Brussel, Athene en Skopje

HEEFT EEN LIDSTAAT van de Europese Unie het recht zich bedreigd te voelen, ook als daar objectief gezien geen reden voor is? Ja, zegt de Europese Commissie.

Is hij vervolgens vrij in de keuze van zijn afweermiddelen? Neen, meent diezelfde Commissie. Gisteren besloot zij tijdelijk Unie-voorzitter Griekenland voor het Europese Hof in Luxemburg te dagen als Athene niet voor 13 april besluit zijn eenzijdig afgekondigde handelsembargo tegen 'De voormalig Joegoslavische republiek Macedonië' in te trekken. Of een embargo van de Twaalf of geen embargo, luidt het Brusselse standpunt. En elf EG-landen ontkennen dat er van het kleine, straatarme, in zichzelf verdeelde, twee miljoen inwoners tellende Macedonië een dreiging uitgaat. Volgens die elf en volgens de Commissie ontbreekt daarmee iedere reden voor sancties tegen de jonge staat.

Het geschil tussen de Unie en lidstaat Griekenland voltrekt zich langs twee breuklijnen. De eerste is een historische. De tijd dat middelgrote en kleinere Europese staten eenzijdig beslissingen namen met betrekking tot hun veiligheid is voorbij. Met het ontstaan van grote verbanden als NAVO en Europese Unie is de besluitvorming daaromtrent in feite op een bovennationaal niveau getild. Griekenland zou die les al lang hebben kunnen trekken uit zijn jarenlange en vruchteloze confrontatie met Turkije over van alles en nog wat. Maar de Grieken zoeken nu in het nietige Skopje een bliksemafleider voor hun chronische frustraties. De NAVO heeft hun geen grandeur gebracht, de Europese Gemeenschap geen rijkdom. En zelfonderzoek is niet de sterkste kant van de Griekse politiek gebleken.

De tweede breuklijn heeft culturele trekken. In hun dispuut over naamgeving, vlag en een enkele ongelukkige formulering in de Macedonische grondwet plaatsen Athene en Skopje zich in feite eensgezind tegenover het pragmatische en rijke deel van Europa. De Europese poging tot bemiddeling is aan beide zijden op heftige emoties stukgelopen. Waar gevoelens overheersen heeft de redelijkheid geen kans. De standpunten liggen over en weer muurvast sinds het bestaansrecht van de respectieve regeringen daarmee onmiddellijk is verbonden.

EEN TIJDLANG hebben Griekenlands elf partners getracht meegaandheid te tonen om Athene zo tot andere gedachten te brengen. Macedonië heeft langer dan de andere afsplitsingen van Joegoslavië op volkenrechtelijke erkenning moeten wachten. Nu dreigt met harde hand te worden ingegrepen, weliswaar formeel ter verdediging van de Europese rechtsgang, maar praktisch ten koste van de solidariteit binnen de Unie.

Het is een zwaar middel en het zal niet echt helpen. Als Athene uiteindelijk inbindt, doet het dat noodgedwongen en zonder begrip. Europa kan alleen maar verliezen.