Bemoedigend bezoek

HET BEZOEK VAN premier Lubbers en minister Kooijmans aan Indonesië is een nuttige exercitie.

Er zijn geen imposante afspraken gemaakt, geen conflicten uitgevochten maar juiste woorden gekozen en schade hersteld. Nederland blijkt over de grootste schok heen dat Indonesië geen behoefte meer heeft aan ontwikkelingshulp en de premier heeft dat inmiddels ook gekenschetst als uiting van een volwassen relatie. Zo is het: met een al jaren aanhoudende economische groei van zes à zeven procent, een allengs betere demografische ontwikkeling en een diversificerende economie hoort Indonesië over zes jaar bij de economische middenklasse in de wereld, volgens cijfers van de Wereldbank.

De belerende toon waarop minister Pronk destijds de machthebbers zonder verder doel maar wel doeltreffend had weten te beledigen, is geleidelijk aan in opeenvolgende missies geneutraliseerd. En dat is gebeurd zonder Nederlandse opvattingen en preoccupaties uit het oog te verliezen. Zo heeft minister Kooijmans vanochtend op de ambassade in Jakarta twintig vertegenwoordigers van mensenrechtsorganisaties gesproken en daarmee iedereen duidelijk gemaakt dat het een onderwerp is dat Nederland ter harte gaat.

HOE NU VERDER? De mensenrechten in Indonesië zijn een serieus thema. Maar het is hier al vaker betoogd: als Nederland begaan is met de mensenrechten, verdient het aanbeveling het spel subtiel te spelen, dat wil zeggen met belangrijke partnerlanden als de Verenigde Staten - iets waarvoor Kooijmans een aanzienlijk betere antenne blijkt te hebben dan zijn departementale duo-passagier Pronk. Die subtiele diplomatie bevredigt het eigen gemoed wat minder, maar het is effectiever en schaadt bilaterale relaties minder.

Premier Lubbers staat verder positief tegenover een bezoek van koningin Beatrix aan Indonesië. In een constitutionele monarchie betekent dat dus dat zij gaat en dat is ook verstandig. Een hele reeks respectabele staatshoofden heeft Indonesië bezocht en zij kan met een vriendelijk en soeverein-kritisch optreden ginds een volgende bijdrage leveren aan een normale en stimulerende verstandhouding tussen twee landen met een bijzonder verleden. Augustus volgend jaar zou een goed moment zijn. Dan bestaat de republiek Indonesië vijftig jaar. De formele soevereiniteitsoverdracht lag weliswaar vier jaar later en die datum ligt derhalve bij vele oud-strijders aanzienlijk beter, maar hier geldt dat praktisch alle voormalige koloniën nationale feestdagen en herdenkingen hebben gekozen met het oog op het bindende sentiment in eigen land en niet met het oog op de gevoeligheden in het voormalige moederland.

EEN POLITIEKE voetnoot blijft Poncke Princen: hoewel de deserteur van destijds niet meer voor een rechter kan worden gebracht en de man een halve eeuw na dato weleens familie in Nederland wil bezoeken, is en blijft hij kennelijk persona non grata. Maar tegelijk bezoeken de hoogste vertegenwoordigers van de Kroon diezelfde persona non grata nu weer op - zou andersom eigenlijk niet logischer zijn?