkijzer-museum vakkundig en met liefde beheerd door bewonersechtpaar Louise en Guus den Besten. Beiden zijn werkzaam in het onderwijs: zij geeft Engels, hij Kennis van geestelijke stromingen. Het museum is daarom alleen na afspraak te bezichtigen. Guus vindt dat een voordeel: “Zo komen er gemotiveerde mensen, ook al omdat we zo afgelegen liggen. Bij vaste openingstijden krijg je maar lieden die voor een bui regen staan schuilen en dat hoeft voor mij niet.”

Wat begon met twee gietijzeren strijkbouten uit de inboedel van Louise's grootouders, is in dik twintig jaar uitgegroeid tot een brede collectie van zo'n zeshonderd stuks. De oudste zijn likstenen, afgeplatte glazen bollen waarmee in de Middeleeuwen over kleding werd gewreven. Ze zijn afkomstig van terpafgravingen en ook kwamen ze tevoorschijn bij de aanleg van de Amsterdamse metro.

Andere voorlopers van het hedendaagse elektrische stoomstrijkijzer: een aardewerken strijkbout uit circa 1500, oud-Hollandse koperen of smeedijzeren exemplaren met fraaie uitsnijdingen, linnenpersen en van na de Industriële Revolutie een grote variatie aan gietijzeren, door de heersende mode ingegeven modellen, waaronder bollen voor pofmouwen, staafjes voor plooikragen, neepjes, tangen, gaufreerijzers en, voor wie echt verzorgd voor de dag wilde komen, het herenhoedendeukstrijkijzer.

Vorig jaar nog had het museum de verzamelde Europese Philips-directeuren op bezoek, een initiatief van de strijkijzerdivisie Philips Groningen. Den Besten: “Als kleine jongens lagen ze op hun knietjes, vergaapten zich aan vergeten technische foefjes van toen en waren niet weg te slaan.”

De strijkijzers zitten Den Besten vierentwintig uur per dag in het hoofd. Altijd is hij op zoek naar aanvullende kennis of - nog beter - ontbrekend strijk-, plooi- of mangelgereedschap. Soms komt het hem aanwaaien, via bezoekers of mensen die hem schrijven of opbellen. Ook hoort en ruilt hij het nodige op de halfjaarlijkse bijeenkomsten van de Nederlandse Kring van Strijkboutenverzamelaars, een Vlaams-Nederlands gezelschap van 140 leden dat bovendien het kwartaaltijdschrift Repassie uitgeeft.

Maar het spannendst is natuurlijk de strijkijzerjacht. Ieder jaar zijn er strijkboutenveilingen in Bayreuth en Frankfurt en steevast is Den Besten van de partij. Maar topijzers van duizenden D-marken koopt hij niet, al zou hij zo'n gaaf koperen exemplaar met beschilderd porseleinen handvat, gegraveerde naam, datering en voorzien van een familiewapen dolgraag in zijn bezit hebben. “Dat gaat te ver”, verzucht de directeur-conservator, “ik ben en blijf amateur.”

In hun vakanties maakt het echtpaar Den Besten er een gewoonte van in afgelegen gehuchten in bij voorbeeld Polen of Spanje - vroeger ook in Joegoslavië - huis aan huis aan te bellen op zoek naar verhalen en strijkgereedschap uit vroeger tijden. Vorig jaar leverde dat nog een stokoude Poolse mangelplank op.

In het Strijkijzer-museum ontbreken de nieuwste modellen niet. Den Besten: “Philips zorgt er heus wel voor dat hun laatste model hier gratis bezorgd wordt.” Black & Decker en Braun zagen het met lede ogen aan. 'Mogen onze ijzers ernaast staan?' vroegen ze. Daar heeft Den Besten natuurlijk geen bezwaar tegen. Snoerloos, met kogelgewricht, reisijzers die tevens als föhn of sudderplaatje te gebruiken zijn, een 12 Volt-exemplaar voor op de accu: alles staat in Noordbroek broederlijk bij elkaar.

Net als in de architectuur en de schilderkunst weerspiegelt de evolutie van het strijkijzer innovaties in techniek en vormgeving. In de thema-vitrine hangt achter een sierlijk strijkijzer model jaren dertig een verbluffend identiek gelijnde Tatra - een Tsjechische auto - uit dezelfde periode. Ook de Zeppelin heeft zijn evenbeeld in een strijkijzer. Trots wijst Den Besten op zijn Jugendstil-strijkijzer. “Heb ik nog nooit in een kunstboek gezien.”

“Een standaardverhaal heb ik niet”, benadrukt Den Besten. “Ik pas me aan bij het publiek.” Als ervaren docent weet hij snel op een groep in te spelen, om het even of het atheneumleerlingen, huisvrouwen, minder begaafden of Philips-directeuren betreft. “Een rondleiding in het Strijkijzer-museum is maatwerk. Kom daar eens om bij een groot museum.”

Daarmee raakt de conservator een gevoelig punt. De professionele grote musea, verenigd in de Nederlandse Museum Vereniging, zien graag een keurmerk om beunhazerij tegen te gaan. Een museum, zo menen ze, moet beheerd worden door een rechtspersoon en dient vaste openingstijden te hebben. De eerste eis vormt geen probleem: er is een Stichting Nederlands Strijkijzer-Museum in het leven geroepen waarin, naast het echtpaar Den Besten, de plaatselijke notaris en een fractievoorzitter zitting hebben. Maar aan bezoek na afspraak valt gezien het docentschap niet te ontkomen. “Ik kan me daar enorm over opwinden”, zegt Den Besten. “Niks kwaliteitseisen, een slecht museum prijst zich vanzelf de markt uit. Ik pretendeer verantwoord bezig te zijn, al ben ik amateur, vraag maar aan de Europese Philips-directeuren. Sterker: ons museum ontsluit een belangrijk stuk cultuurgeschiedenis.”

Resteert de vraag of Den Besten strijken leuk vindt. Dat blijkt niet het geval. “Geef mij maar no-iron overhemden. Het is en blijft een rotwerk.”