Virtual reality

De elektronische superhighway heeft z'n eerste slachtoffer gemaakt. Nathaniel Davenport, een achttienjarige student, bracht zoveel tijd in cyberspace door dat hij zijn nachtrust ervoor opgaf. Door uitputting overmand viel hij ten slotte in slaap achter het stuur van zijn auto en kwam om het leven op de echte highway.

Ik weet niet zo heel veel van wat er op de superhighway allemaal omgaat, behalve dan dat je als computergebruiker lid kunt worden van bijvoorbeeld Internet, waardoor een wereld van informatie voor je opengaat. Je kunt in allerlei databanken terecht en een ander leuk snufje is dat je mensen die ook aangehaakt zijn persoonlijke boodschappen kunt sturen (de zogenaamde e-mail). Maar die arme Nathaniel Davenport was natuurlijk niet al die tijd doende met het laden van nuttige files. Hij was verslaafd aan MUD (Multi-User Dimension), een soort sprookjesafslag van de superhighway, waar iedereen vrijelijk kan binnenkomen en meedoen aan het altijd doorlopende verhaal. De deelnemers spelen een rollenspel en creëren hun eigen karakter, niet noodzakelijk anders dan hun eigen, maar meestal wel. Seksewisselingen en andere persoonlijkheidsomkeringen komen vaak voor. Een spannende maskerade op niveau, dat stel ik me er ongeveer bij voor en dat zo'n tijdpassering verslavend werkt, wil ik graag geloven. Ronddolen in cyberspace is vast opwindender dan tv-kijken en onvoorspelbaarder dan aan amateurtoneel doen.

Toch zit er ook iets lugubers aan en daar bedoel ik niet de brave-new-world-achtige interactie tussen mens en mens via machine mee (tenslotte valt de telefoon ook onder die categorie), maar de doemvolle geladenheid van de virtual reality zelf. In de verhalen daarover gaat het altijd over grote emoties: er komen mythische thema's en archetypes bij te pas, men gaat titanengevechten aan, er is sprake van passie en overgave, manipulatie en vertrouwenschennis, beproevingen, jonkvrouwen in nood en gevaarlijke monsters. Maar gelachen wordt er weinig. Blijkbaar grijpt de dramatiek de speler zo bij de keel dat de flauwe gebbetjes erbij inschieten. Die cyberpunks verkeren doorlopend in de sferen van Oedipus Rex en nooit eens in het Theater van de Lach.

Dat alleen al stemt tot wantrouwen. Het is net als met het geloof in reïncarnatie. De mensen die daar getuigenis van afleggen zijn in vorige levens altijd betrokken geweest bij historische hoogtepunten: zo niet als Cleopatra of Jacoba van Beieren zelf, dan wel als dier dienstmaagd, zo niet als keizer Nero, dan toch als hoveling die hem viool zag spelen terwijl Rome brandde. In ieder geval waren ze nooit een eenvoudige schapenhoeder die zijn nondescripte leven in een plaggenhut op de hei sleet.

Verslaving is een vorm van kokervisie. Bij elke verslaving wordt een hedonistisch doel nagejaagd, vaak de een of andere belangrijke emotie, maar het merkwaardige is dat humor in al zijn verschijningsvormen zich daaraan onttrekt. Mensen genoeg die verslaafd zijn aan de romantiek van de bouquetreeks, maar ik heb nog nooit gehoord van iemand die verslaafd is aan de Lucy Ballshow. Er zijn mensen die niet buiten hun wekelijkse dosis porno kunnen of die altijd maar weer geld in fruitautomaten moeten stoppen of zich ongemakkelijk voelen als ze niet hun dagelijkse vijf kilometer hard hebben gelopen, maar in die termen wordt er nooit over Monty Python gesproken of over Danny Kaye.

Humor en verslaving sluiten elkaar uit. Geen enkele vorm van humor leidt tot verslaving en alle verslavingen zijn in diepste wezen serieus. In het casino wordt weinig gelachen en de boulimia-patiënt heeft ook niet echt lol in het leegeten van die pot pindakaas.

Virtual reality biedt de deelnemer hoogdravende emoties die eindeloos over elkaar heen blijven buitelen. Heel anders dan een avondje Sophokles in het theater, waar het er ook hoog en diep aan toegaat, maar waar de catastrofe een echte climax vormt en de afloop van de voorstelling aankondigt. Het einde herstelt het evenwicht en stelt de toeschouwer in de gelegenheid de ervaring op zich te laten inwerken. In cyberspace is de voorstelling nooit afgelopen en betoont zich daarmee even plat en emotioneel monochroom als de eerste de beste soap.

    • Beatrijs Ritsema