Tuinders Limburg vrezen uittocht van seizoenarbeid

ROTTERDAM, 6 APRIL. Eén van de belangrijkste grieven van de in crisis verkerende tuinbouw is de praktische onmogelijkheid om krachten te werven voor de oogst- en de piekarbeid. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) had daarover vorige week een gesprek met het bestuur van de Limburgse land- en tuinbouwbond (LTTB) en toonde toen bereidheid om onder strenge voorwaarden vrijstellingsvergunningen af te geven voor arbeiders van buiten de Europese Unie. Het gaat in veel gevallen om Polen, die asperges komen steken of aardbeien plukken. De tuinbouwers zouden dan wel eerst een uiterste inspanning moeten hebben gedaan om werkers te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening, waarin overheid, werknemers en werkgevers vertegenwoordigd zijn, voelt daar echter niets voor en meent dat alleen met Nederlandse werklozen moet worden gewerkt.

Oogstarbeid is een vorm van structurele piekarbeid. Het steken van asperges in de kas of het open veld is net als het plukken van paprika's in de kas een voorbeeld van oogstarbeid. Bij piekarbeid is nauwelijks van tevoren te plannen hoeveel werk er moet worden gedaan. Maar veel werk is het wel en het moment waarop het moet gebeuren wordt goeddeels bepaald door natuurlijke omstandigheden als seizoen en weer. Het planten van prei is een voorbeeld van piekarbeid.

Seizoenswerk in de tuinbouw kan een aardig inkomen opleveren, maar veel huisvrouwen willen niet meer hebben dan 5.925 gulden netto per jaar in verband met de fiscale basisaftrek. Mensen met een WW-uitkering, een bijstandsuitkering of huursubsidie zijn nauwelijks te recruteren, omdat ze worden gekort als ze de bijverdienste opgeven. Het verschil in netto-inkomen tussen werkers en thuiszitters blijkt voor de meesten te klein om de deur uit te gaan.

De tuinders zitten vooral met de bruto-arbeidskosten en de starre regelgeving. Iedere Nederlander zonder vast werk mag 495 gulden belastingvrij per maand bijverdienen. Dat is de zogeheten belastingvrije voet (basisaftrek). Bij gehuwden bestaat de mogelijkheid om die basisaftrek van de ene partner over te dragen op de andere, die zodoende per jaar 5.925 gulden belastingvrij kan verdienen. Bij piekarbeid geeft dit systeem onder scholieren en studenten nauwelijks problemen, omdat die hun basisaftrek nog hebben. De huisvrouw heeft haar basisaftrek echter veelal overgedragen aan haar man, waardoor de tuinder voor haar verhoudingsgewijs veel loonheffing moet gaan betalen.

Voor scholieren is dit jaar de kwartaaltabel van toepassing. Zij kunnen dus per kwartaal 1.530 gulden belastingvrij verdienen.

De tuinders stellen dat er nu premies worden betaald voor sociale verzekeringen, waarop piek- en oogstarbeiders nooit recht kunnen laten gelden, omdat het werk te kort duurt of omdat er andere uitsluitingen zijn gemaakt. Daarbij komt dat veel piekarbeiders die verzekeringen niet eens willen. Huisvrouwen, bejaarden en scholieren zijn immers al voor ziektekosten verzekerd. De administratie die voor al dit kortdurende werk moet worden gedaan kost aldus meer dan zij opbrengt, zo menen de tuinders.

De slechte situatie rond oogst- en piekarbeid in Nederland brengt de tuinbouw in een slechte concurrentiepositie. In Duitsland bij voorbeeld geldt de Aushilfe-regeling, die een geringfügige entlohnte Beschäftigung (15 uur per week) en een kürzfristige Beschäftigung (maximaal vijftig dagen) kent. Iedereen kan per maand 530 DM verdienen, zonder premies te hoeven afdragen voor ziektekosten, oudedag of werkloosheid. De loonbelasting die piekarbeiders in land- en tuinbouw daar wordt opgelegd is niet meer dan drie procent.

België kent sinds 6 maart 1992 een 'sociaal document voor het tuinbouwbedrijf'. Als aan een aantal regels wordt voldaan (zoals een maximum van 25 werkdagen per jaar), kan zonder arbeidscontract worden gewerkt en hoeven geen sociale premies te worden betaald. De werkgever moet wel een ongevallenverzekering afsluiten. Op die manier kan de tuinder het hele jaar een beroep doen op huisvrouwen, arbeidsongeschikten en werklozen, die over de gewerkte dagen geen uitkering krijgen.

Frankrijk kent sinds 27 juli 1987 een aparte belastingschijf voor piekarbeiders, die niet langer dan veertig dagen per jaar werken in de agrarische sector. Voor mensen die langer dan vier maanden als werkloze staan ingeschreven geldt een maximum van zestig dagen.

De Limburgse tuinbouwvakorganisatie LLTB heeft berekend dat piekarbeid de tuinder in Nederland zo'n dertig gulden per uur kost, in Duitsland zeven tot tien DM, in België rond twaalf gulden.

De LLTB vindt de kwartaaltoepassing van de loonbelasting voor scholieren en studenten een goede zaak. Hierdoor kan flexibel worden gewerkt en blijft de administratie beperkt. Het systeem zou naar alle categorieën piek- en oogstarbeid moeten worden verbreed. Dat zou volgens de bond kunnen via afschaffing van de overdracht basisaftrek. Voorts zou de piekarbeid moeten worden vrijgesteld van sociale premieplicht, omdat geen relatie met uitkeringen bestaat.

Het zou een goede zaak zijn, vinden de Limburgse tuinders, als aansluiting wordt gevonden bij de regeling zoals die in Duitsland geldt. Dat zou kunnen door een 'premievrije' voet in te voeren van 3.000 gulden voor scholieren, studenten, huisvrouwen en werklozen. Daarnaast zou binnen de CAO een apart deel moeten worden gemaakt dat geldt voor piek- en oogstarbeid.

Als er geen oplossing komt voor deze problemen zullen de teelten verdwijnen naar ons omringende landen, waardoor de export verschraalt, zo waarschuwt de LLTB. Bovendien zullen tuinders gedwongen zijn vaste en tijdelijke krachten te ontslaan en zullen economische activiteiten rond de tuinbouw verdwijnen, hetgeen weer veel banen kost.