CDA klem tussen bijbel en wereld

ZWOLLE, 7 APRIL. CDA-lijsttrekker Brinkman had Groen van Prinsterer er nog maar eens op nageslagen. Had de anti-revolutionaire staatsman er niet op aangedrongen, zo zei Brinkman, “elkaar niet de maat te nemen op onze christelijke identiteit, maar ook zending of, om in christen-democratische termen te blijven, missie in de wereld te bedrijven?”. Tijdens een debat in Zwolle gisteravond met de lijsttrekkers van de kleine christelijke partijen pleitte hij dan ook voor verdere regeringsdeelname van de christen-democratie.

Brinkmans uitstapje naar de christen-democratische aartsvader tekent de spagaathouding waarin zijn partij zich op dit moment bevindt. Enerzijds moet het CDA met een herkenbaar geluid de traditionele christelijke achterban aan zich binden die zich steeds meer roert. Zo werd gisteren bekend dat de behoudende Beweging Christelijke Koers CDA zich wil afsplitsen om samen met de vorig jaar weggelopen bisschop Bomers van Haarlem een eigen partij op te richten.

Anderzijds moet het CDA zich zeer duidelijk van zijn wereldse kant laten zien. Het was de GPV'er Schutte die er gisteravond op wees dat de 24 zetels die het CDA op dit moment volgens de peilingen verliest vooral richting D66 verdwijnen. De kleine christelijke partijen winnen volgens de peilingen, bij elkaar, om en nabij de vier zetels, D66 zestien à zeventien.

Brinkman zwenkte gisteravond dan ook tussen christelijke geloofsbelijdenissen en harde, wereldse taal. Toen hij de vraag van de debatsleider moest beantwoorden waar hij aan dacht bij de bijbelse uitspraak 'Verhoogt de Here onze God', noemde hij “het strijden voor essentiële normen in de medische ethiek” en “de opdracht om naar de ander om te zien”. Diezelfde Brinkman wilde en kon echter zijn verleden als kroonprins die zich profileerde op daadkracht en duidelijkheid niet vergeten. Hij kondigde aan dat “nieuwe ingrepen” in de sociale zekerheid in een volgende kabinetsperiode “noodzakelijk zullen zijn”.

De gespletenheid keerde terug bij Brinkmans orthodox-christelijke gesprekspartners. De voorlieden van GPV, RPF en SGP zagen Brinkmans worsteling zonder leedvermaak aan. Schutte en Van der Vlies wezen er op dat een sterk CDA de positie van het bijzonder onderwijs en levenbeschouwelijke instellingen in de gezondheidszorg ten goede komt, iets waarvan ook vrijgemaakte en reformatorische instellingen profiteren. De GPV'er Schutte sprak in dit verband van 'weerhouding': het afremmen van onchristelijke invloeden in de politiek.

Anderzijds konden de drie, wilden ze zichzelf en hun uitgangspunten niet verloochenen, er niet om heen dat het CDA de problemen aan zichzelf aan zijn “onchristelijk gedrag” in kwesties als de euthanasie te danken had.

Pag.3: Onzekerheid over ideologische koers

Nieuwkomer L. Van Dijke, lijsttrekker van de RPF, nam daarin de duidelijkste positie in. “Er is geen land waar de christendemocratie zo lang aan de macht is geweest, maar is evenmin een land waar de liberalisering in de wetgeving zo ver is voortgeschreden”, zei Van Dijke onder verwijzing naar ondermeer de pas aangenomen euthanasie-wetgeving. Een verblijf van het CDA in de oppositie zou volgens hem “geen ramp voor de natie zijn”, maar juist “een heroriëntatie op dat christelijk erfgoed ten goede komen”.

De onzekerheid in het CDA over zijn ideologische koers is slechts onderdeel van de grotere verwarring waaraan het Brinkman-kamp op dit moment blootstaat. De zakelijkheid die Brinkmans woordvoerder F. Wester gisteren overdag nog ten toon had gespreid bij de toelichting op de campagne, had 's avonds al weer plaatsgemaakt voor balorigheid. Wester stelde een wijziging van de verkiezingsleus voor. 'Een groot karwei vraagt een sterke partij' moest wat hem betreft maar veranderen in 'Een grote partij? Een heel karwei!'

Ook de grote man op de achtergrond, de premier zelf, wist niet precies wat te doen. Lubbers' vervroegde terugkeer uit Indonesië heeft behalve een zakelijke reden (het bijstaan van zijn ministers in het IRT-debat) ook een emotionele kant, zo valt in zijn omgeving te vernemen: het bijstaan van zijn partij in moeilijke dagen. Anderzijds heeft hij te vaak in eigen kring het verwijt moeten horen zijn opvolger voor de voeten te lopen. N. Mulder-Van Dam, met plaats 31 op de kandidatenlijst, een van degenen die nu plotseling in de gevarenzone zitten, zegt: “Door de vroege aanwijzing van Brinkman en door het werken achter de schermen van Lubbers, worden de poten onder de stoel van de lijsttrekker weggezaagd.”

Ook het symbool van christen-democratische zelfvertrouwen, het Kamerlid J. Van Iersel (plaats 46), weet het even niet meer. Hij werd legendarisch door zijn uitspraak: 'We run this country'. “Daar praten we na 3 mei maar weer over', zegt hij nu over deze uitspraak. “Ik heb nu geen commentaar.” Toch belt hij even later uit eigen beweging terug. “Het is een kwestie van volhouden. We hebben een prima program en een prima bestuurstraditie.”

Als de uitslag op 3 mei inderdaad zo uitpakt als de opiniepeilers voorspellen zal de CDA-Kamerfractie een heel ander gezicht krijgen dan de opstellers van de lijst vorig jaar zomer nog wilden. Toen werd rekening gehouden met een score rond de 45 zetels. Het zijn onder anderen jonge en allochtone kandidaten die het slachtoffer worden van de electorale neergang. Het zittend Kamerlid H. Huibers, de Benjamin van de fractie, was tot voor enkele weken nog blij met plaats 44 omdat hij oorspronkelijk lager op de lijst was gezet. Zijn collega Ramlal, plaats 51, heeft nu eveneens reden zich zorgen te maken.

Daarnaast zal de aangekondigde vernieuwing van de fractie schade ondervinden. M. Verhagen ziet zijn overstap van het Europees Parlemnet naar de Tweede Kamer-fractie mislukken. “Dit is desastreus. Als die trend zo blijft is het zeer zorgwekkend. We moeten proberen de boodschap goed over te brengen. Maar ja, er is natuurlijk veel onvrede. Het is moeilijk een neerwaartse spiraal te doorbreken.” Ook partijsecretaris C. Bremmer (plaats 36) ziet zijn toekomst in de Tweede Kamer in gevaar komen. Hij is tevens een van de leiders van de verkiezingscampagne van het CDA.