Rechter: ontslag dirigent terecht

DEN BOSCH, 6 APRIL. Het Brabants Orkest heeft volgens president mr. G. André de la Porte van de rechtbank in Den Bosch juist gehandeld met het verbreken van het contract met dirigent Arpád Joó. Zoals gisteren al gemeld wees hij daarom de vordering van Joó voor een schadevergoeding van de hand.

Joó kreeg zijn congé nadat hij op 17 januari een repetitie met het orkest afzegde, naar later bleek om in het Duitse Viersen de Nordwestdeutsche Philharmonie te dirigeren. Volgens de president van de rechtbank heeft het er, zoals hij in de motivering van zijn gisteren uitgesproken vonnis zegt, alle schijn van dat er een verband bestaat tussen het afzeggen van de repetitie en het optreden in Viersen. De president meent dat kan worden gesproken van een dusdanige vertrouwensbreuk dat een ontbinding van het contract met Joó hem gerechtvaardigd voorkomt.

Joó die in het kort geding van twee weken geleden van het Brabants Orkest een voorschot van anderhalf miljoen gulden op een claim van in totaal bijna 2,5 miljoen gulden (inclusief BTW) eiste, werd daarom ook in die vordering afgewezen.

Raadsman mr. M.F. Lamers van Joó beraadt zich nog over de vraag of hij tegen het orkest een zogenoemde bodemprocedure zal beginnen om alsnog de schadevergoeding te krijgen. De raadsvrouwe van het orkest mr.J.H.H. Theuws zegt dat in dat geval de directie zal bezien of ze van Joó schadevergoeding zal eisen. Daarbij wordt gedacht aan 280.000 gulden. Dat zouden de kosten zijn voor vervangende dirigenten, nieuw drukwerk en misgelopen sponsorinkomsten.