Wraak en wellust in Vlaamse zedenschets over ontgroening

Ad fundum. Regie: Erik van Looy. Met: Tom van Landuyt, Tom van Bauwel, Margot van Doorn, Senne Rouffaer. Uitgebracht op huurvideo door Meteor/Independent Home Video.

De geschiedenis van de Vlaamse speelfilm heeft niet de onbekommerde, anti-puriteinse commerciële fase gekend die Nederland in de jaren zeventig kenmerkte. In hun dadendrang en verzet tegen de zwaar gesubsidieerde kunstzinnig-literaire cinema lijkt het duo Jan Verheyen en Marc Punt wel een beetje op de Belgische zonen van Pim en Wim. Niet alleen stampten beiden op jeugdige leeftijd een filmdistributie- en bioscoopbedrijf uit de grond, ook produceren zij sinds enkele jaren zelf speelfilms, gericht op een jong publiek dat zich aan het bevrijden is van een benepen moraal.

In tegenstelling tot het Vlaamse succes moest het Nederlandse publiek weinig hebben van Verheyens debuutfilm Boys (met als ondertitel: 'A film about girls'). Het door Punt geschreven en geproduceerde en door debutant Erik van Looy geregisseerde Ad fundum tapt uit hetzelfde vaatje en mag het hier direct in de videotheek proberen.

Ad fundum is een fris van de lever gedraaide zedenkomedie met tragische en thriller-elementen, vol aantrekkelijke acteurs en actrices, volgens een aan Amerikaanse puberfilms ontleende formule: veel beter dan de gemiddelde Hollandse 'soap', maar beneden het niveau van Beverly Hills 90210 of National Lampoon's Animal House. Zelfs de campus van een Belgische universiteit lijkt meer op Amerika dan op enige onderwijsinstelling in de lage landen.

Het is eigenlijk merkwaardig dat de ontgroeningsrituelen van studentencorpora, met uitzondering van de proloog van Paul Verhoevens Soldaat van Oranje, nooit eerder tot Nederlandse of Belgische films doorgedrongen zijn, al was het maar als griezelelement. Het van orgieën, kalverliefdes en unfaire standsverschillen aan elkaar hangende verhaaltje van Ad fundum wil ons doen geloven dat eerstejaars studenten rechten totaal overrompeld worden door de machtswellust van een sadistische senaat, minder deftig en verbeten dan je die in Nederland aan zou kunnen treffen, maar minstens zo gemeen.

Van drie een 'kot' delende 'schachten' ('feuten' zouden wij zeggen, maar de verre van overbodige ondertiteling handhaaft die intrigerende term voor groentjes) wordt de meest bedeesde het fatale slachtoffer van een weinig zachtzinnige ontgroening. De charmante aanstichter van het kwaad is een door Tom van Bauwel fraai vertolkte praeses, die met behulp van zijn vader bij de politie en de rector van de universiteit de ware toedracht van het 'ongeluk' verborgen tracht te houden. In een rechtzitting - niet het sterkste deel van de film - trachten de overgebleven vrienden en enkele toch al niet zo populaire Hollandse studenten het onrecht aan de kaak te stellen. Dat lukt niet, maar er blijkt een doeltreffender vorm van wraak denkbaar.

De spanning tussen Belgische en Hollandse studenten is een van de aardigste thema's van een verder niet zo bijzonder originele of gewiekste, maar in zijn genre efficiënte film. Hoofdrolspeler Tom van Landuyt, naar de credits van de oorspronkelijke liedjes suggereren afkomstig uit de muziekwereld, is een belofte en er valt te glimlachen om de opdrachten die de ouderejaars verzinnen voor de 'schachten'.

Het meest verbazingwekkende is misschien wel dat de hele folklore van de georganiseerde studentengezelligheid de hoofdmoot kan vormen van een op de jeugd gerichte publieksfilm. Ook al wordt de perfiditeit van de ontgroening nadrukkelijk ontmaskerd, kennelijk is er, althans in België, ook weer een levendige belangstelling voor dergelijke tradities, en dan niet uitsluitend in beperkte kring. Zelfs vrouwelijke studenten zijn in deze gemengde vereniging belust op sadistische macht met seksuele connotaties. Of zou het 'kopen' van twee mannelijke schachten door twee vrouwelijke ouderejaars, die de slaven mogen opdragen wat ze maar willen, uitsluitend dienen als opmaat voor de scène waarin een vettige Westvlaming twee bête lachende meisjes verwerft onder dezelfde voorwaarde?

    • Hans Beerekamp