Overheid helpt jonge werklozen niet aan baan

DEN HAAG, 6 APRIL. De rijksoverheid blijkt nauwelijks bereid te zijn jeugdige langdurig werklozen in het kader van de Jeugd Werk Garantiewet (JWG) aan een baan te helpen. Van de vijfhonderd arbeidsplaatsen die het rijk volgens in 1990 gemaakte afspraken in Den Haag voor jonge werklozen zou scheppen zijn er in totaal 51 gerealiseerd.

In 1990 sloten de gemeenten in het kader van de sociale vernieuwing een convenant met de toenmalige minister van binnenlandse zaken Dales over arbeidsplaatsen bij het Rijk voor langdurig werkloze jongeren. Daarvan waren eind 1992 in de gemeente Den Haag, waar het Rijk 29.000 amtenaren in dienst heeft, 27 plaatsen gerealiseerd. Vorig jaar zijn daar vier arbeidsplaatsen bijgekomen, zo blijkt uit het bestand van de dienst sociale zaken en werkgelegenheidsprojecten in Den Haag. En gedurende het eerste kwartaal van 1994 - “dank zij een project bij het ministerie van Justitie” kwamen er nog eens twintig bij.

Daarnaast heeft het Rijk in Den Haag nog 33 banenpoolers en enkele tientallen langdurig werklozen via additionele kleine regelingen aan een arbeidsplaats geholpen. Alles bij elkaar gaat het dan “nog niet om honderd langdurig werklozen”, zo laat de dienst sociale zaken en werkgelegenheidsprojecten weten. Ter vergelijking: de gemeente Den Haag heeft op een totaal ambtenarenbestand van 11.000 zevenhonderd arbeidsplaatsen ten behoeve van langdurig werklozen gecreëerd.

De wethouder voor onderwijs, emancipatie, sociaal-cultureel werk en migrantenbeleid A. van Kampen bekritiseerde gisteren op een studiebijeenkomst het beleid van de rijksoverheid. “Van de ministeries in Den Haag hebben we tot nu toe 0,0 arbeidsplaats gekregen voor jongeren in het kader van het Jeugdwerkgarantieplan,” zei de wethouder enigszins overdrijvend. “Wel kregen we toezeggingen en sloten we zelfs convenanten met ministers. Maar misschien hebben ministers het daar niet voor het zeggen.”

Minister De Vries (sociale zaken) wil zich eerst laten informeren voor hij een reactie geeft. Het ministerie van sociale zaken meldt dat eind 1993 509 gemeenten declaraties hebben ingediend voor 13.916 jongeren in het kader van het JWG. In het vierde kwartaal stroomden in totaal 3000 jongeren in en 1968 uit. Volgens het ministerie van sociale zaken spoort dat met de begroting dat in 1994 tussen de 11.000 en de 17.000 jongeren in het kader van het JWG aan een arbeidsplek worden geholpen. De Jeugdwerkgarantiewet werd eind 1992 ingevoerd om een wal op te werpen tegen de sterk groeiende werkloosheid onder jongeren. Eerder werd de mogelijkheid ingesteld om op vrijwillige basis werkloze jongeren werkervaring te laten opdoen.

Van de jongeren tot 24 jaar had 11,5 procent vorig jaar geen baan. De opzet is dat jongeren tot een bepaalde leeftijd ofwel studeren, ofwel werken, maar geen uitkering krijgen zonder daar iets tegenover te stellen. De leeftijd waarvoor de wet geldt wordt elk jaar verder opgeschroefd. Op dit moment is het JWG toegankelijk voor werkloze jongeren tot 21 jaar en werkloze schoolverlaters die nog geen 23 jaar zijn. Zij krijgen niet met de marktsector concurrerende baantjes aangeboden. Het gaat daarbij om “additioneel” en niet om zogeheten “regulier” werk in de collectieve sector. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het maken van fotocopieën, het sorteren van post en dergelijke, dus aan ondersteunende dienstverlening. De regeling moet uitgroeien tot een voorziening voor alle werkloze schoolverlaters tot 27 jaar.

Vorige week gaf ook de Algemene Rekenkamer het signaal dat het Rijk zich niet houdt aan de eigen wetten en afspraken. Ministeries, aldus de Algemene Rekenkamer, maken geen werk van de wettelijke verplichting meer gehandicapte werkzoekenden aan te nemen. Op tienduizend nieuwe ambtenaren, zo meldde de Rekenkamer, zijn slechts dertien gehandicapten aangenomen. Binnen twee weken verschijnt een evaluatierapport van het ministerie van sociale zaken over de JWG.